Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blijkbaar hinderde onze komst weinig. Aanstonds werden we in ’t woonhuis genoodigd, waar in ’t midden een ronde tafel stond, omzoomd door enkele schommelstoelen. De pendapa was koel en donker, alleen de openstaande deur gaf uitzicht op het felle groen, en het felle zonlicht daar buiten, waar kinderen speelden, of door de reten ons begluurden; kippen scharrelden; vrouwen rustig zaten te wachten. Wat is tijd voor den Javaan van de dessa?

De zieke maakte het naar omstandigheden goed. De ouderdom was bezig dat lichaam te sloopen, maar zacht heel zacht. Natuurlijk stonden, toen wij van de zieke terugkwamen, kopjes thee op de groote tafel; een groote kop met deksel voor den pastoor, kleinere voor mijne metgezellen. Een gebaar met den duim van den gastheer een zacht mongga noodigde ons uit het gloeiende vocht aan de lippen te zetten.

Toen werd er natuurlijk gesproken over den Javaanschen aspirant-pastoor, over zijn studies, over de talen die hij kennen moest en de heilige wetenschap, waarop hij zich zou gaan toeleggen in het verre Holland.

We waren dan nu in het eertijds beroemde Kartasoera, de vervallen residentie der vroegere keizers van het rijk van Mataram.

De bekoring was dus groot eens na te gaan en te zien wat er over was van het paleis der Amangkoerat’s en Pakoeboewana’s. Dus togen we, nadat we van den gastheer en de zieke hadden afscheid genomen, op zoek naar de ruïnes van Kartasoera.

Dat vorstenverblijf werd gesticht in 1680 na den geweldigen burgeroorlog, die Midden-Java teisterde in het laatste kwartaal dier eeuw.

De opstandeling Taroena Djaja had den keizer Amangkoerat verdreven uit zijn paleis ten Zuiden van Djocja, Plèrèd.

De kraton was daardoor ontwijd en mocht niet meer betreden worden. De opvolger van den verslagen Sultan liet zich dus een nieuw paleis bouwen in Kartasoera. De Indische Compagnie, trouwe bondgenoote van den nieuwen Sultan, haastte zich tegenover de nieuwe kraton een fort te bouwen, zooals het luidde, om altijd in staat te zijn den keizerlijken vriend te beschermen. In werkelijkheid nu ja, dat werd er niet bij gezegd.

Sluiten