is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1908, 01-01-1908

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgegeven. Hierbij moeten wij bedenken dat de mat^n voor Europeesche schedels zijn opgegeven en zeker verschillen zullen met de gemiddelden van onze polynesische schedels.

Over de diepte van de groeven vind ik opgaven bij Körner (40). Hij geeft op dat de rechter meestal 1 mM. dieper is en dat in één geval het verschil 7.2 mM. bedroeg.

Van de maten van het foramen jugulare geeft Luschka (zie Streit) (30) op, dat zij 14 bij 6 mM. zijn, en voorden sinus petrosus inferior een breedte van 2 mM. De abnormaliteit spreekt nog sterker als men bedenkt dat in den regel de rechter sinus transversus sterker ontwikkeld is dan de linker en wel doordat de sinus longitudinalis zich meestal direct in den rechter sinus transversus stort.

Getallen hierover vinden wij o.a. bij Zuckerkandl (31), die opgeeft dat in 54% het rechter, in 32°/0 het linker foramen jugulare het grootst is; en wat de sinus zelf betreft bij Linser (32), die een groot aantal schedels daarop onderzocht, en vond dat in 5/6 van het aantal links de sinus kleineren slechts bij 1/6 der preparaten de verhouding omgekeerd was.

Resumeerende hebben wij in ons geval te doen met een abnormaal wijden sinus transversus aan de linker zijde, afvoerende langs een groot for. jugulare, een wijd emissarium mastoideum en een klein emissarium condyloideum post.; terwijl rechts een slecht ontwikkelde sinus transversus bestaat, zonder emmissariën, gaande naar een klein for. jugulare. De sinus petrosus inferior is links in orde, rechts daarentegen wijder dan normaal en treedt door een eigen opening uit de schedelholte. Bij het nagaan van de verschillende tot nu toe beschreven anomalieën van den sinus transversus kan ik, althans in die sterke mate, slechts een enkele maal een analogon van ons geval vinden.

Wel komt, zooals reeds gezegd, vaak een verschil voor