is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1910, 01-01-1910

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vervolgens een man met dextrocardie, waaraan eenige beschouwingen worden vastgeknoopt.

De Heer Grijns deelt daarna het een en ander mede over de beteekenis van het coecum en de beweging van den inhoud. Hij herinnert aan de proeven van Grützner over de maagbeweging bij ratten, konijnen, honden en kikkers. Deze dieren werden in verschillende verteringsstadia gedood, nadat hun verschillend voedsel respect, met karmijn, kool en lakmoes gemengd, was toegediend. De magen werden nu bevroren en daarna de inhoud en de vorm onderzocht. Daarbij bleek, dat het laatst ingekomen voedsel in het centrum ligt en dat de reactie in het centrum alkalisch is, welk feit voor de inwerking van speeksel van belang is.

Bij onderzoek van het coecum nu werd door Baseler gebruik gemaakt van, bij het voedsel gemengd, wit porceleingruis en rood tegelgruis. Na bevriezing |en opening van de coeca werden interessante doorsneden gezien, die aan die, bij de bovengenoemde maagonderzoekingen verkregen, herinnerden.

Het laatst aangekomen voedsel was in de coeca het centraalst gelegen. Het voedsel blijft zeer langen tijd in het coecum tot het nieuw aangekomen voedsel 't verdringt, hetgeen met het oog op de resorptie van gewicht is.

De beteekenis van de appendix komt hierbij ook ter sprake, waarbij tevens blijkt, dat verschil van meening bestaat omtrent de aanwezigheid van een appendix bij konijnen. Volgens Ellenberger komt een homologe appendix als bij den mensch alleen voor bij anthropomorphe apen.

De Heer Beijnen deelt een geval mede van bacillaire dysenterie, waarbij antidysenterieserum binnen 3 dagen de verschijnselen deed verdwijnen.

Gewone vergadering op den 16en September 1909 des

avonds ten 9 ure in de leeraarskamer der STOVIA.

De Heer van den Vrijhoef demonstreert le een jongen,