is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1911, 01-01-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door Welke dieren de Geïnfecteerd werden:

infectie plaats had 567 personen door 351 honden

5 personen door 3 katten 4 personen door 4 apen 3 personen door 2 menschen 1 *) persoon werd prophylactisch behandeld.

Mortaliteit der geheel Evenals vorige jaren werden of gedeeltelijk behan= om de 4 maanden bij hoofden delden. van Gewestelijk of Plaatselijk

Bestuur inlichtingen ingewonnen omtrent de patienten, die door hun tusschenkomst naar het Instituut-Pasteur waren opgezonden.

Uit de aldus verkregen gegevens en uit eigen observatie bleek, dat in den loop van 1910 van de 548 behandelde personen geen Europeanen en 5 Inlanders aan lyssa stierven, terwijl in één geval (Inlander) de diagnose onzeker bleef. Allen zijn gestorven binnen 30 dagen na het begin der behandeling, dus nog voordat hiervan succes kon worden verwacht. Daar deze sterfgevallen derhalve niet kunnen worden gerekend als een niet slagen van de behandeling, is er in 1910 geen enkel geval voorgekomen, waarbij de behandeling heeft gefaald. De mortaliteit op de 542 personen (het totaal aantal behandelden na aftrek van diegenen, die gestorven zijn, voordat de behandeling succes kon hebben) heeft dan ook dit jaar 0% bedragen.

Overleden binnen 30 1. D., Inlandsch meisje, oud± dagen na het begin 10 jaar, van de Padangsche der behandeling. Bovenlanden. Gebeten 21 Februari 1910 door een vermoedelijk dollen hond. Aan rechter bovenooglid een 1 '/2 c. M. lange, oppervlakkige wond; aan rechter wijs- en middenvinger en rechter handrug eenige oppervlakkige wondjes. De wonden zijn niet gecauteriseerd.

*) Werkzaam aan het Instituut-Pasteur.