is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1911, 01-01-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

subcutane chinine-injectie wordt nog langzamer opgenomen dan chinine per os. Intraveneuse injectie volgens Bacelli (1 : 10) is gevaarlijk en voldoet niet. Mengt men chininezouten met bloedserum, zelfs in 1 % oplossing, dan krijgt men een vaste, gelatineuse massa. Bij menging van gelijke volumina serum en 5 % sol. mur chin. blijft slechts de helft van het medicament in oplossing. Dit alles te zamen genomen komt hij tot de conclusie dat de chininezouten in de gebruikelijke verdunningen volmaakt ongeschikt zijn voor inspuitingen.

Schrijver ging op grond van deze resultaten, die hij ontleent aan een publicatie van Mac Gilchrist, over tot behandeling met zeer verdunde chinine-oplossingen. Hij spuit oplossingen van bimur. chin. in in physiologische zoutoplossing 1: 150, beginnend met 2 tot 3 gram chinine als initiale dosis en al naar omstandigheden dezelfde gift of minder om de 4—8 uur. Op deze wijze behandelde hij 12 gevallen; hij is over de resultaten tevreden, wat de reden is van zijn voorloopige mededeeling. Dit aantal waarnemingen is uit den aard der zaak te klein voor conclusies; hij beveelt echter de sterk verdunde oplossingen in physiologische zoutsolutie aan als logisch en practisch zoowtl voor subcutane als voor intraveneuse injectie. Ref. moet zeggen, dat hij, hoewel hij niet gaarne zou meegaan in de doseering' wel veel voelt voor de aanwending der sterk verdunde oplossingen; hij is van plan, deze, als de gelegenheid zich voordoet, toe te passen en hoopt daarover later te kunnen berichten.

K. d. J.