is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1912, 01-01-1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het is ook niet onmogelijk —hoewel het niet met onze waarnemingen overeenkomt— dat deze oxydatie onder bepaalde omstandigheden een rol speelt bij liet ontstaan van neurorecidieven.

In het eerste halfjaar zagen we veel neurorecidieven en toch werd de oplossing steeds onmiddellijk nadat ze klaar was ingespoten.

In het tweede halfjaar daarentegen werd de oplossing voor enkele personen tegelijk gemaakt en had dus meer kans op oxydatie. Toch zagen we in het 2e halfjaar slechts enkele neurorecidieven.

Dit laatste strookt geheel met de ervaringen van andere onderzoekers, die een vermindering van het aantal neurorecidieven zagen naarmate het aantal salvarsan-injecties toenam. Spiethoff, Kannengiesser e.a. zagen een regelmatig dalen van het aantal neurorecidieven, naarmate zij de hoeveelheid salvarsan grooter namen.

Het is echter een vaststaand feit, dat verschillende onderzoekers bij een groot en goed gecontroleerd materiaal, behandeld met 500-600 mgr. salvarsan als hoogste dosis, toch een minimum aantal neurorecidieven hebben waargenomen.

Moldovan publiceerde een statistiek van de salvarsanbehandeling in het Oostenrijk-Hongaarsche leger, waarin vrij gunstige resultaten zijn neergelegd. De behandeling bestond uit één intramusculaire injectie van 500-600 mgr. salvarsan in zwak zure suspensie; niettegenstaande dat zag hij op 2000 gecontroleerde gevallen slechts 10 neurorecidieven. v. Zeissl zag bij 294 lijders in het geheel 3 facialisaandoeningen, waarvan 2 volgens hem tengevolge van rheuma. 9

Het is heel wel mogelijk, dat bij de injectie, hetzij door hun localisatie, hetzij door den aard van de aandoening, een aantal spirochaeten aan den vernietigenden invloed van het salvarsan ontkomen en in het centrale zenuwstelsel achter-