is toegevoegd aan uw favorieten.

Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, 1913, 01-01-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werking van zonnestralen en de verdampende werking van luchtstroomen en wind. De bodem kan, nadat hij door zijdelings toestroomend rivierwater verzadigd of overzadigd is, geen nieuw vocht absorbeeren en afvoeren. Op den grond ontstaan dan plassen, plasjes en poelen, die vooral in den westmoesson talrijk worden. Was de toevoer van rivierwater binnen zekere grenzen te regelen en waterden de kampongs gemakkelijk naar natuurlijke of aangelegde afvoerkanalen af, dan kon het vochtgehalte van en op den bodem binnen onschadelijke grenzen beperkt blijven; is in de verhouding tusschen toe- en afwatering een ernstige, blijvende stoornis ontstaan, dan wordt het aantal poelen, plassen en plasjes ongelimiteerd, niet begrensd in omvang en tijd bovendien zoo min als in aantal. „Uitwasemingen", „effluviën" en welke namen en omschrijvingen daarvoor vroeger gebezigd werden, krijgen hier onbeperkt spel. De oudere geneeskundig-topografische beschrijvingen wijden hierover eindeloos uit. Indien men een historische verhandeling wilde schrijven, zouden daaruit de merkwaardigste aanhalingen te citeeren zijn. Zij zouden ons niet veel verder voeren.

Indien ooit, dan is op die beschouwingen het woord van den dichter toepasselijk: „Denn eben wo Begriffe fehlen, da stellt „ein Wort zur rechten Zeit sich ein". Bleeker had reeds in 1844 den moed, van de „iniasmen", die als „effluviën der „moerassen" zoo eigenaardig en verderfelijk op het tnenschelijk organisme kunnen werken, te bekennen, dat „wat het eigenlijk „is, hetwelk de moeraslucht zoo schadelijk maakt, dat is nog „een probleem. Men heeft van vroegere tijden af aan gegist, „proeven genomen en getheoretiseerd, maar de zaak is er nog „weinig door opgehelderd en zucht nog naar eene voldoende „verklaring". Hij noemt daarna niet minder dan 15 mogelijkheden, die alle als schuldige oorzaken der moeraskoortsen zijn aangezien; waaronder de „myriaden onzichtbare insec„ten", die al sedert de tijden van oude Romeinsche schrijvers de literatuur onveilig hebben gemaakt, niet ontbreken.