Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij onthouden ons een oordeel er over te vellen of dit voorschrift empirisch of theoretisch te verdedigen is. (Hager’s Pharmaceulische Centralhalle 1861, N. 48). r.'.'ii,:—- „ i sa.isasxaa Over de lintwormdrijvende middelen der Abyssiniërs. Behalve de vroeger in dit Tijdschrift reeds beschreven en bekende middelen, waarvan zich de Abyssiniërs bedienen ter verdrijving van den lintworm , zoo als de Cousso , Mesenna of Musenna, Saoria enz., vermeld Dr. Oourbon (Repertoire de Pharmacie Avril 1861) nog de volgende: Habi-Salim, onjuist ook Abifzelem genoemd door Quartin-Dillon en Abbe-zelm door Y. Schimp er is de naam iü Tigris van Jasminum florïbundum, R. Br. Deze jasmijn is bekend door geheel Abyssinië en wordt lëmballal in Amhara genaamd; het is eene ranken schietende , kruipende plant, veel overeenkomst hebbende met Jasminum officinale, Lin. Men treft zeer dikwijls in Ethiopië eene andere soort van jasmyn aan, de Jasminum abyssinicum, R, Br., die van de voorgaande alleen door de corolla onderscheiden is, welke van buiten violet is in plaats van wit en tevens door de tanden van de kelk, die lang en borstelig zijn, in plaats van kort en stomp. De Abyssiniërs bedienen zich van beide soorten als wormdrijvende middelen, en wel de bladen; deze vermengen zij met de jonge spruiten van ouera of aulé (Olea chrysophylla. La m k.) Men neemt een hand vol van het mengsel, dat tusschen'twee steenen fijngewreven wordt onder toevoeging vaneen weinig water; hiervan maakt mén eene soort van half vloeibare brij die men iuslikt; dit middel reüsseert vrij goed. llabi-tchogo. Ook deze naam is door allen die er over gehandeld hebben verbasterd. Zoo noemt Aubert-Roehe haar abbats jogo. Y. Schimper, habbe tseuhukko, en Ach. Richard, mitchamitcho. Zijn ware naam is hdbi-tchogo in Tigris en metchametcho in Amhara.

251

Sluiten