Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(Bladz. 4.) Kesteren. J. H. Koelink. H. Hendrikse. i. H. P, Mond. O. J, J. Borst, W. BL de Wijs. A. Hesselink. J. H. van der Burg. J. J. Scheevers. 3. van Essen, J. Lehman de Lehnsfeld Wz. J. van der Most. J. M. van Renesse.

Zwolle 10 Mei 1864. Den Wel Ed. Heer Opwijeda, Redacteur der PharmacevMsche Courant te 'Nijmegen. IFelßd. Heer. ' Hierbij een adres tegen het wetsontwerp , regelende de geneeskunst, van de gezamenlijke apothekers alhier. Hoewel het ons bekend is, UEd’s persoonlijke zienswijze niet met dit adres instemt , zijn wij overtuigd zulks geen reden zal zijn van niet plaatsing, ja wij wagen het zelfs ÜEd. te verzoeken , het inde eerst komende Courant te plaatsen, omdat anders de mededeeling te laat zal komen. Namens de vereeniging van apothekers alhier, heb ik de eer mij met hoogachting te noemen. UEd’s Dw. dienaar C. D. Waszink, Secretaris. Gaarne aan dit verzoek voldoende, laten wij volgen het bijgevoegde: ADRES VAN DE APOTHEKERS TE ZWOLLE. Aan de Eerste Kamer der Staten-Generaal. \ Hoog Edel Gestrenge Heeren ! De vereeniging van Apothekers te Zwolle neemt eer- j biediglijk de vrijheid zich tot ü Hoog Ed. Gestr. te wenden | met het verzoek, om de, door de Tweede kamer der I Staten-Generaal aangenome wetsontwerpen op de Geneesen Artsenijbereidkunde, enz. niet te willen aannamen. Hebben zoo vele bevoegde mannen, uitmuntende door helderheid van geest en liefde tot de wetenschap, op welsprekende wijze en ernstigen toon de bezwaren doen kennen , die er bestaan tegen de verheffing dier ontwerpen I tot wet heeft hunne behandeling en verandering, ja bijna algeheele omkeering inde Tweede kamer , hunne i onwaarde in het helderste licht gesteld, zij wenschen I UHEdG. niet te vermoeien met eene omschrijving van ! hunne bezwaren, die vroeger reeds zoo dikwijls zijn ■ uiteen gezet, maar willen toch doen opmerken, dat ze vele zijn, ondanks het stilzwijgen van de overgroote j meerderheid der pharmaceuten, dat zich niet anders ! laat verklaren dan daaruit, dat zij wanhopen aan de ! vervulling hunner wenschen, en moedeloos en onmagtig j bakken onder het juk , dat op hunne schouderen wordt I gelegd. Alleen verzoeken zij , dat eene enkele opmerking hun | 1 worde veroorloofd. Zij is deze; dat het toevallig samen- j treffen van de indiening en behandeling dier wetsontwerpen i met de Nationale vrijheidsfeesten in Nederland, zooals | 1 het geval was, met dat van Neêrlands herkregen onaf- 1 hankelijkheid en zoo als ook nu weer zal geschieden bij 1 de nadering van den 50sl«> gedenkdag der overwinning ! bij Waterloo eene mengeling van verschillende aandoeningen bij hen veroorzaakt. Op den 18den Mei toch zal de Eerste kamer der Staten-Generaal bijeenkomen, ora het

lot te beslissen vaneen aantal burgers vaneen land, . wiens vrijheid ook daar buiten wordt geroemd, en zulks . door het aannemen of verwerpen van eene wet, die wei . buitensporige eisohen doet, ondragelijke lasten oplegt en alle vrijheid aan banden legt, maar die, van onteerende . ■ strafbepalingen overvloeiende, niets geeft, dan alleen de ! uitdrukking der overtuiging, dat eerlijkheid en goede trouw niet tot de hoofddeugden van den Nederlandschen j pharmaceut worden gerekend, hoewel hij zich met een | plegtigen eed er toe verbonden heeft , als een „regt geaard : | menschlievend” Apotheker te zullen handelen, totbehar, | tiging van de belangen der lijders. Met vertrouwen. Hoog Edel Gest. Heeren! uiten zij den wensch, dat IJHEd. Gestr., door de afstemming der ! wet, voor hen dien dag tevens zullen wijden tot een | herinneringsfeest "aan het opheffen der tuchtroede, die I over den Nederlandschen Apothekersstand was opgeheven. m (Volgen de onderteekeningen.) Uittreksels «ft binnen- en bultenlandschc tijdschriften. Onzuiverheid van Ferrum per hydrogenium reductum. Wij wezen reeds in N°. 46 van den vorigen jaargang op de ver| valschingen, waaraan dit geneesmiddel is blootgesteld. I Oberlander heeft een Eransch praeparaat, dat hem reeds l boordde fluweelzwarte kleur verdacht voorkwam , aan een : scheikundig onderzoek onderworpen. Het loste weinig | in koud verdund zoutzuur op onder ontwikkeling van eenige | zwavelwaterstof. In geconcentreerd zoutzuur loste het ' echter slechts onder verwarming, geheel op. Het bleek te bestaan uit: 0,050 hygroscopisch water, 0,050 metallisch ijzer, 0,900 ijzeroxydule met een spoor zwavelijzer. Het metallisch ijzer bevond zich dus slechts voor een 3ösie 1 gedeelte ouder dit moeilijk oplosbaar ijzeroxydule. Vol! gens Oberlander was het praeparaat niets anders dan i ijzeroxydule, hetwelk zich bij de bereiding vancyaaupoi tassium volgens de methode van Liebig door gloeiing van ferrocyaanpotassium afscheidt en naar den duur der gloeiing meer of minder metallisch ijzer bevat. Dewijl het cyaanpotassium fabriekmatig op eene groote schaal vervaardigd wordt, bijv. ten dienste der photographie, kan dit ijzeroxydule in eene groote hoeveelheid verzameld worden. De bepaling van bet gehalte aan metallisch ijzer geschiedde door middel van joodtinctuur. 1 Wichtje ferrum per hydrogenium reductum werd in een'afgewogen schaaltje bij 100» O. gedroogd en het verlies als hygroscopisch water opgeteekend. Het terugblijvende werd ineen getareerd oncefleschje gebracht en eerst een weinig ineens en vervolgens droppelsgewijze joodtinctuur onder omroeren bijgevoegd , zoolang de geelbruine kleur der vloeistof nog verdween en ha eenige oogenblikken wachtens een daarmede bevochtigd glazen staafje stijfselpap niet meer blauw maakte. Bij eenige voorzichtigheid kan men dit punt tot op een droppel treffen. Heeft men de droppels geteld, van welke

Sluiten