is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 2, 1865-1866, no 25, 22-10-1865

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sulph. chinic. met dezelfde hoeveelheid suiker gemengd, extr. cort. peruv. van den reeds voor decoot. gediend hebbenden cortex, acet. squillae van de reeds eenmaal uitgetrokken bulbi. acet. ammon. liq. van 3 a 3 graden.

tincturen , die eenige graden te slap zijn. ung. oxyd. cupri nigr. bereid uit plumbago, subacet. cupri en asungia, waarbij nog veel meer andere voorbeelden van schandelijke praktijken zouden kunnen gevoegd worden. Zullen harde maatregelen en strenge strafbepalingen bij eene blijvende vrije concurrentie zonder bescherming van den apothekersstand deze en dergelijke pliohtverzui- j men doen ophouden en kannen voorkomen ? Ik hoop het!? ! H. X. EENE OPMERKING AAN DE PHARMACEUTEN IN NEDERLAND. Het is opvallend, dat sedert het verschijnen van het Pharmaceutisch Weekblad nog zoovele advertentiën, ons vak betreffende, niet daar, maar nog steeds in andere dagbladen geplaatst worden. Wij vermeenen, dat het wenschelijk mag geacht worden den collega’s aan te bevelen, in het vervolg de plaatsing van advertentiën en alles tot het vak der Pharmaeie betrekking hebbende, aan het Pharm. Weekblad toe te vertrouwen. Immers, wanneer het niet te ontkennen is, dat de verschijning vaneen Pharm. Weekbl. aan eene lang gevoelde behoefte voldeed en een zeer welkom verschijnsel was, dan is het niet meer dan billijk die onderneming te steunen eu tot hare meerdere uitbreiding mede te werken, ten einde de Redactie moge worden aangemoedigd en in staat gesteld hare taak te blijven vervullën, en de vergrootiug en uitbreiding van het Weekblad mogelijk te maken. B. October 1865. Eene vereeniging van Pharmaeeuten. Mijnheer de Redacteur t Op het antwoord door u aan X. te A. gegeven, in een correspondentie-artikel voorkomende in het Pharmaceutiseh Weekblad van 1 dezer, betrelfende de bevoegdheid vaneen Apotheker tot het geven van privaat-onderwijs inde scheikunde, zij het mij veroorloofd met bescheidenheid op te merken , dat de scheikunde wel tot eender vakken behoort, die inde wet tot regeling van |1 het middelbaar onderwijs zijn opgenomen, doch tevens I evenals, „de kruidkunde en physiologie der planten en de natuurlijke historie van dieren en delfstoffen” deel uitmaakt van de vakken opgenomen inde wet op het hooger onderwijs. (Zie Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staats- | courant van Donderdag 13 October 1815). Art. 2 van de | wet luidt: „Het staat ieder, die zich daartoe geschikt S gevoelt, vrij, inde onderwerpen van dit onderwijs aan anderen onderricht te geven.” enz. Derhalve heeft een Apotheker, indien hij zich daartoe geschikt gevoelt, even als ieder ander recht tot het geven van onderlicht de scheikunde: hij noemt, indien hij dat verkiest, Zljn onderwijs: hooger onderwijs ,en is daardoor gedekt. Ik geef gaarne toe , dat zijn diploma hem gedoemde bevoegdheid niet verleent; zij wordt bepaald

door zijn eigen oordeel over al dau niet geschiktheid. Niemand kan, mijns inziens, met de wet inde hand den Apotheker het recht tot het geven van privaat, onderricht betwisten. Door de opname dezer regelen zal ik mij verplicht achten, Amsterdam 16 October. Th. Art. 3 der wet op het Hooger Onderwijs zegt: „In de onderwerpen van dit onderwijs.” Onder dit hooger onderwijs wordt in art. 1 verstaan „zoodanig onderwijs als ten doe! heeft, den leerling, na afloop van het lager en middelbaar onderwijs, tot een geleerden stand iu de maatschappij voor te bereiden.” Men zal, onzes inziens, dus ouderwijs mogen geven in scheikunde enz., in zooverre deze wetenschappen bijv. voorbereiding tot den graad van Doctor inde pharmaeie en revolgelijk tot die van apotheker bedoelen, maar in het algemeen deze wetenschappen niet mogen doceeren, in zooverre zij binnen de grenzen van het middelbaar onderwijs vallen. Toen door de Commissie van Rapporteurs op art. 6 der wet van het Middelbaar Onderwijs (behelzende de strafbepalingen op het onbevoegd geven van Middelbaar Onderwijs) de vraag werd gedaan : Hoe zal het nu gaan met huisonderwijs ? Zal degeen, die zich, zonder bevoegdheid daartoe te bezitten, opwerpt als huisonderwijzer, door de aankondiging, dat hij vooral ook lessen in het Latijn geeft, waardoor hij op zijn onderwijs den stempel van hooger ondeneijs , van voorbereiding voor de hooge school, drukt, niet alle vervolging kunnen ontduiken ? antwoordde de Minister : Omvang en aard van het onderwijs zullen, waar het dezelfde vakken geldt, moeten beslissen of het lager dan middelbaar onderwijs zij: dit geldt ook voor huisonderwijs *). Red. Galazyme is een geneesmiddel tegen longtering door Dr. Schnepp in gebruik gebracht en bestaande uit melk ineen toestand van gisting verkeerende (van daar de’ naam van melk en gist, ferment), zoodat zij koolzuur, alcohol , boterzuur enz. bevat. i Het galazyme heeft de meeste overeenkomst met de kumis der Tartaren en Dr. Schnepp is tot zijn gebruik overgegaan , toen hem bekend werd, dat longziekten bij de nomaden-stammen der Basohkiren en Kirgisen, die inde steppen van Oostelijk Rusland rondtrekken , niet voorkomen. Hij bereidde bet galazyme eerst uitsluitend van ezelinnentnelk, maar dewijl deze bereidingswijze te duur is, vermengde hij de ezelinnentnelk met koemelk en kwam bij het nemen der juiste verhouding tot het meest bevredigend resultaat. Hij nam een mengsel van 3 deelen ezeiinnenmelk en 1 deel koemelk, hetwelk bij eene temperatuur van 15 —■- 18°, reeds na verloop van 15 30 uren, in gisting overgaat. Het neemt een zuurachtigen reuk en smaak aan en na 30 34 uren is de gisting reeds ver genoeg gevorderd, om den drank dadelijk aan den zieke te kunnen toedienen. De vloeistof is even wit en homogeen en heeft dezelfde consistentie als gewone koemelk , zij bezit geen spoor van boter of vlokken kaasstof en schuimt, indien zij geschud wordt, waarbij zich in eene aanzienlijke hoeveelheid gasbellen ontwikkelen , die bij het rieken aan de flesch een prikkelend gevoel inden neus vóórtbrengen. Zij verspreidt een hoogst aangeuamen, zuurachtigen reuk, overeenkomstig jongen wijn. Inden •) Wet op hel Middelbaar Onderwijs, uitgegeven onder toezigt van Dr. J.J. Kreenen . pag. 197—198.