Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zuur ontwikkeld , waarvan een gedeelte inde vloeistof oplost. Worden er bij het alcalisch maken der vloeistof onzuiverheden afgescheiden, zoo zondert men deze dooreen spoedig doorloopend filtrum af, terwijl het strychnine door de werking van het inde vloeistof

aanwezige koolzuur in oplossing blijft. Verhit men nu de alcalische vloeistof tot kokens toe, dan wordt het strychnine, naarmate er koolzuur ontwijkt, afgescheiden en kan op een afgewogen filtrum verzameld worden. Men brengt, eindelijk het strychnine iu zeer verdund zwavelzuur 1 : 300 , voegt koolzuren kalk in overmaat bij en schudt het mengsel met de bvoudige hoeveelheid aether. Dit aetherisoh uittreksel laat na verdamping het strychnine volkomen zuiver terug, zoodat men daarmede zonder verdere bewerking de karakteristieke reactie kan bewerkstelligen. ï. OVER HET GESLACHT SCIADIUM. Zooals reeds door Dr. C. M. van der Sande La Coste en prof. W. T. E. Suringar in het verslag van de vergadering der vereeniging voor de Elora van Nederland van 30 ■luli 1860 opgemerkt is, heeft Kützing aan dit geslacht eene minder juiste plaats doen innemen. Volgens genoemde kruidkundigen en zoo als reeds door A. Braun inzonderheid is opgemerkt, behoort het geslacht Seiadium tot de eencellige Algen en is het naast verwant aan Characium en Hydrocytium. Door A. Braun is echter het geslacht Seiadium met het geslacht Ophiocytium vereenigd en ik laat in navolging van genoemden kruidkundige het merkwaardige dezer planten hier in het kort volgen. Deze merkwaardige planten, waarvan A. Braun voornamelijk Seiadium Arbuscula beschreef, bestaan uit eene lange buisvormige cel, die door middel vaneen aan de basis verdikt steeltje aan andere Algen bevestigd is. Door de verdeeling van het protoplasma ontstaan gelijktijdig en doorgaans acht gonidiën in eene rij, dringen naar het bovenste uiteinde der cel, welke zich , doordien de top als een deksel afvalt, opent. De gonidiën ontkiemen echter inde opening zelve en groeien , terwijl zij , uit hunne steeltjes inde basis bevestigd blijven, tot een scherm van dergelijke buizen uil. Binnen deze herhaalt zich hetzelfde proces, en somwijlen blijven de cellen tot in het vierde geslacht aldus met elkander verbonden. Eindelijk verlaten de laatstgenoemde gonidiën de cel, binnen welke zij ontstaan zijn, en zwemmen door middel van twea trilharen rond, hechten zich aan eenig voorwerp vast, en beginnen dan eene nieuwe dergelijke kolonie te vormen. * Ongeveer terzelfder tijd als Braun deze merkwaardige plant ontdekte (1847), zond Nageli hem bericht vaneen nieuw Algen-geslacht, door dezen Ophiocytium genoemd , en waarvan reeds vroeger eene soort door Eichwald onder de Infusoriën (als Spirodiscus Coehlearis) beschreven was. Inde „Einzellige Algen” worden twee soorten .van dit geslacht door Nageli beschreven. Elk dezer plantjes is eveneens eene enkele buisvor-

mige cel, echter sikkelvormig gekromd, en op den top, gelijk 'Nageli meende, een spits soms gebogen puntje dragende. De voortplanting was hem niet genoegzaam bekend, maar hij vermoedde, dat elk voorwerp acht nieuwe dergelijke voortbracht. Later ontdekte hij een exemplaar , waarvan de top als een deksel was afgevallen, terwijl acht jonge voorwerpen tot een scherm van cellen, gelijk aan de moedercel, waren uitgegroeid ; zij hadden zelven weder gonidiën voortgebracht, en deze waren , nadat het dekseltje van de cellen gevallen was, verdwenen. Uit deze waarnemingen bleek de nauwe overeenkomst tusschen Seiadium en Ophiocytium , en tevens, dat het puntje, hetgeen men bij het laatste geslacht aanvankelijk voor den top had aangezien , inderdaad de steel was. Als onderscheid tusschen de beide geslachten bleef alleen over het gebogen zijn der cellen bij Ophiocytium en het in meerdere generatiën vereenigd blijven der cellen bij Seiadium. Amsterdam. J. M. P. Apotheker, Verscheidenheden. Door Price is waargenomen, dat het loodwit niet door zwavelwaterstof wordt aangetast, indien het aan het licht is blootgesteld, en dat zelfs het bruinzwarte zwavellood aan het licht wit wordt. De werking heeft het sterkst plaats, indien het loodwit met drogende olie is aangemengd. Eene plank, bestreken met loodwit, de eene helft bedekt , de andere helft bloot liggende, werd aan het zonlicht gezet en aan de dampen van zwavelwaterstof blootgesteld. Het onbedekte bleef wit , het bedekte werd bruinzwart. Dit bruinzwarte gedeelte werd voor een gedeelte opvolgend met verschillend gekleurde glazen (rood, blauw, geel, violet) bedekt , een tweede gedeelte dooreen ondoorschijnend scherm voor het licht bewaard, een derde gedeelte ving de zonnestralen direct op. Na gedurende acht dagen aan het licht gestaan te hebben , was het gedeelte, aan den invloed van het licht blootgesteld , geheel wit geworden (vorming van zwavelzuur loodoxyde), het gedeelte, door het scherm beschut was zwart gebleven, terwijl het gedeelte met de verschillend gekleurde glazen bedekt, naar den aard dier kleuren was veranderd. Zooals van zelf volgt uit het verschil in scheikundige werking tusschen den violetten en den rooden straal was de intensiteit dier kleuren van het violet naar het rood verminderd. Om het gehalte, der lucht aan vreemde hestanddeelen, voornamelijk aan zwavel en phosphorus, aan te wijzen, werden door Eeinsch te Erlangen linnen daken ingericht , los tusschen 4 palen gespannen. Het linnen was eerst in gedestilleerd water geweekt en zorgvuldig uitgewasschen. Na het te hebben gespannen liet men er eene vloeistof over heen loopen, die ineen daaronder staand vat werd opgevangen. Deze handeling werd telkens herhaald. Men bezigde als zoodanige vloeistof bij het eene dak zeer verdund zoutzuur, bij het andere zeer verdunde sodaloog. Op een derde dak werd zuiver ge-

Sluiten