is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 3, 1866-1867, no 27, 04-11-1866

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder vooral eender meest ondervindingrijke en meest geachte, schrijven met zeer goed gevolg het kunst Vichywater voortdurend voor, en een aantal doctoren op andere plaatsen in ons land volgt blijkbaar met goed succes hun voorbeeld ook ten aanzien van andere wateren.

5° Ik heb eerbied voor de kennis, die mijn collega uit Luik schijnt te bezitten van de werking of liever van de verdwijning van het koolzuur uit neus, mond en maag. Ik matig mij die kennis niet aan. Practische waarnemingen hebben mij geleid tot de uitspraak in 4o gedaan. Ik zal thans niet meer antwoorden op de pogingen , die onbevoegden aanwenden tot verdachtmaking vaneen drank , die genoegzaam algemeen als verfrisschend en gezond wordt erkend. B. A. Jonckers, Nijmegen 1 November 1866. Apotheker. Wij laten dit opstel volgen door het volgende bericht omtrent mineraalwater-fabrieken, overgenomen uit de Bunzl. Pharm. Zeitung van 31 October. De industrie der mineraalwateren in Rijnland en Westfalen is begonnen met de opening der inrichting voor kunstmatige mineraalwateren volgens Dr. Struve inden vroegeren Hortus botanicus te Keulen , die voor 40 jaren door de nog bestaande maatschappij in het leven werd geroepen. Sinds dien tijd zijn in alle groote steden van Rijnland en Westfalen fabrieken van kunstmatig mineraalwater opgericht, die of inde plaatselijke behoefte voorzien, of inde staten van het tolverbond selters- of bitterwater, sodawater 5 limonade gazeuse] enz. verzenden. De geheele fabrika-' tie te Keulen van kunstmatig mineraalwater bedraagt meer dan 1V2 millioen flesschen. In weerwil der aanzienlijke concurrentie met de natuurlijke mineraalwateren is de verzending der kunstmatige enorm toegenomen. Yreezende onze lezers door gedurige behandeling van hetzelfde onderwerp te vermoeien, wenschen wij hiermede de debatten over het koolzuurwater finaal te sluiten. Red. Uittreksels uit binnen- en buitenlandsclie tijdschriften. Carnalliet is een waterhoudend dubbelzout van chloormagnesium met chloorpotassium (KGI + 3MgOl +l3 HO), dat in eene onmeetbare hoeveelheid wordt aangetroffen inde nieuwe zoutwerken van Strasfurt. De twee zouten der verbinding zijn reeds door behandeling met heet water van elkander te scheiden , dewijl bij bekoeling het chloorpotassium uitkristalliseert, terwijl het chloormagnesium blijft opgelost. Het chloorpotassium wordt inde nijverheid voornamelijk gebezigd tot de omzetting van den chili- of soda-salpeter in gewonen of potassa-salpeter en voor de bereiding van aluin. Ook kan men het chloorpotassium (op gelijksoortige wijze als het chloorsodium volgens de methode van Leblanc) eerst met zwavelzuur in zwavelzure potassa en vervolgens met koolzure kalk en kool in koolzure potassa overbrengen. Deze afscheiding van potassaverbindingen uit het carual-

liet is temeer merkwaardig, omdat zij liet eerste voorbeeld oplevert van de verkrijging dezer verbindingen uit mineralen. De potassa-veldspaat toch (kiezelzure aluinaarde-potassa) wordt ter nauwernood door mineraalzuren aangetast, zoodat de afscheiding van de potassa uit dit mineraal met bijna onoverkomelijke bezwaren te kampen heeft. De groote hoeveelheid van het Strasfurter mineraal zal gelegenheid geven tot eene uitgebreide toepassing der potassazouten bij den landbouw. De ruwe soda van den handel, bereid volgens de bekende methode van Leblanc , bevat volgens Scheurer-Kestner en Pelouse de volgende 4 zelfstandigheden: koolzure soda, zwavelcalcium , koolzure kalk en vrije of bijtende kalk. Dit gehalte aan bijtende kalk is de oorzaak , dat bij het uitloogen der ruwe soda met water gedurende eenige dagen steeds soda oaustica ontstaat. Het oxysulphuretum calcicum, hetwelk volgens het algemeen gevoelen bij de methode van Leblanc na de gloeiing zal terugblijven , wordt door bovengenoemde scheikundigen ontkend, die beweren, dat er een eenvoudig mengsel van zwavelcalcium en kalk terugblijft. Carobe di Suida (spreek uit „Dschuda”), 'Gallae pistacineae, door de oude geneesheeren „Poma sodomitica’’ geheeten, zijn galnootachtige uitwassen aan de stelen en bladen van Pistacia terebinthus L., die inde landen rondom de Middellandsche zee tehuis behoort. Zij ontstaan door den steek van Aphis Pistaciae L., hebben de grootte eener hazelnoot, zijn rondachtig of langwerpig ,' versch rood, oud bruin van kleur en met eene doorzichtige dikke vloeistof geheel of gedeeltelijk gevuld. Men gebruikt zo om te kauwen , ook wel tot roodverven , in Hongarije tot het kleuren der wijnen, in vroegeren tijd in onze apotheken tegen kramphoest en zwakte der spijsverteringswerktuigen. Gelseminum is een nieuw homoëopathisch middel, de eerste tinctuur (urtinctuur) uit Oehemium sempefvirens Pers. (O. nitidum Mich.J, eene narcotische plant in Virginië tehuis, waarvan de tinctuur in Amerika wordt aangewend tot in wrijvingen bij rheumatisme. Voor de bekende reactie van zetmeel op jodium wordt door Lea aanbevolen het jodium door middel van chroomzuur vrij te maken. Men verdunt de oplossing, die men onderzoeken wil, met stijfselpap, voegt er een droppel eener verdunde oplossing van dubbel-chroomzure potassa en dan eenige droppels zoutzuur bij. Op deze wijze kan het jodium nog inde meest verdunde oplossingen herkend worden. Gerhardt vermeldt de navolgende werking van salpeterzuur kwikzilveroxyde op alcohol. Indien men eene oplossing van salpeterzuur kwikzilveroxyde in gewonen alcohol giet, ontstaat er geene reactie, indien de oplossing van het zout eene genoegzaam groote overmaat van zuur bevat. Verwarmt men echter het mengsel, dan scheidt zich, voordat het begint te koken , een wit zout af en gaat voort met zich te vormen , ook indien men eindigt met verhitten. Dit zout bestaat uit microscopisch