Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen lezen* en hij dan ook geen prooes-verbaal zal onderteekenen, indien daarin wordt verklaard, dat bij hepi iets voorhanden is, hetwelk in facto niet aanwezig is. Wij■ mogen dus als een feit aannemen, dat de heer S. bepaaldelijk wel Keatings Cough Lozenges , en nog vele andere quasi-geheimmiddelen verkoopt en voorhanden heeft, waarmede wel is waar de beurs van den depothouder wordt gebaat, maar waardoor het publiek ontzaglijke schade lijdt. Hoe menige ongelukkige lijder toch, die door eene verstandige behandeling nog te redden ware, gaat onherstelbaar verloren door die ellendige geheimmiddelen ? En dat nu het onkundige publiek dergelijke zaken exploiteert, is wel treurig, maar toch begrijpelijk. Onbegrijpelijk echter is het, dat een apotheker zich met dergelijke knoeiereien kan afgeven; denken wij maar eens aan de Bob Boyveau, een eenvoudig decoctum lignorum met suiker, dat aan de depothouders voor ƒ 1.50 wordt afgeleverd en waarvoor het publiek f 4.00 moet betalen. Waarlijk, het exploiteeren van geheimmiddelen is niet ver van oplichterij verwijderd. De heer S. schijnt niet zeer ingenomen te zijn met onze nieuwe geneeskundige staatsregeling. Dat staatstoezicht toch is volgens hem ontzettend onvolledig. Volmaakt is niets onder de zon, en indien de heer S, aan het spreekwoord dacht, dat de beste stuurlui (in eigen oog) meesal aan wal staan, zou zijn oordeel misschien wat zachter uitvallen. Dat de verkoop toch van ieder geheim geneesmiddel aan elk partikulier is geoorloofd, is bepaald onwaar. Om b. v. bij de bewuste Cough Lozenges te blijven, zou ieder particulier die ze verkocht, onder het bereik der strafwet vallen ; aangezien in ieder doosje eene vrij belangrijke hoeveelheid opium of morphine aanwezig moet zijn, te rekenen naar een vrij bekend geval van iemand, die kort achtereen 8 of 9 van die tabletjes gebruikte en ten gevolge daarvan duidelijke vergiftigingsverschijnselen van opium vertoonde. De heer S. zal waarschijnlijk wel weten, dat de handverkoop van opium is verboden. Treurig is het, dat een stand inde maatschappij, die door zoovele wetenschappelijke en degelijke mannen wordt vertegenwoordigd, als er ontegenzeglijk onder de apothekers worden gevonden, ontsierd en verlaagd wordt door enkelen, die ter wille van eenig meerder winstbejag, het „mundus vult decipi, decipiatur ergo’', zoo ruimschoots exploiteeren en gewetenloos er zich toe leentm, om de meestal schadelijke prullen van enkele charlatans onder het publiek te verspreiden. H. Wij hebben aan den heer Snabilié het woord verleend en weigeren dit ook voorzeker niet aan de kritiek van zijn geschrijf (waarvan de inzender (een geneesheer) zijn naam aan ons heeft medegedeeld), vertrouwende dat daarmede het laatste woord over deze zaak gesproken zal zijn. Wij moeten den geaohten inzender van het bovenstaande doen opmerken , dat de partikulier , die de Cough Lozenges verkoopt, niet onder het bereik der strafwet valt, al kan het ook bewezen worden , dat zij opium bevatten.

Wij hebben ook vroeger het tegenovergestelde gemeend en groot was onze teleurstelling, toen de rechter in het hoogste ressort uitsprak, dat de verkoop vaneen geneesmiddel door partikulieren niet strafbaar is, indien de naam niet op de ministeriëele minimumlijst of op de vergiftlijst voorkomt. Het verkoopen van mengsels , waarin aldaar genoemde zelfstandigheden voorkomen, is aan partikulieren geoorloofd, want die mengsels zijn die geneesmiddelen zelven niet. Hoe onredelijk tegenover de pharmacie, hoe precair met het oog op den vergifthandel wij zulks ook mogen achten, er is niets aan te doen, zoolang geene vèrandering inde wet komt. Beeds vroeger (in n°. 52 van den vorigen jaargang) sloegen wij daarom voor aan de Eegeering te verzoeken, eene uitbreiding te willen bewerken van art. 30 der wet IV en het aldus te doen luiden: „Behalve door de „apothekers en door de geneeskundigen tot het afievereu „van geneesmiddelen bevoegd, mogen de geneesmiddelen „door Onzen minister van Binnenlandsche Zaken , eene „commissie van deskundigen gehoord, aan te wijzen, „noch afzonderlijk, noch in mengsels tot geneeskundig „doel bestemd , worden verkocht beneden de hoeveelheid, „daarbij voor elk dier middelen te bepalen.” Dezelfde wensch tot verandering is dooreen der departementen van de Maatschappij ter bevordering der pharmacie in hare laatste algemeene vergadering ingediend. Mijnheer de Redacteur! Dewijl UEd. zoo welwillend geweest is, in het nommer van 33 Aug. jl. van uw geacht blad een aqpniem schrij – ven op te nemen over eene personele zaak, twijfel ik geenszins of gij zult ook wel een plaatsje afstaan voor een onderteekend stukje. Ofschoon niet gewoon op naamloos geschrijf te antwoorden , acht ik mij in dit geval verplicht den onbekenden (?) G. eene , voor hem duistere zaak te verklaren. Inde Geneesk. Courant van 17 Mei jl. was door mij eene advertentie geplaatst, betreffende Minerale en Medicinale wateren , waaronder een NB., inhoudende, dat ook chemisch zuiver gedistelleerd water voorhanden was, a fl,— per bemande flesch. Van verschillende kanten ontving ik daarop oommissiën, doch eenigen vergaten daarbij de ledige bemande flessohen te frankeeren , zoodat ik genoodzaakt was, de vracht daarvoor te betalen. Om daaraan voor goed een einde te maken werd dat NB. door mij in dier voege veranderd, dat genoemd water alleen te verkrijgen was a f 3,20 met de bemande flesch (zijnde f 1,20 de prijs der bemande flesch,) zooals dit den onbekenden (?) G. kan blijken uit mijne advertentie, voorkomende inde Geneesk. Courant van 14 Juni 11. Dezelfde advertentie liet ik overpemen inde Geneesk. Courant van 36 Juli, en nu wilde het toeval, dat men bij het plaatsen verzuimde, vóór de door mij gemaakte verandering het vroeger opgegeven NB. weg te nemen —■ en die twee onder elkander geplaatste NB.’s (dat beken ik) maakten een vreemd effect. ledereen zal mij echter

Sluiten