is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 6, 1869-1870, no 1, 02-05-1869

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en door middel van de Staats-Courant ter ieders kennis gebracht; doch dat de verplichting om zich van den verkoop van die geneesmiddelen beneden de daarbij bepaalde hoeveelheid te onthouden uit de bepaling der wet zelve voortvloeit; 0., dat mitsdien de bekl. door den verkoop van die geneesmiddelen beneden de bepaalde hoeveelheid niet de bekendmaking van den Minister van Binnenlandsche Zaken , maarde wet zelve heeft overtreden; O. ad IIum., dat uit de geschiedenis dezer Wet, zoomede uit de bepalingen van Art. 1 dezer Wet en Art. 9 der Wet van den lsten Juni 1865 (Stél. N°. 60), regelende de uitoefening der geneeskunst, voldoende blijkt, dat het verkoopen, zonder ze te bereiden , ook van zoogenaamde samengestelde geneesmiddelen aan een ieder, behalve de geneeskunst-oefenaren, die daartoe geene vergunning verkregen hebben, in het algemeen veroorloofd, en alleen de verkoop van sommige geneesmiddelen beneden eene bepaalde hoeveelheid is verboden aan lieden, die noch apotheker, noch tot het afleveren van geneesmiddelen bevoegde geneeskundigen zijn, in welk geval door de Wet niet wordt onderscheiden, of die geneesmiddelen nog weder met andere zelfstandigheden zijn vermengd of niet, en dus niet alleen de verkoop van santoninum en chiniuum op zich zelf, maar evenzeer, wanneer die gelijk in casu met chocolade is vermengd, bij de Wet is verboden en strafbaar gesteld; 0,, dat alzoo de dagvaarding wel degelijk bevat een strafbaar feit, niet alleen, maar tevens eene voldoende omschrijving van dit feit, vermits de omschrijving, dat de bevonden hoeveelheid chininum of sulphas ohinini zoo gering was, dat zij niet te bepalen is, noodwendig in zich sluit, dat die hoeveelheid was beneden de bij de Wet bepaalde; O. ad lII'"11., dat een ieder geacht wordt de Wetten te kennen, en dat, waar het enkel geldt de overtreding eener wettelijke bepaling, die, gelijk het geval is met de hier besproken Wet, een uitvloeisel is van het politierecht inden uitgebreidsten zin des woords, al levert zoodanige overtreding ook al ten gevolge der daarop bedreigde straf een wanbedrijf op, de vraag niet kan zijn, of er al dan niet van dolus of kwade trouwl is gebleken, hoedanig criterium daarbij niet wordt gevorderd, en de overtreding der genoemde wettelijke voorschriften, zonder meer, den dader daarvan doet vallen onder de daartegen bestaande strafbepaling; 0., dat mitsdien de straf, bij Art. 31 der aangehaalde Wet bepaald, op den beklaagde behoort te worden toegepast; Gezien de meergenoemde bekendmaking van den Minister van Binnenlandsche Zaken; Gezien Artt. 30 en 31 der Wet van 1 Juni 1865 (Stbl. N°. 61), regelende de uitoefening der artsenijbereidkunst; Gezien enz. Verklaart den bekl. H. J. v.d. K. schuldig aan (zie qualificatiel; Veroordeelt den aldus schuldigverklaarde tot betaling van geldboeten, elk van ƒ 10, ten behoeve van den Staat, alsmede inde kosten, invorderbaar bij aantasting van persoon; met bepaling, dat de boeten, zoo de veroordeelde haar niet betaalt binnen twee maanden, na daartoe te zijn aangemaand, vervangen zullen worden door gevangenisstraf van één dag voor elke boete. (Gepleit voor den beklaagde Mr. E. van Lier, advokaat te Amsterdam).

Door den ütrechtsohen Eechter zijn dus de volgende vragen beantwoord: Vloeit de verplichting om zich van den verkoop van geneesmiddelen beneden eene bepaalde hoeveelheid te onthouden, voort uit de Wet, ook al zijn die geneesmiddelen niet bij de Wet maar bij ministeriëele beschikking aangewezen ? Ja. Maakt Art. 30 der Wet van 1 Juni 1865 (Stbl. N°. 61) een onderscheid of de bewuste geneesmiddelen al of niet met andere zelfstandigheden zijn vermengd ? Neen. Wordt voor het bestaan der overtreding, bij dit Artikel strafbaar gesteld, dolus vereischt? Neen. (Uit het Weekblad van het Hecht.') Mededecllnseu. Ingezonden stukken. Het artikel, waarbij het gewicht voor de geneesmiddelen enz. inde toekomst bepaald wordt, voorkomende inde Wet betredende de maten en gewichten en weegwerktuigen, is van den navolgenden inbond: Art. 42. De invoering van het wettelijk gewigt voor geneesmiddelen , droogerijen en chemicaliën wordt binnen twee jaren na het in werking treden dezer wet *) door Ons geregeld. Met het tijdstip dier invoering wordt het tot dus verre gebruikte medicinaal gewigt afgesohaft. Tevens wordt door Ons bepaald, welke gewigten elk apotheker of tot levering van geneesmiddelen bevoegd geneeskundige, verpligt is voorhanden te hebben. Overtreding van dit voorschrift wordt gestraft voor elk gewigt, dat voorhanden moet zijn, doch ontbreekt met eene geldboete van drie gulden. De laatste bepaling van art. 33 is hierbij toepasselijk. **) Bovendien is, gedurende vijf jaren na het tijdstip der invoering van het wettelijk gewigt, elk apotheker en elk tot levering van geneesmiddelen bevoegd geneeskundige verpligt, op straffe van gelijke geldboete, inde plaatsen waar geneesmiddelen gereed gemaakt worden, zigtbaar voorhanden te hebben een gedrukt exemplaar van eene door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken vast te stellen herleidingstafel van het medicinaal gewigt tot het wettelijk gewigt en omgekeerd. Wij beloofden in N°. 50 van den vorigen jaargang een uittreksel te zullen geven van de advertentie der gezondheidscommissie te Middelburg, voorkomende inde Middelburgsche courant van Dinsdag 23 Maart 1.1. N°. 47, waarop ons de heer P. M. de Ligny namens de gezondheidscommissie wees , ten einde ons nader omtrent het onderzoek der Engelsche biscuits te Middelburg in te lichten. Na lezing der advertentie dunkt het ons echter beter haar in haar geheel mede te deelen. Zij is van den volgenden inbond: //De plaatselijke Gezondheids-Commissie van Middelburg, in aanmerking nemende het veelvuldig gebruik, dat ook in deze Gemeente van de engelsche biscuits wordt gemaakt en de ongunstige berigten die inden laatsten tijd omtrent die biscuits zijn verspreid, heeft het van haren pligt geacht de verschillende, hier in deze gemeente verkocht wordende soorten aan een scheikundig onderzoek te moeten onderwerpen en meent het resultaat daarvan publiek te moeten mededeelen. Dat resultaat is zeer *) De wet treedt, volgens art. 44, in werking den 1 Januari 1870, zo o dat vóór 1872 het medicinaal gewicht afgeschaft en het decimaal gewicht inde apotheek moet zijn ingevoerd. **) Deze bepaling luidt: „Er kunnen niet meer dan tien geldboeten voor gelijktijdig gepleegde overtredingen worden uitgesproken.”