is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 6, 1869-1870, no 39, 23-01-1870

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S3. Welk is het beste proces tot het verkrijgen van een steeds gelijk oplosbaren tartras kalicus?

-24. Door Charles Bullock is aangetoond, dat Veratrum viride geen veratrine bevat. Bestaat de veratrine van den handel in Veratrum album of is daarmede een ander alcaloïde verwisseld geworden? 25. Welke is als de beste methode inde Pharmacopoea op te nemen, om het morphinegehalte vaneen opium te bepalen? | MEDIO AMEN ÏA RADEMACHEBI. Ineen paar December-nommers van [lagere Pharmaceutische Centralhalle zijnde Medicamenta llademacheri, die, hoe onzinnig de bereidingswijzen van sommige schijnen, nog zeer in gebruik zijn, opgenomen en worden in grammengewicht opgegeven. De voorschriften voor deze Medioamenta llademacheri worden bij ons gevonden in het Eottèrdamsche Supplement op de Pharm. Neerl. Wij missen aldaar enkel het ZinCUIH aceticum (Acetas zincicus), dat in Hager’s verzameling voorkomt. De bereiding van dit praeparaat is als volgt: pf: sulphatis zineici cryst. puri, acetatis plumbioi cryst. puri aa partes aeq. Utrumque sal seorsim solvatur aquae destillatae fervidae quantitate decupla; turn liquores commisceantur. Per liquorem a sedimento orto filtrando separatum, gas hydrosulphuricum, perducatur, quamdiu praecipitatum plumbicum nigrum efficitur. Turn liquor acetas zincicus continens evaporando et 1. a. in crystallas redigatur. Bij het emplastrum miraculosum staat in het Eotterdamsohe Supplement eene drukfout. In plaats van //bruinsteen” leze men //barnsteen.” Bij den Liquor anodynus terebinihinatus bedenke men, dat de Liquor aethereus Hoffmanni der Duitsche pharmacopoeën niet. zooals ons oxydum aethylicum cum alcohole, uit gelijke deelen aether en alcohol, maar uit 1 deel aether en 2 deelen alcohol bestaat. Bij den Liquor natrici nitrici (solutio nitratis natrioi) merkt Plager op, dat deze oplossing niet van den ongezuiverden chilisalpeter uit den handel mag bereid worden en voegt er bij, dat dit medicament volgens Eademacher door het publiek dikwijls onder den naam van salpeterdroppels ol Sanct-Peter-droppels verlangd wordt. PHABMACEÜTISCHB EMANCIPATIE DEB VEODW. Inde Tribune me'dicale wordt de volgende bekendmaking uit Parijs aangetroffen; Er bestaan onderscheidene wijken in onze stad en vele dorpen, op verren afstand van apotheken gelegen. Men heeft dus gemeend een nuttig werk te doen, de gelegenheid te openen, dat in deze wijken en dorpen apotheken op kleine schaal worden opgericht, door ervaren vrouwen bestuurd, tot dispensatie van huismiddelen en tevens tot het verspreiden van hygiënische kennis. Eene maatschappij, die zich onledig houdt met het belangrijke vraagstuk van de emancipatie der vrouw, heeft inde rue de ïurenne 23 een cursus geopend, waarin jonge meisjes tot de betrekking van //Herboriste” worden opgeleid. De studiën betreffen de gezondsheidleer en de gewone geneeskunde, plantenkunde, scheikunde, de beginsels der teekenkunde en van het boekhouden, Dr. Herbert, chef-apothekcr der klinieken, is met de voorlezingen over gezondheidsleer en geneeskunde en met de leiding der botanische studiën belast. De scheikunde wordt gedoceerd door den heer

Meiiette, het boekhouden door Mad. Chavot. Gelegenheid tot aanmelding bestaat op genoemde plaats dagelijks van I—3 ure. De bekendmaking is onderteekend door Victor Goupy, Directeur-gérant. Mijnheer de Redacteur ! Dezer dagen was ik inde gelegenheid, Morphinum purum te bereiden, uit eene Oost-Indische opiumsoort, de zoogenaamde Patna Opium. Daar de verkregen hoeveelheid Morphinum voor deze soort opium nog al noemenswaardig is, zoo meen ik reden te hebben, dit ter algemeene kennisse te brengen, rekenende op Uwe welwillendheid mij daarvoor in Uw geacht blad een plaatsje af te staan. De gebruikte bal opium, afkomstig uit de pharmacógnostische verzameling van den Heer ï. D. Vrijdag Zijnen Jr., had de grootte vaneen kinderhoofd, en een gewicht van 117 Deoagram. Uiterlijk was hij gaaf en omwikkeld met eene dikke en vrij stevige korst van Papaverbladen en Rumex vruchten, tot een gezamentlijk I gewicht van 33 Decagram. Hiervan ontdaan zijnde, vertoonde het opium eene donkerbruine kleur, uitwendig gaaf en de buitenste korst hard en brokkelig. Bij doorsnede was het glanzend, iets lichter van kleur, met holten, aan welks randen zich hier en daar schimmel vertoonde. • Het meer inwendige was kleverig en had de consistentie eener pillenmassa. De bekende verdoovende opiumreuk en de bittere smaak waren aan dezen-bal bijzonder eigen. In mijne bewerking heb ik geheel de door Wittstein opgegeven methode gevolgd. Na de eerste koking met water, doorzijging, uitpersing en behoorlijke droging van het terugblijvende, hield ik + 41 Decagram bijmengsels (hoofdzakelijk bestaande uit plantaardige stoffen en eenige steentjes) terug. De als nu verder te bewerken opiumoplossing bevatte na aftrek van al het bovengenoemde: 44 Decagram opium. Deze hoeveelheid leverde mij na afloop der bewerking, 3,38 Decagram (—1 med. once en 4 scrupels) zuiver morphihum. Volgens de Histoire naturelle des Drogues simples van Guibeurt, zoude deze Oost-Indische opiumsoort nooit meer dan 3,5°/0 morphinum bevatten. Doch inde Wasjren-Lexikon der chemisohen Industrie und der Pharmacie, bewerkt door Weidinger, vind ik voor best Oost-Indisch opium 10—ll°/0 opgegeven, doch inden regel zoude het morphine gehalte van Patna en Benares-opium slechts B—s°8—5°/0 zijn. Volgens berekening uit de verkregen resultaten, zonde de door mij verwerkte bal Patna opium van 44 Deoagram, na aftrek van de 73 Decagram bijmengsels, ruim 7% bevatten. Zoo ik evenwel het gewicht der geheele bal als normaal stel, alsdan bewaarheidt de uitkomst voldoende de opgaven van Guibeurt en Weidinger. Daar deze opiumsoort voor pulvis noch extract mag gebruikt worden, en met het oog op den hoogen prijs der Morphine, mag de vrij lastige en tevens langdurige be-. werking, door de verkregen uitkomst, voldoende als beloond gerekend worden, ’s Gravenhoge, J, Mebius. 11 Januari 1870. Uittreksels uit Binnen- en Bultcnlandsche tijdschriften. Bij een opstel van de hand van J. C. B. Moens, getiteld : Onderzoek van basten van Cinchona Calisaja, voor-