Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheuk in zwavelkoolstof of benzol, en vervolgens gelijkmatig met het lijnmeel bedekt. Eindelijk wordt het aan de lucht gedroogd. Het gebruik van dit papier wordt als zeer gemakkelijk beschreven. Men behoeft slechts de zijde, die met het lijnmeel bedekt is, 2 a 3 minuten ineen schotel met warm water te leggen, waarna men het papier dadelijk op de huid aanbrengt. Ook kan de geneesheer het papier, nadat het uit het water genomen is, laten bestrijken met laudanum liquidum, oleum camphoratum. enz. Volgens Gurnel kan men zulke emollieerende cataplasma’s ook maken van poeder van radix althaeae of consolidae. Duquemel heeft gekristalliseerde aconitine bereid. De kristallisatie geschiedde uit aetheerische oplossingen, waarbij petroleumaether gevoegd was, en wel in kleurlooze, rhombische of hexagonale tafelen. Ficinus geeft eene nieuwe methode op om ruwe dextrine te zuiveren, namelijk door middel van dialyse. Men kiest eene dextrine, die niet te veel onveranderd zetmeel bevat, mengt haar met 5 deelen koud gedistilleerd water aan en wascht nog met 1 deel water na. De oplossing wordt ineen dialysator gebracht, waarin men haar, onder gedurige vernieuwing van het water van het buitenste vat, laat, totdat zij Fehling’s procfvooht niet meer reduceert. De dextrine behoort tot de colloïden, zetmeel suiker tot de kristalloïden, zoodat op het laatst eene oplossing van zuivere dextrine inden binnensten cilinder terugblijft. Men verdampt deze oplossing in het waterbad. Het best zal echter dit werk inden winter kunnen verricht worden, dewijl inden zomer de oplossing van dextrine zeer lichtelijk beschimmelt en dan ontleed wordt. Het eenige middel, hetwelk men tot heden kende, om dextrine op suiker te onderzoeken, was haar te behandelen met wijngeest van 80 proc., want de dextrine reduceert de Fehling’sche vloeistof even goed inde koude als zetmeelsuiker. Om eene goede pSte 3U lichens te vervaardigen, wordt door het Bullet. Soc. Pharm. Bruxelles het volgende voorschrift opgegeven. Men neemt 75 gram lichen islandicus, 17 5 // // carraghenicus, 800 // pulvis gummi arabici, 1000 // pulvis sacchari albi. De mossen worden eerst met koud water afgewasschen en vervolgens gedurende een half uur met 3'/2 liter water gekookt, om een liter gelatineus deoootura te verkrijgen. Bij het aldus verkregen nog warme decoctum voegt men bij gedeelten de poeders van gom (beste soort) en suiker, na deze vooraf nauwkeurig vermengd te hebben. Men verdampt verder bij een zacht vuur gedurende twee uren, totdat men 2,05 kilogram paté overhoudt. Eindelijk giet men uit op met olie bestreken platen. Deze paté is buigzaam, zeer oplosbaar en aangenaam van smaak. Volgens Schmidt is het choleravergift eene cyaanverlinding. Deze meening is reeds vroeger beleden (zie No. 18 van den 3den Jaargang), thans wordt de stelling nader ontwikkeld. Als eerste aanleiding tot de vorming dezer cyaanverbinding wordt de elektrisch opgewekte stikstof (Horn’s jodosmon) der dampkringslucht opgegeven, die door inademing inde longen met het bloed in aanraking komt en bij zijne neiging, om verbindingen met

■ de koolstof aan te gaan, cyaan en verwante verbindini gen vormt. De groote overeenkomst tusschen de verschijnsels der blauwzuur-vergiftiging en der cholera beeft • tot deze hypothese geleid. Verscheidenheden. Béchamp heelt niet alleen uit oplossingen van acetas natrious en oxalas ammonicus, maar ook uit zuiver gedistilleerd water zonder eenig ferment, alcohol verkregen, alleen door blootstelling aan de lucht. Hij nam zeer | zuiver gedistilleerd water en stelde het in eene flesch, bedekt met een papier, aan de lucht bloot. Weldra verschenen kleurlooze schimmeltjes, gevormd uit microzyma’s, zeer kleine bacteriën en een zeer fijn mycelium. De toestel werd gedurende zes maanden op eene warme plaats gezet, waarna B. zooveel alcohol kon verzamelen, dat hij dezen goed kon doen branden. Er was terzelfder tijd eene kleine hoeveelheid vaneen vluchtig zuur, benevens ammoniak, gevormd. B. acht het bijna overbodig te vermelden, dat gedistilleerd water onder dezelfde voorwaarden geplaatst, maar waarbij men de schimmels verhinderd had in het water te komen, niets opleverde. Von Lösebe heeft eene sterke ontwikkeling vem blauwzuur waargenomen uit Agaricus oreades Bolt., eenige uren, nadat exemplaren daarvan ingezameld waren. Niet alleen de reuk wees duidelijk de aanwezigheid van blauwzuur aan, maar ook de reactie met versch bereid guajakharspapier, hetwelk met eene zeer verdunde oplossing van sulphas cupricus bevochtigd was. Het papier, boven de zwammen gehouden, werd zeer snel blauw. Op de zwammen werd eenig water gegoten, hetwelk er eenige uren op bleef staan. Bij een deel afgegoten en afgefiltreerd water werden een paar droppels kali-oplossing en vervolgens eene oplossing van sulphas ferrosus en chloretum ferricum gevoegd. Na bijvoeging van ohloorwaterstofzuur ontstond eene groengele vloeistof. Bij een ander gedeelte van het water werd 1 droppel ammonia liquida en eenige droppels zwavelammonium gevoegd, voorzichtig op het waterbad ingedampt en het terugblijvende ineen weinig water opgelost. De gefiltreerde oplossing vertoonde na bijvoeging van 1 droppel chloreti ferrici solutio eene zwakke maar onmiskenbare reactie van sulfocyaanijzer. Sterker nog werden de resultaten verkregen, toen v. L. 300 gram (circa 80 stuks) der zwamhoeden met 50 gram alcohol en 250 gram water o vergoot, en tegelijkertijd eene gelijke hoeveelheid met evenveel water, wraarbij 1 gram kalihydraat was gevoegd. De vloeistoffen, na eenigen tijd afgegoten, openbaarden een zeer duidelijken reuk naar blauwzuur, terwijl de uitgetrokken zwamhoeden zelve enkel den zwamreuk vertoonden. Persoonlijke aangelegenheden. Door den Gouverneur-Generaal van N.-Indië is op verzoek eervol uit Zr. Ms. militairen dienst ontslagen wegens volbrachten diensttijd, met behoud van recht op pensioen, de Iste apotheker (majoor) P. J. Maier; bevorderd tot Iste apothekers (majoors) de militaire apotheker Iste klasse A. A. Bakker Overbeek, thans met verlof in Nederland, en F. Heckmeijer; tot apoth. 2e. kl. de apoth. 3e. kl. N. Cornelisseu, W. Pontier en J. T. Schröder. Overgeplaatst bij ’s Eijks magazijn van geneesmiddelen te Batavia, de militaire apotheker Iste klasse C. F. Michielsen, van het groot militair hospitaal te Soerabaija.

Sluiten