is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 8, 1871-1872, no 43, 25-02-1872

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PHARMACEUTISCH WEEKBLAD

YOOR NEDERLAND. ONDER REDACTIE VAN R. J. OPWIJRDA, Apotheker te Nijmegen,

'Dit Blad wordt eiken Zaterdag uitgegeven bij den Boekban- | delaar D. B. CENTEN te Amsterdam. Prijs per Jaargang, | franco per post, / 4.50. \

Alle stukken, welke men in dit Blad wenscht opgenomen te zien, gelieve men franco in te zenden aan den Redacteur te Nijmegen vóór Woensdag.

Prijs der Advertentiën; van 1 tot 6 regels f I—, elke regel meer 15 ets., en 10 ets. voor een N°, van het Blad. Brieven franco.

N°. 4».

8e Jaargang.

ZONDAG 25 Februari 1873.

Mededeellngen. Ingezonden stukken. De Minister van Staat en van Binnenlandsche Zaken heeft ter algemeene kennis gebracht: I°. dat de Pharmacopoea inde Nederlandsche taal op 33 Februari 1873 zal uitgegeven en verkrijgbaar gesteld worden bij den Boekhandelaar G. J, Mingelen (firma van Wedden en Mingelen) te ’s Gravenhage tegen den prijs van twee gulden vijftig cents [f 3,50) per exemplaar; 3°. dat inde Latijnsche uitgaaf nog enkele drukfouten zijn ontdekt, vermeld ineen verbeterblad, dat kosteloos bij genoemden Uitgever te bekomen is. De Minister van Staat en van Binnenlandsche Zaken heeft d.d. 14 dezer, met het oog op de nieuwe uitgaaf van de Nederlandsche Pharmacopoea, die eene wijziging van de lijst der verplichte geneesmiddelen en van het Koninklijk Besluit van 5 November 1865 (Staatsblad n°. 134) noodzakelijk maakt, aan eene commissie, bestaande uit dr. J. Penn, geneeskundigen inspecteur te Amsterdam; den officier van gezondheid dr, A. W. M. van Hasselt te Amsterdam; dr. G. Eombouts te Velp, en C. H. van Ankum, apotheker te Groningen, opgedragen de bedoelde wijzigingen te ontwerpen. Tot Voorzitter der commissie is aangewezen dr. Penn. De secretaris wordt door de commissie uit haar midden gekozen. PHARMACOPOEA NEERLANDICA, EDITIO ALTERA. y. 4°. Be inde Pharmacopoea aangenomen nomenclatuur en schrijfwijze. Na in het vorig nommer bij 3 en 3 twee facultatieve bepalingen te hebben behandeld, zijn wij thans tot eene imperatieve genaderd. De daartoe geschikte voorwerpen, waarin de geneesmiddelen worden bewaard, moeten hunne officieele en meest gebruikelijke officinale namen duidelijk leesbaar tot opschrift hebben en deze namen worden inde Pharmacopoea aangegeven. Uit hf t Verslag vóór de Pharmacopoea en de voorrede blijkt reeds, dat de Commissie ernstig over de aan te nemen nomenclatuur heeft nagedacht, en bij eene nadere kennisneming met de gekozen namen inde Pharmacopoea valt de bijzondere zorg in het oog, die aan deze schijnbaar ondergeschikte zaak is gewijd. Men heeft zoo min mogelijk willen afwijken van de namen inde Eerste uitgave. Voor de scheikundig-pharmaceutische praeparaten is de latijnsche nomenclatuur van Berzelius gebleven, die vooral bij de zouten de meest

geschikte en wetenschappelijke is, het zuur met een veranderden uitgang als substativum, en het metaal, hetwelk de plaats der waterstof van het zuur inneemt, als adjectivum. Wij zijn echter gelukkig verlost van het herhaalde en overbodige //cum aqua”, hetwelk inde Eerste uitgave bestemd was, om het kristalwater aan te duiden. Yoor de gekristalliseerde lichamen is eenvoudig de naam gegeven, en wanneer hetzelfde lichaam van zijn kristalwater beroofd als geneesmiddel voorkomt, dan is er //exsiccatus” bijgevoegd: Sulphas Eerrosus, Sulphas Eerrosus Exsiccatus, Sulphas Kalico-Aluminicus, Sulphas Kalico-Aluminious Exsiccatus. In die gevallen, waarbij van het praeparaat geene bepaalde scheikundige samenstelling kan worden opgegeven, heeft men den officinalen naam tot officieelen gepromoveerd, z. a, bij Kermes Minerale, Orocus Martis (zoo ook bij Smaltum). Nu men heeft goedgevonden het ouderwetsche voorschrift voor het wit pr aecipitaat te behouden, had men onzes inziens ook hier op gelijksoortige wijze moeten te werk gaan, dewijl de thans als officieel aangegeven naam: Chloretum Hydrargyricum et Amididum Hydrargyricum, de samenstelling van het produkt onvolkomen uitdrukt. Slechts in enkele gevallen heeft men inden naam eenige verandering gebracht, die met de tegenwoordige opvatting meer overeenkomt. Zoo is het Sulphidum hypostibiosum der Eerste uitgave thans veranderd in Sulphidum Stibiosum, omdat men niet meer als vroeger 3, maar slechts 3 oxydatietrappen van het antimoon aanneemt. Wij hebben ons verwonderd, dat de naam Cyanetum Kalico-Eerrosum officieel gebleven en Cyanetum Zincico-Eerrosum officieel gemaakt is. Hier waren toch, naar onze bescheiden meening, veel gevoegelijker als hoofdnamen geweest: Eerrocyanetum Kalicum en Eerrocyanetum Zincicum. Voor de duidelijkheid mogen de namen Bicarbonas Kalicus, Bicarbonas Natricus de voorkeur verdienen boven Carbonas Kalicus Acidus, Carbonas Natricus Aci lus, maar men had dan ook consequent moeten schrijven Bitartras Kalicus en niet, zooals nu, Tartras Kalicus Acidus. Een goede greep, die in hooge mate van de zorg der Commissie in casu getuigt, is de afwijking van de gewone terminologie der zouten bij de verbindingen der alcaloïden met de zuren, de dusgenaamde alcaloïdezouten. Geen Sulphas Chinicus, Hydrochloras Chinicus, Sulphas Morphicus, Hydrochloras Morphicus enz,, maar Sulphas Chinini, Hydrochloras Chinini, Sulphas Morphini, Hydrochloras Morphini, enz., omdat Chininum, Morphinum, in hunne verbindingen met de zuren niet op ééne lijn gesteld kunnen worden met kalium, natrium, ammonium, enz,, maar moeten worden beschouwd als correspondeerend met