is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 14, 1877-1878, no 13, 29-07-1877

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kristalwater en gaat noch in phosphiet noch in phosphaat over; door spiritus wordt het niet opgelost, maar ten gevolge van het uittrekken van water ondoorzichtig, ook geconcentreerd zwavelzuur lost het niet op, wel verdund zwavelzuur, beter nog dan water; het is gemakkelijk oplosbaar in ammonia liquida, langzaam in eene oplossing van natriumcarbonaat. De oplossing in water is luchtbestendig. Uit de beschrijving der bereiding blijkt, dat volgens den schrijver, te gelijk met de vorming van onderphosphorigzuur en phosphorzuur, eene zure tusschenverbinding ontstaat, die hij onderphosphorzuur noemt. Het spreekt van zelf, dat het natriumzout van dit zuur door de zouten van het phosphorigzuur en van het phosphorzuur zeer lichtelijk verontreinigd zijn kan, indien men niet behoorlijk heeft omgekristalliseerd. Als kenmerken van zuiverheid worden door den schrijver opgegeven: Het tot poeder gebrachte zout mag bij de gewone temperatuur niet volkomen inde 40 voudige hoeveelheid water oplossen. De door schudking van het zout met weinig water verkregen vloeistof mag na schudding met de gebruikelijke molybdeenoplossing na langen tijd geen geel bezinksel geven. Is de molybdeenoplossing met chloorwaterstofzuur zuur gemaakt, dan mag zij de phosphorzuurreactie eerst dan geven, wanneer zij gekookt is en eenige droppels salpeterzuur zijn bijgevoegd; een ander gedeelte der oplossing van het zout moet met één of twee droppels zilveroplossing een wit bezinksel geven, dat ook bij kookhitte sneeuwwit blijft. Men kan ook de zoutoplossing met baryumcarbonaat digereeren, waarbij een deel van het phosphorzuur opgelost blijft en gemakkelijk kan aangewezen worden; een ander gedeelte wordt dan bij de opvolgende behandeling van het uitgewasschen overblijfsel met kleine hoeveelheden zwavelzuur eerst afgescheiden, ten laatste verschijnt het phosphorzuur. De schrijver heeft daardoor willen bewijzen, dat het natriumhypophosphaat geen dubbelzout is van natriumphosphiet en natriumphosphaat, zooals hij inden beginne vermoedde. De behandeling met baryumcarbonaat is ook het eenige middel de drie zuren van den phosphorus aan te wijzen, wanneer zij met andere zuren vermengd in geringe hoeveelheden bij elkander voorkomen. Het zout is nog betrekkelijk hoog in prijs (1 kilogram kost 60 gulden, 10 gram 90 cents), waarvan de oorzaak daarin gelegen is, dat naar de tot heden opgedane ervaring ongeveer 3 deelen phosphorus voor de bereiding van 1 deel van het zout vereischt worden. (Liebig's Annalen der Chemie, daaruit overgenomen inde Pharm. Tjeiiung van 14 Juli.) Inden handel komt, volgens Opitz, Sympus rilbi idaei voor, die geheel en al een kunstproduct is, bereid uit aqua rubi idaei, wijnsteenzuur en malvabloemen met de kelken. De proef met ammonia liquida geeft eene grijsblauwe kleur, evenals bij de echte stroop. Salpeterzuur laat de kleur rood. Om zekerheid te hebben van de echtheid van den Syrupus rubi idaei tegenover dit kunstprodukt, zoo neme men 5 gram stroop en 5 gram spiritus en schudde ze in eene reageerbuis goed dooreen. Een vlokkig bezinksel toont de aanwezigheid van peotinezuur en dus de zekerheid van echte stroop aan. De hoeveelheid van het bezinksel wordt door eene tegenproef met echte stroop duidelijk bewezen. Door Manhiewicz wordt eene verbetering opgegeven bij de bereiding van Sollltio Acetatis ferrici (Liquor Ferri acetici). Het is namelijk vrij lastig het gepraecipiteerd ferridhydroxyde na afwassching door uitpersen van water te bevrijden. Inden winter gaat dit echter zeer goed, indien men het bezinksel op het colatorium bij minstens 5° koude ongeveer 24 uren laat staan, zoodat alles volkomen bevriest, en vervolgens inde warme kamer brengt, waarbij het langzamerhand ontdooit en het water afloopt. Men zal alsdan een ferridhydroxyde verkrijgen, hetwelk gemakkelijk in azijnzuur oplost. Radix uncoma of uncomocomo is synoniem met Ehizoma Pannae p. Panna, den uil Zuid-Afrika ingevoerden wortelstok van Aspidium athamanticum, die als middel tegen den lintworm ook; door menig Duitsch geneeskundige hoog geschat wordt. Om gekristalliseerd phosphorigzuur (H3PO3) te bereiden, verdampt Gros/ieintz phosphortriohloride (PCI3) ineen drogen luchtstroom en leidt de dampen in water, hetwelk door ijs afgekoeld is (PCi3 |3H,Oz3 HCI + H3P03.) Nadat het water voldoende verzadigd is, scheidt het kristallen van phos-

phorigzuur af, die spoedig in aantal toenemen en de vloeistof in eene dikke brij overbrengen. Deze wordt met behulp der waterluchtpomp van water bevrijd, met kleine hoeveelheden afgekoeld water afgewasschen en in het luchtledige gedroogd. Als excipiens voor stiften met acidum tannicum, alumen enz. voor de uterus is volgens Dug uesnel gutta percha het best geschikt. Men verwarmt een ijzeren of geelkoperen vijzel tot ongeveer 100o C., brengt gelijke gewichtsdeelen gutta percha in kleine stukken en het voorgeschreven middel (acidum tannicum, oxydum zinoicum, alumen enz.) inden verwarmden vijzel, mengt goed dooreen en rolt de massa op eene eenigszins verwarmde glazen of metalen plaat tot cilindervormige staafjes uit. Deze stiften zijn buigzaam en bij geringe warmte van voldoende taaiheid en elasticiteit. Zoodra zij met het slijmvlies in aanraking komen, geven zij een gedeelte van het daarin besloten geneesmiddel af. Benzoas lithicus (Lithiumbenzoaat: C 6HSCOO Li) wordt door Tréhyan boven alle andere lithiurapraeparaten bij de urinezuur-diathese aangewend. Vooreerst is het gemakkelijk oplosbaar in water en ten anderen kan het benzoëzuur door zijne omzetting in het stikstofhoudend hippuurzaur de afscheiding van het urinezuur direct tegenwerkten. In plaats van de moeilijk oplosbare uraten, die algemeen als de oorzaak van jicht? kwalen beschouwd worden, verschijnen gemakkelijk oplosbare hippuraten van alcali- en aardalcalimetalen, die het organisme met de urine afscheidt. Bij voortgezet gebruik van het lithiumbenzoaat worden de jichtaanvallen en de pinen minder. Sylvino-abiëtinas natricus (tegen blennorrhee) wordt volgens HaeJcl bereid door 180 gram carbonas natricus in 1 liter water op te lossen, de oplossing tot koken te brengen, langzamerhand 130 gram pulvis colophonii bij te voegen en zoolang te koken, totdat eene uitgenomen proef, als prop op eene porseleinen plaat gebracht, tot eene tamelijk vaste massa stijf wordt. De gevormde harszeep wordt op een doorzijgdoek gebracht en na het afdruipen der loog meermalen met gedestilleerd water afgewasschen. De verbinding bestaat uit eene kleverige massa, is geelwit, wordt langzamerhand vastei; en donkerder. Bij oplossing in water blijft slechts weinig achter, de oplossing schuint sterk; in spiritus is de oplossing volkomen. Smaak aangenaam aromatiek, bitterachtig, een weinig alcalisch; reuk als terpentijn. Daarmede overeenkomstig is een recept voor pillen, hetwelk wij meermalen gereed maakten, bestaande uit carbonas ratricus en colophonium met magnesia usta tot massa gébracit. Bereiding van honigwijn. Men brengt ineen zuiveren keel 15 kilogram honig in 50 liter water. Dit mengsel wordt gedurende twee uren zacht gekookt, afgeschuimd, tot bekoeling gezet, ineen vat gebracht en inde gistende massa een no)tmuskaat en 15 gram kaneel grof gestooten ineen linnen lanje door het spongat gehangen. Door bijvoeging van het sap van boschbessen geeft men aan den wijn eene fraaie roode kleur. Va de gisting laat men den wijn nog drie maanden liggen en kan hem dan nuttigen. Tinctura seminis calabar (physostigmatis) aetherea (volgens { Hager). 10 Deelen extractum calabar worden met 2 deeen magnesia alba vermengd, het mengsel wordt bij zachte warnte tot droog gebracht, tot poeder gewreven en dit gedurende 2 dagen met 60 deelen aether gemaeereerd. De colatuur van «n-geveer 50 deelen wordt met spiritus tot 100 deelen verdunt. Black Clirrant Lozenges. Het sap der bessen van Ribes niira (zwarte aalbessen) wordt met suiker gekookt en door bijvoeging van gummi arabioum tot de consistentie van pastieljes gébracit. Gewoonlijk geeft men ze een halfronden vorm zooals gombalen en candeert na het drogen. Lacca antoxydatoria volgens Hager (voor het lakken van ijzeren en stalen gereedschappen, bijv. chirurgicale instrumentin, die zelden gebruikt worden om ze tegen roest te bewaren) Jf: paraffini puri 100,0, terebinthinae venetae 10,0, benzini 500,0. Door zachte verwarming wordt een helder vocht verkregm. VERBETERING. In No. 12, blz. 1, kol. 1, regel 34 van boven stat: //M. A. Hooftman”, moet zijn: //11. A. Hooftman”.

23 alkemade (Z.-Holland).’ J. Van Baak, pl. h. en vr. m. Haarlem 30 Mei en 9 Nov. 1837. J. 1. Van Soest, pl. h. en vr. m. Arnhem 7 April 1843 en 29 Juli 1846. J. A. Vuisting, pl. h. en vr. m. ’s Gravenhage 4 Aug. en 13 Nov. 1840. ALMELO (AMBT). G. C. M. Aalbertsberg, pl. h. en vr. m. ’s Gravenhage 15 Nov. 1864 en 15 Juni 1865. A. H. Schoemaker, m., eb. et a. o. dr. Utrecht 2 Juli 1859, 18 en 16 Juni 1860, almen (Gelderland). A. M. Frederikse, pl. b. en vr. m. Arnhem 26 Sept. 1854 en 19 Sept. 1855. almkerk (N.-Brabant). I, J. van Dusseldorp, pl. h. envr. m. ’s Hertogenbosch 11 Oct. 1842 en 10 Oct. 1843. alphen (Z.-Holland). L, Binnendijk, pl. h. en vr. m. ’s Gravenhage 7 Aug. 1832. M. de Keyzer, m., eb. et. a. o. dr. Leiden 14 Nov. 1856 en 5 Mei en 1 Juli 1865. C, Numans, m. dr., pl. b. en vr. m. Heidelberg 8 Aug. 1860, Utrecht 16 Dec. 1861,27 Febr. en 19 Sept. 1856. ameide (Z.-Holland). F. J. van den Berg, arts. 9 Juli 1874. amerongen (Utrecht). J. H. Coolhaas, m., ch. et a. o. dr. Utrecht 1839 en 1840, Leiden 1841. andel (N.-Brabant). A. Bothal Mari, pl. h. en vr. m. Dordrecht 1 April 1840 en 8 Oct. 1841. andelst (Gelderland). C. P. Was, pl. h. en vr, m. Middelburg 19 Nov., 22 Febr. en 15 Mei 1860. andijk (N.-Holland). P. Hammes, pl. h. en vr. m. Dordrecht 29 Maart en 29 Augustus 1855. J. Scheffelaar Klots, arts. 19 Dec. 1866. anjum (Oostdongeradeel) (Friesland). J. C. Hemsingh, m. et a. o. dr. Groningen 36 Juni 1850 en 32 Oct. 1853. si. antonis (N.-Brabant). J. Van Boxmeer, pl. h. en vr. m. ’s Hertogenbosch 13 Mei 1840 en 12 Oct. 1841. APELDOORN (Gelderland). C. Vermeulen, med. dr. Utrecht 22 Maart 1850. APPINGEDAM. R. P. Cleveringa Rz., m. en a. o. dr. Groningen 16 Dec. 1846 en 17 Juni 1848. arum (WomeradeeT) (Friesland). G. B. Bruinsma, pl. h. en vr. m. Leeuwarden 6 Dec. 1853 en 11 April 1854. asperen (Z.-Holland). J. L. E. J. Lührs, arts. 10 Juni 1872. ASSEN. D. Cohen, m„ ch. et a. o. dr. Groningen 1 Mei 1839, 9 Dec. 1841 en 22 Oct. 1840. J, Vander Scheer, m., ch. et a. o. dr. Groningen 1 Juni 1850, 3 Dec. 1859 en 20 Dec. 1850. assen delft (N.-Holland). S. Bon, pl. h. en vr. m. Haarlem 23 Aug. 1862 en 37 Nov, 1861. H. Simons, m. et a. o. dr. Leiden 18 Jan. en 16 April 1856, asten (N.-Brabant). B. Martzeller, m., ch. et a. o. dr. Utrecht 39 Maart 1838, 20 en 29 Maart 1844. J. Schrappers, pl. h. en vr. m. ’s Hertogenbosch 13 Oct. 1857 en 14 Febr. 1860.