is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 14, 1877-1878, no 18, 02-09-1877

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14e Jaargang. ’ 2 September 1877. N°. 18.

PHARMAGEUTISCH WEEKBLAD

VOOR NEDERLAND. Apothekers en Apotheekhoudende Geneeskundigen.

REDACTEUR: K. J. OPWIJRBA, te Nijmegen. Prijs per Jaargang, franco, per post, ƒ 4,50. Advertentiën: van I—s regels ƒ 1,—, elke regel meer 20 Cts. en 10 Cts. voor een N°. van het blad. Een Abonnements-tarief is op aanvrage verkrijgbaar.

Mededcelingen. Ingezonden stukken. Door Z. M. is bewilliging verleend tot oprichting van de naamlooze vennootschap : de Kinacultnur-Maatschappij, te vestigen te Amsterdam- Uit de statuten inde Staats-courant van 31 Augustus blijkt, dat de vennootschap ten doel heeft //de exploitatie van landbouw-ondernemingen uit Nederlandsch-Indië.” De vennootschap is aangegaan voor den tijd van 75. jaren. Het kapitaal bedraagt 500,000 gulden, verdeeld in 350 aandeelen. Vennooten zijn ; dr. A. J. G. Kerner, scheikundige, dr. C. C. C. Zimraer, industrieel, G. C. Zimmer, industrieel en W. L. .T. Hofi', industrieel, allen te Frankfort a./M., M. Gallenkamp, koopman te Amsterdam, dr. J. E. de Vrij, oud-inspecteur voor scheikundige onderzoekingen in Ned. Indië, en mr. J. P. van Bosse, advocaat bij den Hoogen Raad, beiden te ’s Gravenhage. FÜCHSINE IN WIJN. Nadat ik reeds herhaalde malen Bordeauxwijn met negatief resultaat op de aanwezigheid van fuchsine onderzocht,'trof ik 1. ). week ineen mij ter hand gesteld vocht, hetwelk onder den naam van //petit Bourgogne” verkocht was, voor het eerst, benevens malvakleurstof, fuchsine aan. De volgende verschijnsels werden waargenomen in verschil met die van gewonen wijn. Bij vermenging met eene geconcentreerde oplossing van sulphas cupricus ontstond eene violette kleur (bij echten wijn bijna geene kleursverandering). Bij behandeling met zink en chloorwaterstofzuur volgde na verloop vaneen paar uur geheele ontkleuring (bij echten wijn eerst na één a 2 dagen'. Na bijvoeging van solutio chloreti ferrici ontstond eene violette kleur (bij echten wijn bruinrood). Na‘schudding met een gelijk gewicht mangaandioxyde gedurende een kwartieruur was de afgefiltreerde vloeistof bruin (bij echten wijn kleurloos). De fuchsine werd aangewezen door bij den wijn zoolang Solutio Acetatis plumbici basioi te droppelen als er een praeeipitaat ontstond en alles vervolgens met amylalcohol te schudden. De zwartachtig neergeslagen vloeistof werd daarbij eenigzins paars. De vloeistof werd afgefiltreerd; er ontstond een filtraaf in twee lagen, waarvan de benedenste laag duidelijk rood gekleurd was. Na afzondering van de bovenste laag werd uit de benedenste met zwavelzuur het lood uitgepraecipiteerd, en hét praeeipitaat aigefiltreerd. Door de bijvoeging van het zuur was de vloeistof intensiever rood geworden Door bijdroppeling van ammonia liquida verdween de kleur geheel, om met azijnzuur maar vooral met chloorwaterstofzuur zeer fraai terug te komen. (Bij echten wijn veranderde de met basisch loodacetaat gepraecipiteerde vloeistof niet na schudding met amylalcöhol en de afgefiltreerde vloeistof was volkomen kleurloos). Een onderzoek op arsenik gaf een negatief resultaat. Tot de kleuring was dus zuivere fuchsine gebruikt.

UITGEVER: D. B. CETCTEft, te Amsterdam, De stukken, welke men wenscht opgenoraen te zien, worden ui terlijk Woensdag morgen verwacht hij den Redacteur. De Advertentiën ui ter lijk Vrijdag avond bij den Uitgever.

Dordrecht, 22 Augustus 1 877. Geachte heer ! Het verslag van het verhandelde inde laatste vergadering van den geneeskundigen raad van Z.-Holland over vervalsching | van levensmiddelen, dat, na in verschillende couranten te zijn opgenomen, ook in het Pharm. weekblad is overgedrukt, verzoek ik u te willen verbeteren door de mededeeling : Dat ook te Dordrecht door de Yereeniging tot bevordering der volksgezondheid een onderzoek is ingesteld omtrent de zuiverheid van brood, melk en azijn; dat uit dat onderzoek is gebleken, dat de veertien monsters brood van verschillende bakkers onvervalscht, maar melk en azijn daarentegen met water verdund waren ; sommige monsters azijn bevatten slechts één in plaats van twee procent azijnzuur, maar dat een. te gering gehalte azijnzuur zeker niet schadelijk voor de gezondheid zijn zal; en dat door mij eenige malen boter is onderzocht, die ik steeds onvecvnlscht heb gevonden. Tot zoover hetgeen in die vergadering door mij over dit onderwerp gesproken is; ik kan'er hier nog bijvoegen dat voor ongeveer twee jaren een commissie uit bovengenoemde vereeniging meer dan 80 monsters van verschillende fabrikanten en verkoopers, zonder resultaat, heeft onderzocht. Zoolang dé noodzakelijkheid eener wet tegen vervalsching van levensmiddelen, uiteen hygiënisch oogpunt, niet beter door feiten bewezen wordt, vind ik dat de bespreking daarover niet t’ huis behoort iu een vergadering van den geneeskundigen raad, en ligt het mijns inziens niet op den weg van dit staatsbestuur om te waken tegen vermenging van voedingsstoifen, waardoor de gezondheid niet bedreigd wordt, maar alleen de handelswaarde van het artikel vermindert, m. a w. waardoor fraude gepleegd .wordt om slechte waar tegen veel geld aan den man te brengen. Een dergelijk toezicht behoort aan de politie. De oorzaak, dit u en mogelijk anderen deze opinie niet met mij deelen, ligt waarschijnlijk in het feit dat, ingeval de off. van justitie een vervolging instelt wegens fraude in zake voedingsmiddelen, meestal een apotheker wordt aangewezen dienaangaande een onderzoek in te stellen. Hierdoor komt men allicht tot de veronderstelling, dat de geneeskundige raden, die voor een deel uit apothekers zijn samengesteld, ook geroepen zijn te waken tegen de voor de gezondheid niet schadelijke vervalschingen. Geloof mij enz. T. T. J. A. J. van de Ven. I . _ Aan den eenen kant betwist men de bevoegdheid der geneeskundige raden, om de therapeutische en pharmaceutische waarde van eem geneesmiddel te onderzoeken, aan den anderen kant zelfs om in hunne vergaderingen de vervalsching van voedingsmiddelen ernstig te bespreken. Binnen welke grenzen wil men hen dan beperken, welke onderwerpen wenscht men in die vergaderingen