is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 14, 1877-1878, no 45, 10-03-1878

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14e Jaargang. 10 Maart 1878. N°. 45.

PHARMACEÜTISCfI WEEKBLAD VOOR NEDERLAND. Voor Apothekers en Apotheekhoudende Geneeskundigen.

REDACTEUR: B. J. OPWIJRDA, te Nijmegen. Prijs per Jaargang, franco per post, f 4,50. ' Advertentiën: van I—s regels f 1,—, elke regel meer 20 Cts. en 10 Cts. voor een N°. van het blad. Een Abonnements-iarief is op aanvrage verkrijgbaar. mededcelingen. Ingezonden stukken. I HET DEPARTEMENT AMSTERDAM DER NEDERLANDSCHE MAAT- j SCHAPPIJ TER BEVORDERING DER PHARMACIE EN DE TEREENIGING EIGEN HULP. De mededeeling omtrent het besluit van het Departement Amsterdam met betrekking tot de voorstellen van Eigen Hulp, ontvingen wijde voorlaatste week nog even bij tijds om haar in het vorig nommer op te nemen, maar wij konden slechts in een paar vluchtige trekken den indruk weergeven, dien het besluit op ons gemaakt heeft. Wij willen dit thans nader ontwikkelen, omdat wij, zooals uit al onze vroegere artikelen en het opnemen van alle daartoe betrekkelijke stukken blijkt, de bemoeiingen van Eigen Hulp voor het verkrijgen van pharmaceutische hulp, van geen geringe beteekenis achten voor de uitoefening der artsenijbereidkunst. Wij wenschen onze denkbeelden met bescheidenheid, maar onverholen als altijd te formuleeren, waarbij zelfs persoonlijke aanwijzingen in verband met de zaak niet geheel kunnen vermeden worden. Uit de geheele houding van het Amsterdamsche Departement spreekt, dat aldaar niet zoozeer uit overtuiging gehandeld is, maar dat men veeleer geleid werd door intimidatie over mogelijke nadeelen, waarmede Eigen Hulp’s bemoeiingen als zoovele schrikbeelden bedreigen, als daar zijn het vinden van apothekers, die zich aan bepalingen van Eigen Hulp tot het verkrijgen van goedkoope geneesmiddelen willen onderwerpen, of anderszins het oprichten eener centraal-apotheek. Maar voor eene centraal-apotheek is kapitaal tot oprichting en bedrijf noodig, moet onbepaald vertrouwen gesteld worden inden persoon of de personen, die men aan het hoofd zou moeten plaatsen, zoowel wat aflevering als aankoop betreft, bij wie men zich verder algeheele toewijding zou moeten voorstellen, ook zonder persoonlijk belang bij den bloei, om steeds goede en goedkoope geneesmiddelen te leveren. Mijns inziens zou Eigen Hulp zich wel driemaal bedenken, eer dat zij daartoe overgaat. En dat de pogingen van Eigen Hulp schipbreuk leiden, indien de besten onzer collega’s een goed gesloten phalanx vormen, leeren ons de besluiten te ’s Gravenhage en andere plaatsen genomen. Hoe flink staat o. a. het besluit van het ’s Qravenhaagsche departement tegenover dat van het Amsterdamsche. Te ’s Gravenhage wil men van geen transactie of schijnconcessie weten; ronduit en zonder vrees wordt daarmede uitgesproken: eene bemoeiing van Eigen Hulp tot het goedkooper verkrijgen van geneesmiddelen voor hare leden komt der Maatschappij ter bevordering der Pharmacie onnoodig en schadelijk voor; onnoodig omdat de apotheker reeds nu geheel uit zich zelven door plichtbesef en eigenbelang gedreven wordt, de cliënten te behandelen, zooals Eigen Hulp verlangt; schadelijk, omdat men door het verleenen van voorrechten aan eene bijzondere klasse van personen, in eene scheeve verhouding komt tegenover anderen. Welk antwoord toch moet de apotheker, die aan ambtenaren met een jaarlijksch tractement van 2000 tot 3500 gulden en meer tegen een vastgesteld tarief geneesmiddelen levert en dus tegen willekeur vrijwaart, geven; hoe zal hij zich verantwoorden, wan-

UITGEVER: D. B. CENTEX, te Amsterdam. De stukken, welke men wenscht opgenomen te zien, worden aiterlijk Woensdag morgen verwacht bij den Redacteur. De Advertentiën uiterlijk Vrijdag avond bij den Uitgever. neer de koopman, de industrieel, de rentenier met gelijk inkomen, | maar die geen lid van Eigen Hulp is of kan zijn, hem vraagt: waarom deze en waarom word ik anders door u behandeld en blijf aan uwe willekeur blootgesteld? De houding van den aldus geinterpelleerden apotheker kan zeker niet aangenaam, niet gewenscht genoemd worden, niet overeenkomstig de handhaving van de eerder pharmacie. Al is het in het groote Amsterdam meer denkbaar dan elders, dat Eigen Hulp personen zou vinden genegen, om hare pogingen te ondersteunen, er is toch ook een Departement met een aanzienlijk ledental, hetwelk handelend daartegen kan optreden. Het heeft ons daarom ernstig leed gedaan, dat leden van het Departement, personen, die wij hoogachting toedragen, vertrouwde apothekers te Amsterdam, die ons bij het bericht in het vorig nommer genoemd waren, dit niet hebben tegengesproken, zoodat wij het er voor moeten houden, dat zij met Eigen Hulp in onderhandeling getreden zijn. Wij vreezen: zij staan op eene gevaarlijke helling, de Scylla willende vermijden zullen zij inde Charybdis vervallen. lnde bakermat van Eigen Hulp, Oostenrijk, kon het oog nooit gericht zijn op de geneesmiddelen, omdat aldaar eene vaste tax bestaat. In ons vrij en busrijk Nederland is de bodem geschikter om het zaad uitte strooien en, indien de goede geest der pharmacie niet over ons blijft waken, zullen wij ons den oogst bitter beklagen. De vermomde bus voor den fatsoenlijken stand staat daarmede voor de deur, die ons gebeel ten onder zou brengen. Ik heb eenigen moed, dat ernstig nadenken de leden van het Amsterdamsche departement der Maatschappij ter bevordering der pharmacie zal doen terugkeeren van den ingeslagen weg eu dat zich ook bij de vele ontwikkelde mannen, die leden zijn van de Afdeeling Eigen Hulp te Amsterdam, de overtuiging zal vestigen, dat de concessie, daarin voorgeslagen, slechts in schijn bestaat, noodeloos pharmaceuten inde werkzaamheden der vereeniging mengt en door de vereischte contante betaling de leden in moeielijkheden brengen kan. Aan den anderen kant meen ik, dat al de verwikkelingen in de laatste dagen over deze zaak tot de uitkomst moeten leiden: Be tijd van willekeurige berekening inde apotheken is voorbij. De apothekers leggen zich zelven de banden aan, waaraan geen vrije Eegeering haar binden kan. Evenals de geneeskundigen, schroomen zij niet openlijk mede (e deelen de som der vergoeding, die zij voor hunne te verleenen diensten verlangen. De apothekers, die zich daartoe willen verbinden, maken bij advertentie aan het publiek bekend, dat zij voortaan hunne geneesmiddelen zullen berekenen naar eene vaste tax, die bij elk hunner ter inzage ligt en die des verlangd afgegeven w'ordt. Dit zou algemeen vertrouwen wekken. Ook de apotheker moet kunnen nagerekend worden, geheel in overeenstemming met art. 17 van de wet regelende de uitoefening der artsenijbereidkunst: //De //apotheker geeft, wanneer het door dein art. 12 genoemde per//sonen (de zieke, de geneeskundige, de rechterlijke of genees//kundige ambtenaar) verlangd wordt, eene gespecificeerde reke//ning der geleverde geneesmiddelen.” Dan wordt het publiek overtuigd, dat wij als eerlijke mannen op goede grondslagen onze berekeningen inrichten. Alle verhalen omtrent de te hooge cijfers