is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 4, 1862, 1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

muskaatnoot, kaneel, nagelen, drie soorten van peper, gember, gelangawortel, paradijskorrels enz.

Het aldus toebereide Madjoun wordt in vaatwerk gebragt, waarin het zeer lang zonder te bederven kan bewaard worden. De weinige Muzelmannen, die zich in Algiers met den verkoop daarvan afgeven, leveren het af in papier gewikkeld. De gift wisselt af van de grootte eener hazelnoot, tot die eener okkernoot, naar den ouderdom en het geslacht van den persoon die er gebruik van maakt en naar mate men er aan gewoon is geraakt. Inden regel maakt men er gebruik van bij het avondeten, waarbij het een deel uitmaakt van het eerste geregt. Een kop koffij, onmiddellijk daarop gedronken, begunstigt de werking er van en zij die er gewoonlijk gebruik van maken, blijven zelden in gebreke tot dit adjuvans de toevlugt te nemen. De meeste Haschis-eters zijn ook Haschis-rookers; zij rooken dc gedroogde bladeren der plant alleen of gemengd met, zoo als zij het noemen, woestijniabak (1). Yoor dit gebruik worden in het land zeer kleine aarden pijpjes gefabriceerd. Korten tijd nadat men eene zekere dosis Haschis inde maag gebragt heeft, voelt men eene sterke behoefte om te eten en welke behoefte men zonder nadeel schijnt te kunnen bevredigen. Daarna gevoelt men eene buitengemeene ligtheid, eene onweerstaanbare kracht spoort hen aan tot loopen, beweging , springen , dansen , in het kort tot allerlei soort van buitensporigheden. De meest phantastische dingen, zoo wel de vrolijkste als de treurigste komen hem alsdan voor den geest en tevens vertoont zich een overvloed van vitaliteit inde teeldrift van beide geslachten. Over de werking en verschijnselen welke de Haschis voortbrengt kan men overigens zeer uitvoerig lezen in het werk van Dr. Auber (DelaPesteou Typhus d’Oriënt, Paris 1840.) (1) Vermoedelijk een Hyoscyamus. De Arabieren van de hoogvlakten van Algerië appliceren de bladeren vaneen Hyoscyamns van hun land , die zij Salélandar noemen, op het hoofd, tegen hoofdpijuen.

22