is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 4, 1862, 1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toenmalige Lectoren Dr. Gr. J. Mulder en Dr, W. H. d e Yriese, de eerste thans Hoogleeraar inde Scheikunde te Utrecht; de laatste Hoogleeraar inde kruidkunde te Leijden en onlangs door den dood aan de wetenschap ontrukt, te genieten. Uit onderwijs, dat behalve de Schei- en Artsenijbereidkunde, ook nog de elektrische- en analytische Scheikunde, de pharmaeeutische Werktuigkunde, Artsenijkennis, praktische oefeningen in het Laboratorium, benevens de Plantenkunde en Natuurlijke Historie van het Dierenrijk omvatte, werd door hem met zeldzamen ijver en naauwgezetheid gevolgd. Zijne onverdeelde toewijding aan alles, wat eene degelijke vorming voor zijnen aanstaanden stand kon bevorderen, legde bij hem den vasten grondslag voor die hoogere ontwikkeling, die hem de wetenschap om de wetenschap leerde liefhebben , die hem in staat stelde later de eerste plaats in te nemen inde rij der wetenschappelijke Pharmaceuten van ons vaderland en hem onderscheidene en gewigtige betrekkingen inde maatschappij met eere te doen vervullen. Zijn voorbeeldig verkeer gedurende den tijd van zijn verblijf aan de schoolwas zoodanig, dat hij niet alleen de bijzondere vriendschap zijner beide leermeesters in hooge mate genoot, maar geheel in hun vertrouwen deelde en den engeren kring van hunnen vriendschappelijken omgang mogt genieten. Belangrijk vooral heeft de naauwe vriendschappelijke betrekking met zijnen leermeester Mulder bijgedragen tot het vestigen van zijn karakter en inzigten. Niet tevreden met eene oppervlakkige en onvolledige kennis, was het steeds zijn streven, met vastheid van geest en volharding door te dringen tot het wezen der dingen en hij liet zich daarbij niet ligt door moeijelijkheden afschrikken. Grondig en veelzijdig was dan ook zijne kennis, en het verdient opmerking, als behoorende tot de schildering van zijne persoonlijkheid, dat hij, in al wat hij ondernam, een zeldzaam geduld en volharding aan den dag legde, dat hij zich nimmer met een oppervlakkig onderzoek vergenoegde en bij voorbeeld zijne analysen en wegingen met eene minu-

290