is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 12, 1875-1876, no 19, 05-09-1875

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•* 5- MAANDELIJKSCH BIJVOEGSEL

ten behoeve van Apotheekhondende Geneeskundigen.

EADIX CALAMI AEOMATICI. Kalmuswortel. Voorkomen en geur voldoende bekend. De litteekens der wortelvezels aan den onderkant duidelijk zichtbaar. Moet voor geneeskundig gebruik ongeschild blijven. EADIX CALUMBA. Calmnba- of Columbowortel. Vooral gekenmerkt door de 3 of 4 ringen, die men aan de schijfvormige stukken kan onderscheiden, en door den zeer bitteren smaak. Eene oplossing van iodium op den wortel gedroppeld, maakt hem blauw. Geen wormstekige stukken te gebruiken. CANTHAEIS. Spaansche vlieg. Het uiterlijk voorkomen van de Spaansche vlieg is voldoende bekend. Bij het tot poeder brengen zij men zeer omzichtig met het inademen der dampen. Men is wel gewoon een stukje kamfer te leggen inde flesch, waarin men de cantharides bewaart of wel de cantharides met eenigen aether te bevochtigen, om te voorkomen, dat zij door de mijt aangetast worden en tot poeder vervallen, waardoor zij onwerkzaam worden. CAEAGHEEN. , lersch mos. Voornamelijk gekenmerkt door het gaffelig-verdeeld o-eelof witachtig loof. CAEBONAS CALCICUS. Koolzure kalk. Dit praeparaat is inde plaats getreden van vele dierlijke producten, die in vroeger dagen inden artsenijvoorraad voorkwamen en hoofdzakelijk uit Carbonas calcicus bestonden. e Pharm. bedoelt met Carbonas calcicus het gepraecipiteerde praeparaat inden ijzervrijen staat. 1. De Carbonas calcicus moet in eene voldoende hoeveelheid acidum hydrochloricum dilutum volkomen oplossen en m deze oplossing mag geen neerslag of kleuring ontstaan, vanneer-men er zwavelwaterstofwater bij voegt en ook o-een donkere kleur, indien men de oplossing met ammonia liquida alcahsch maakt en er vervolgens sulphohydras ammonicus bij voegt. 2. Het praeparaat moet volkomen onoplosbaar zijn in gedestilleerd water. Schudt men een gedeelte met gedestilleerd water en scheidt men de vloeistof door filtratie af, dan mag er door bijvoeging van eenige droppels eener op’ lossing van nitras argenticus (1 : 20) geen neerslag ontstaan Eene zeer geringe troebeling maakt het praeparaat echter niet verwerpelijk. Hoofdkenmerk. Opbruising na opgieting van acidum hydrochloricum dilutum Maakt men de oplossing in acidum hydrochloricum dilutum neutraal met ammonia liquida, dan moet er door bijvoeging van eene oplossing van oxalas ammonicus een zwaar wit praecipitaat ontstaan, hetwelk onoplosbaar blijft al voegt men er acidum aceticum bij. CAEBONAS ET HYDEAS PLUMBICUS. Koolzuur loodoxyde. v.n onds bekend „.de, • v\it van kleur, onoplosbaar in water, volkomen op-

losbaar in eene overvloedige hoeveelheid acidum nitricum diiutum of acidum aceticum dilutum. 2. Bij koking met eene overvloedige hoeveelheid bijtende kaliloog (solutio hydratis kalici) moet het eerst gevormde praecipitaat geheel oplossen. Hoofdkenmerken. Opbruising bij behandeling met acidum nitricum of acidum aceticum. Het ontstaan eener zwartbruine kleur, indien men het poeder met zwavelwaterstofwater overgiet en het ontstaan vaneen wit zwaar praecipitaat, indien men bij de heldere oplossing in acidum nitricum dilutum eenige droppels acidum sulphuricum dilutum voegt. Voor het gebruik in zalven moet het loodwit goed fijn gewreven zijn en wordt eerst met eenige droppels oleum olivarum aangemengd. 'CAEBONAS KALICUS. Koolzure kali. • (Oudtijds Suhcarionas potassae of wegens zijne bereidingswijze Sal tartan geheeten.) 1. Kleurloos en droog, maar inde lucht gemakkelijk vervloeiend. 2. Moet met een gelijk gewicht gedestilleerd water eene volkomene en heldere oplossing geven. (Deze geconcentreerde oplossing vervangt het oude Oleum tartarï per deliquium). 3. Moet volkomen oplosbaar zijn in acidum nitricum dilutum, en wanneer men overmaat van dit zuur gebruikt heeft, zoodat de vloeistof het blauwe lakmoespapier rood maakt, mogen zich geen vlokken afscheiden en mag er geen neerslag ontstaan. 4. Inde zure oplossing in acidum nitricum dilutum mag na het bijvoegen eener oplossing van chloretum baryticum (1:10) geen neerslag ontstaan, evenmin inde salpeterzure oplossing na het bijvoegen eener oplossing van nitras argenticus (1 .- 20). Eene zeer geringe troebeling is geen reden tot verwerping. 5. Na bijvoeging van zwavelwaterstofwater bij de oplossing in water of verdund zuur mag zij niet gekleurd worden. Bij het oplossen van carbonas kalicus in water moet men kalk- en magnesiabevattend water vermijden, omdat er anders | eene troebele vloeistof ontstaat. Voor saturaties met acidum citricum kan men gelijke deelen carbonas kalicus en acidum citricum rekenen (nauwkeurig 10 deelen carbonas kalicus op 9 deelen acidum citricum). Hoofdkenmerken. Opbruising na opgieting vaneen zuur. Het ontstaan eener violette kleur inde spiritusvlam, indien men er een platinadraad met een weinig van het poeder of van de oplossing in houdt. CAEBONAS LITHICÜS. Koolzuur lithion. Gekenmerkt door moeilijke oplosbaarheid in water, alcalische reactie van het water, waarin het zout opgelost is, oplosbaarheid in acidum hydrochloricum dilutum onder opbruising en het ontstaan eener purpere kleur inde spiritusvlam, indien men daarin een platinadraad houdt, die bevochtigd is met de oplossing van het zout in acidum hydrochloricum dilutum.