Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewonnen gomhars slechts plaatselijke aanwending mogt vinden. Als zulke schermplanten vermeldt Borszczow: 1) Narthex Asa foetida Falconer, hoewel hij het onbegrijpelijk vindt, hoe Ealconer deze plant identiseh heeft kunnen verklaren met Kaempfer’s plant. Het melksap van deze schermplant riekt wel naar Asa foetida en de door Falconer vermelde gewinning uit deze plant schijnt vol-

gens Borszczow slechts op hooren zeggen van inlanders te berusten. 2) Ferula Asa foetida (Dorema Asa foetida Loftus. Buhse vond deze schermplant in noordelijk Perzië en Bun ge op vele plaatsen van Khorassan. Zij is niet te verwisselen met de Pcrula Asafoetida van Linnaeus, want Bnnge heeft aangetoond, dat deze betrekking heeft op de Scorodosma foetidum, dat echter Buhse’s Perula Asa foetida eene echte en tot toen nog niet beschreven Perula-soort is, en Borszczow vermoedt, dat de van Buhse vermelde ge winning der Asa foetida daaruit eveneens slechts op hooren zeggen van inlanders berust. 3) Ferula teterrima Kar. & Kir. Komt voor inde Songarei op rotsige hoogten bij de bron Sassyk-Bastau. Borszczow had ze niet waargenomen. De zaden moeten eene sterke reuk naar Asa foetida bezitten. 4) Ferula persica Wi 11 d. Is eene erkende zelfstandige schermplant en niet te verwisselen met dein Baku voorkomende Perula persica Mey. De schermplant van W i 11- denow bewoont Ghilan in het noorden van Albrus en verbreidt zich van daar noordelijk in het westen van het Aralo-Caspisch gebied verder uit. Terwijl Scorodosma foetidum een uitsluitend kieseligen of zandigen bodem behoeft, gedijdt deze slechts op een lemigen , aan keukenzout en glauberzout rijken bodem en zoo scherp begrensd , dat beide schermplanten nimmer bij elkander gevonden worden en het voorkomen van de eene schermplant, dat der andere buiten sluit. Volgens Pereira zou Wildenow’s Perula persica de Asa foetida in granis s. in iacrymis opleveren, maar volgens

284

Sluiten