is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 6, 1864, 1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bÜ de praktische aanwending van deze zelfstandigheid blijkt, donder dat men in staat geweest is uiterlijke verschilpunten *"e bewerken. Dit is welligt daaruit te verklaren, dat het van beide de genera inden handel als Dammar komt 611 dat het produkt der iZqpea-soorten wegens grootere hardheid de voorkeur verdient. Volgens de hier gebruikte opgaven van Cooke inde Technologist (Januarij nommer 1861) kwam dit laatste hars reeds voor onderscheidene jarcn naar Londen, alwaar het °Qder de benaming „OostindiscJie Copal” spoedig aftrek vond. Leze weinige aanteekeningen mogen hot bewijs leveren, dat copalachtige harsen wel in groote hoeveelheden uit Oostïüdië te betrekken zijn; in ieder geval leveren onderscheidene hoornen van Borneo en Sumatra zeer deugdzame Co* falsoorten, en zoo zullen zeker ook wel verschillende andere mlanden van den Indischen Archipel harsen leveren, die üog vreemd zijn aan de Europesche markt. Van Engeland is echter reeds bereids de opmerkzaamheid op dit hars B®vestigd en wij zullen wel niet in zeer verwijderden tijd 6ene ruimere keus van deze gemafckelijk en goedkoop te bekomen zelfstandigheid inden handel aantretfen. (Buchner’s neues Repertorium 1864, Bd. XIII, No. 4 en 5, S. 209.) Onderzoekingen betrekkelijk de digitaline. Het proces ter zake de vergiftiging met digitaline van Couty de la Pommerais heeft reeds aanleiding ge- tot het bekend maken van onderscheidene mededee- omtrent de digitaline en over hare eigenschappen. Zoo heeft Jules Lefort eene memorie inde Académie Imperiale de médecine voorgelezen, onder den titel: Études chindques et toxicologiques sur la digitaline. Le conclusies van dezen arbeid zijnde volgende: 1. Men gebruikt in Erankrijk in da geneeskunst twee s°orten van digitaline, welke zeer verschillende physische

341