Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was, om nog met meer nadruk op het gevaar te wijzen, dat voor het publiek uit den aankoop van geheimmiddelen kan ontstaan, werd het voorstel aangenomen en de aangevraagde som tot uitvoering toegestaan. Het opstel, hetwelk als bedoelde mededeeling zal dienen, is van den volgenden inhoud: MEDEDEELING UIT DB NOTULEN DER ALGEMEENE VERGADERING AAN VERSCHILLENDE DAGBLADEN, He Nederlandsche Maatschappij ter bevordering der Pharmacie, heeft hare 29ste Algemeene Vergadering op 27 Juni jl. te ’s Gravenhage gehouden. Onder de vele aan de orde gestelde en behandelde onderwerpen van materieelen aard, werd o. a. het Voorstel van het Departement ’s Gravenhage met toewijding besproken. Het betreft namelijk den ook in ons vaderland meer en meer voortwoekerenden kanker van den handel in geheimmiddelen, die van duizenden geldelijke offers verslindt om ten slotte altijd teleurstelling en dikwerf bovendien levensgevaar daarvoor in ruil te geven. Met diepgevoelde overtuiging bracht de Vergadering hare meening in deze materie onder de volgende stellingen: I°. De handel in geheimmiddelen zoogenaamde geneesmiddelen, waarvan de samenstelling ten eenenmale onbekend is heeft uitsluitend ten doel: het behalen van ongeoorloofde winsten, die in geene verhouding staan, noch tot de kosten der ingrediënten, noch tot den omvang van het bedrijfskapitaal, terwijl daarenboven voor dien verkoop hoegenaamd geene wetenschappelijke kennis vereischt wordt. De gebruikelijke clausule bij de aankondiging van vele geheimmiddelen: //verkrijgbaar in allesoliede apotheken” is leugen en bedrog. Niet één op de honderd der Nederlandsche, als soliede bekende, apothekers houden die middelen in voorraad. 2°. De aflevering van geheimmiddelen, waarbij van verantwoording voor de samenstelling en van deugdzaamheid der ingrediënten, geen sprake kan zijn, moet, als in strijd met de waardige uitoefening der Pharmacie, door ieder apotheker zooveel mogelijk vermeden worden. Beclame van apothekers ter aanbieding of aanprijzing van bij hen doch even goed bij hunne collega’s —• verkrijgbare geneesmidden, onder welken vorm en hoe die reclame ook is ingericht, acht de Maatschappij een onedele concurrentie, het wetenschappelijk vak onwaardig en in het algemeen vernederend voor den pharmaceutischen stand. 3°, De Maatschappij verklaart het haar plicht en hare roeping den geheimhandel in Nederland als onwettig en gevaarlijk, met alle gepaste middelen te helpen bestrijden. Op het voorstel Amsterdam (aannemen van algemeene leden) werd door den afgevaardigde van Botterdam als amendement voorgesteld ook de oprichting van provinciale Departementen mogelijk te maken bij de Wet der Maatschappij. Het amendement werd met 18 tegen 8 stemmen verworpen en het onveranderd voorstel Amsterdam op 2 stemmen na1 aangenomen. De daartoe noodige wetsverandering deelden wij reeds in het voorgaand nommer mede. Voorstel 2 Amsterdam (regeling der wettelijk bevoegde hulp inde apotheken) werd ingetrokken, dewijl juist staande de Vergadering het nieuwe wetsontwerp regelende de voorwaarden tot verkrijging der bevoegdheden was ter tafel gebracht. Het Hoofdbestuur werd gemachtigd na kennisneming van het stuk, zoo noodig handelend bij de Eegeering op te treden, om tot eene meest gewenschte oplossing te geraken. Voorstel 3 Amsterdam (de inspectiën niet meer te doen plaats hebben dooreen geneeskundige en een apotheker) vond tegenstand bij ’s Gravenhage en Groningen, die volstrekt niet overtuigd waren, dat de thans gevolgde wijze van inspectie mindere resultaten zou opleveren . Na eene korte discussie trok Amsterdam het voorstel in. Eindelijk kwam in behandeling een voorstel Botterdam betreffende de zoogenaamde médicaments dosimétriques. Er werd aangenomen om de aandacht van de Maatschappij voor Geneeskunst, behalve op deze medicamenten, ook in algemeenen zin te vestigen op het nadeel, voortspruitend uit het voorschrijven van middelen, waarvan de apotheker de verantwoording niet kan en niet mag dragen. De missive te dier zake aan de Maatschappij ter bevordering der Geneeskunst verzonden, is van den volgenden inhoud: Aan de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst. He Nederlandsche Maatschappij ter bevordering der Pharmacie heeft in hare Algemeene Vergadering op 27 Juni jl. te ’s Gravenhage gehouden, het besluit genomen om uwe aandacht te vestigen op de hier en daar, onder de geneeskundigen in ons vaderland, toenemende ge-

woonte om de zieken geheimmiddelen of patentmiddelen aan te bevelen of ook wel voor te schrijven. Zoo zijn, ook inden jongsten tijd, volgens mededeeling van het Departement Botterdam onzer Maatschappij, de médicaments dosimétriques van Burggraeve door onderscheidene geneeskundigen voorgeschreven, waarbij de pharmaceut met de aflevering belast, zijns ondanks, gedwongen wordt middelen uitte reiken, voor welker samenstelling hij hoegenaamd geene verantwoording kan dragen, wat immers slechts mogelijk is bij geneesmiddelen, die onder zijn persoonlijk toezicht bereid worden. Dan alleen komen èn de deugdzaamheid der samenstellende deelen èn de uitvoering van den verlangden dispenseervorm in vollen omvang voor zijn verantwoording, juist zooals de wet dat bedoelt en eischt. Deze beschouwing, gepaard met het ernstige streven der hedendaagsche Pharmacie om alle gewenschte dispenseervormen voor de verschillende geneesmiddelen onder het bereik der geneeskundigen te brengen waarbij ook de bereiding van granules geen bezwaar meer kan zijn leiden tot den niet meer dan billijken wensch, dat de geneeskundigen ook in deze richting de pharmaceuten zullen steunen en hunnerzijds geen aanleiding geven, dat de zoo zeer wenschelijke verantwoordelijkheid bij de aflevering van geneesmiddelen tot een ij delen klank kan worden. Met vertrouwen roept onze Maatschappij uwe bemiddeling in, opdat het door haar genomen besluit de meest gewenschte resultaten zal kunnen opleveren. Namens de Ned. Maatschappij ter bevordering der Pharmacie: Amsterdam, {w.g.'] A. J. Buk, Voorzitter. 2 Juli 1878. W, Stoedbk, Secretaris. Uit de Verslagen der Departementen ontleenen wij de- volgende bijzonderheden : In eene der Vergaderingen van het Departement ’s Gravenhage sprak de heer de Vrij over eene vloeistof „Saniias”, welke vloeistof volgens dr. Ringzett (de uitvinder) belangrijke antiseptische eigenschappen bezit. Zij wordt bereid door in water, waarop zich eene laag terpentijnolie bevindt, een stroom lucht te voeren. Hierdoor vormt zich waterstofperoxyde en kamferzuur, die in het water zijn opgelost. De oplossing bevat tot 4 pet. waterstofperoxyde. De heer Mout on handelde overeen onderzoek van Australische ossetong. Geene schadelijke stoffen werden daarin gevonden en hij bevatte 27 pet. albuminaten. De heer Nanning gaf bericht vaneen onderzoek van eenige monsters mosterd, waaronder er ook waren met azijn aangemaakt. Door onvoldoende sluiting der flesch was de azijn van den mosterd met het looden bekleedsel der flesch in aanraking gekomen, en bevatte de mosterd dientengevolge loodzouten. De heer Vechtmann deelde mede, dat men eene Solutio pyrophosphatis natrico-ferrici kan bereiden, die zelfs bij lang staan niets afscheidt, door de oplossing van Pyrophosphas natricus en Chloretum ferricum, daarvoor inde Pharmacopoea vermeld, na vermenging, op een waterbad te verwarmen. Binnen een half uur heeft men dan eene volkomen heldere oplossing, die ook na lang staan helder blijft. In eene der Vergaderingen te Amsterdam bracht de heer A. J. Rijk de bereiding van Syrupus Lactophosphatis calcici ter sprake, "die, in eene door den heer G. H. Klosser verspreide brochure, als geneesmiddel aanbevolen, door verscheidene geneeskundigen werd voorgeschreven. Het voorschrift, ontleend aan het Journal de Pharmacie et de Chimie en door den heer Klosser gevolgd, luidt aldus: Tf Phosph. Calc. bibas: grm. 12.5 Acid. lactic. conc. // 14. Aq. destillatae // 335. Sacchar. albi u 680. Spir. citri // 10. M. D. 20 grm. Syrup = 0,25 Phosph. Calc. Van Spir. citri werd slechts ’/3 gedeelte noodig geacht. Bij de bereiding van deze stroop had de heer H. Hempenius den heer Klosser ter zijde gestaan. Er bestonden verschillende meeningen, wat men verstaan moest onder de benaming van Phosph. Calcic. bibasic., en velen konden zich niet vereenigen met de bewering dat daarmede Calciumpyrophosphaat werd bedoeld, dat aanvankelijk voor de bereiding dezer stroop was genomen. De heer Hempenius deelde mede dat door hem eerst gebruikt was versch gepraecipiteerd en nauwkeurig afgewasschen Calciumphosphaat, verkregen door vermenging van de oplossingen van Phosphas Natricus en Chloretum Calcicum, later echter dein melkzuur oplosbare Lacto-phosphas Calcicus. Prof. W.Stoe-

der en anderen verklaarden het voorschrift te velgen in Hager’s Manuale pharmaceuticum voorkomend, waarbij eene oplossing van Lactas Calcicus in Phosphorzuur [met inachtneming van het verschil in spec. gewicht van het Duitsche zuur (1,120) en dat van onze Pharmacopoea (1,156—1,160)] is voorgeschreven. Door den heer G. 11. Hoorn werden eenige mededeelingen gedaan over het vervalschen van melk met glycerinehoudend water, naar aanleiding vaneen bericht van dr. Muter, voorkomend in het Pharmaceutisch Weekblad, n°. 52, jaargang 1877/78. De heer Hoorn bevestigde door verschillende proeven de juistheid van het bericht, dat water met 12 pet. glycerine vermengd, een goed middel is om melk te vervalschen, zonder dat dit door den smaak of het soortelijk gewicht ontdekt kan worden. Om deze vervalsching aan te toonen werd door den heer Hoorn aanbevolen, de melk te koken, dooreen zuur te coaguleeren en ter bekoeling te filtreeren, het Altraat uitte dampen tot stroopachtige consistentie en dit met een mengsel van spir. rectificaties, en aether uitte trekken, de spir.-aetheerische vloeistof na afzondering te verdampen, en het residu met kaliumbisulphaat te behandelen, waarbij, door den zich ontwikkelenden acroleïne-reuk, de aanwezigheid van glycerine wordt aangetoond, Nog werd vanwege het departement Amsterdam vermeld, dat het Ondersteuningsfonds voor hulpbehoevende kunstgenooten thans nominaal bedraagt f 13,100 27* pCt. W. S. inschrijving op het Grootboek,’ en dat het onderwijs aan de apothekers-leerlingen inde beginselen der scheikunde, na den dood van den heer van der Gaag, gegeven wordt door den heer C. W. K. Hoorn, van welk onderwijs 6 jongelingen gebruik maakten. Eindelijk, dat wegens de onbekrompen en veelbelovende wijze tot regeling van het onderwijs inde Pharraacie aan de Amsterdamsche Universiteit en de eervolle benoeming vaneen der leden, den heer W. Stoeder, tot buitengewoon hoogleeraar inde pharmacie, het Departement aanleiding vond, om aan den Gemeenteraad een adres van dankbetuiging te richten, en om later, als een stoffelijk bewijs van erkentelijkheid en waardeering, een of ander voorwerp ten dienste der Model-apotheek aan te bieden. De Maatschappij bestaat uit 7 Departementen met 196 leden en 2 honoraire leden. Het Departement Amsterdam telt 66 leden en 1 honorair lid (prof. Gunning); Botterdam 52 leden en 1 honorair lid; Groningen 29 leden; ’s Gravenhage 18 leden en 1 honorair lid (dr. de Yrij even als te Botterdam); Utrecht 17 leden; Deventer 6 leden; Harlingen 6 leden. Bij vergelijking met de mededeeling inde laatste Vergadering (22 Juni 1876) blijkt, dat het aantal departementen hetzelfde gebleven, maar het aantal leden met 6 toegenomen is. Het Hoofdbestuur der Maatschappij bestaat nu uit de heeren: A. J. Bijk te Amsterdam, Voorzitter; P. J. Moet te ’s Gravenhage, Onder-Voorzitter; P. Kruysse te Amsterdam, Penningmeester; prof. W. Stoeder te Amsterdam, Secretaris; P. J. Haaxman te Botterdam; G. van Mesdag, te Groningen; C. Balmsen, te Utrecht; D. Pas, honorair-bestuurder. De volgende Algemeene Vergadering (in 1880) zal te Amsterdam gehouden worden. Na de behandeling der voorstellen, wenschte de Afgevaardigde uit Groningen als zijn persoonlijk gevoelen uitte spreken, dat inden tegenwoordigen studiegang der candidaat-apothekers de waarde van het bewijs hunner tweejarige practische ervaring weinig of geene beteekenis heeft. Zijnerzijds zou hij het voor de practische ontwikkeling der jongelieden verblijdend achten, indien het volgen der practische lessen inde thans op te richten Model-apotheek bij de Amsterdamsche Universiteit, als zoodanig met het bovengenoemde bewijs zou gelijk gesteld worden. De Secretaris betuigt zijnen dank voor de gesproken woorden, die hem natuurlijk recht aangenaam zijn en geeft de verzekering, dat, zijnerzijds, alles zal aangewend worden om het practisch onderwijs, inde onder zijn beheer gestelde inrichting, zoo vruchtbaar mogelijk te doen worden. Zooals wij vroeger uitspraken, verschilt het gevoelen van den afgevaardigde uit Groningen van het onze. De toekomst zal leeren wie de meest juiste opvatting had. Hiermede zouden wijde mededeeling van de bijzonderheden op de Algemeene Vergadering kunnen sluiten, indien er in die vergadering niet een, zachtst gezegd.

003 D Ö > zonderlinge uitval aan het adres van de Eedaetie van het Pharmaceutisch Weekblad was geschied, dien wij niet met stilzwijgen mogen voorbijgaan.

Sluiten