is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 15, 1878-1879, no 24, 13-10-1878

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15° Jaargang. 13 October 1878. N”. 24.

PfIARMACEDTISCfI WEEKBLAD

VOOE IsTEDBELAIsTD.

Voor Apothekers en Apotheekhoudende Geneeskundigen.

Eedacteur: R. J. OPWLJRDA, te Nijmegen.

Prijs per Jaargang, franco per post, ƒ 5,20. Advertentiën: van I—s regels ƒ 1,—, elke regel meer 20 Cts. en 10 Cts. voor een N°. van het blad. Een Abonnemenis-iarief is op aanvrage verkrijgbaar. Bij dit Blad behoort een Bijvoegsel. JHededeelingen. Ingezonden stukken. De Minister van Binnenlandsche Zaken heeft ter kennis van belanghebbenden gebracht, dat inde maand December e. k. gelegenheid zal gegeven worden tot het afleggen der examens ter verkrijging eener acte van bevoegdheid als apotheker. Dag en uur dier examens zullen nader worden bekend gemaakt. Zij, die tot die examens wenschen te worden toegelaten, moeten daarvan vóór 20 November schriftelijk opgave doen aan den Voorzitter der Commissie van examen, den hoogleeraar dr. J. W. Gunning te Amsterdam, en bij hun verzoek het bewijs voegen, dat zij minstens twee jaar als hulp-apotheker binnen het Koninkrijk zijn werkzaam geweest. De zoogenaamde ffartsenwet” is inde zitting der Tweede Kamer van Woensdag 9 October nadat een amendement van den heer Mees, betreffende een afzonderlijk examen inde wiskunde, en een amendement van den heer Godefroi omtrent de pro-gymnasiën met groote meerderheid verworpen waren na een pleidooi van den Minister Kappeyne voor de vrije studie met algemeene stemmen (op één na) aangenomen. In het volgend nommer herinneren wijde veranderingen, die het ontwerp, tot wet verheven, in het verkrijgen der pharmaceutische bevoegdheden brengen zal. Deventer, 2 October 1878. Mijnheer de Redacteur! Een onderwerp, reeds vroeger in uw Weekblad besproken, maar nog niet tot klaarheid gebracht, zagen wij gaarne aan het oordeel van alle Nederlandsche apothekers onderworpen. Zoodoende zoude men tot overeenstemming kunnen geraken en zou mén daarna de geneeskundigen met die overeenkomst in kennis moeten stellen. Het betreft de vraag: Wanneer een geneesheer een narcotisch extract voorschrijft, zonder bijvoeging: aquosum of spintwosum, wat is men in dat geval verplicht te geven ? De voorstanders van het geven der Extracta aquosa gronden hunne handelwijze op de van ouds gebruikelijke opvatting, alsook op de mindere bekendheid vaneen zeer groot aantal geneesheeren met de Pharmacopoea Neerlandica Ed. II of op de gewoonte dier heeren om, zoo ze niet de extracta aquosa begeeren, dit duidelijk aan te geven.

UITGEVER: D. B. CENTEN, AMSTEBUAM. De voorstanders van het geven der extracta spirituosa daarentegen wijzen op het verplicht zijn der spiritueuze en het niet verplicht zijn der waterige narcotische extracten, terwijl hunne handelwijze tevens in geldigheid wint, doordat ook de leden der inde laatste jaren opgetreden commissiën voor het afnemen van het apothekers-examen zich in dat geval voor de spiritueuze narcotische extracten verklaarden. Het ligt voor de hand, dat de door die commissiën geëxamineerden inde praktijk meestal volgens dat oordeel zullen te werk gaan. Derhalve kan het gebeuren dat in eene en dezelfde stad de een apotheker deze soort, de ander de andere soort van extracten geeft, zooals hier ter stede, waar alle of bijna alle particuliere apothekers het waterig extract nemen, terwijl inde apotheek van het St. Geertruiden-Gasthuis alhier het spiritueuze extract wordt gegeven. In dit geval, alsook bij het ontvangen van recepten van elders, bij het veranderen van adsistentie, bij verplaatsing der apotheek, met het afgeven van copieën enz., kunnen daaruit de onaangenaamste kwes tien ontstaan. Daarom achten wij deze zaak van dringend belang en zouden wenschen, dat zij voor goed wierd vastgesteld, om haar daarna ter kennis te brengen van allen die zulks aangaat, zoowel van alle apothekers als van alle geneesheeren hier te lande. U bij voorbaat dank zeggende, Mijnheer de Eedacteur, zijn wij met achting ÜEd. Dienaren, A. J. Bosch. A. S. van de Moer. C, L. van den Broek. Middelburg & Lohse. F. M. Easker. De heer Post, apotheker te Ehenen, verzoekt ons bij de collega’s al. 2 van art. 12 van Wet IV in herinnering te brengen betreffende het afgeven van afschriften van recepten ('/Zij [de apothekers] geven een nauwkeurig, onderteekend afschrift van die recepten” enz.), dewijl het hem dezer dagen overkomen is, dat hij een afschrift als niet voor gereedroaking vatbaar heeft terug moeten geven, omdat het schrift niet te ontcijferen was en geen naam van den apotheker of van de plaats waar het gereedgemaakt was, kon opgespoord worden; op de achterzijde stond alleen: ,/Apotheek Eaamstraat 20”, zoodat het inwinnen van toelichting ondoenlijk was, De gemiddelde prijs van Sulphas chinini gedurende September is geweest ƒ 225 de kilogram. Wordt voorgesteld inde receptuur te berekenen ƒ 4,50 de 10

De stukken, welke men wenscht opgenomen te zien, worden niterlijk Woensdag-morgen verwacht hij den Redacteur. De Advertentiën uiterlijk Vrijdag-avond hij den Uitgever. gram; ƒ 2,45 de 5 gram; 55 ets. de gram; 7 ets. de 100 milligram. Hydrochloras chinini 75 ets. de gram; *9 ets, de 100 milligram. Men kan zeer zeker aan de firma ftichter en Co. te Neurenberg geen gebrek aan ijver verwijten. Na over de gebeele wereld alle kwalen met uitroeiing bedreigd te hebben door de beruchte geneesmiddelen: Airy’s pillen, Paiu-Expeller en Sarsaparillian enz., geeft zij gevolg aan een vroeger opgevat voornemen eene geneeskundige inrichting te Eudolstad op te zetten, om de patiënten aldaar uitsluitend met deze geneesmiddelen te doen behandelen. De firma Eichter heeft zich voortdurend te beklagen gehad over tegenwerking van den kant der bevoegde geneeskunstoefenaren (uit jaloezie, zooals Eichter natuurlijk zegt). Een enkele geneeskundige, bijv. een Dr. Berthel te Glaishammer, heeft wel zijn naam geleend, om de firma Eichter tegen vervolging te dekken, maar diezelfde Doctor is door andere geneeskundigen buiten alle collegiaal verkeer gesloten. De firma Eichter heeft ook, wat betreft de inrichtingen der fabriek, de aflevering der geneesmiddelen enz., alle klippen der wet weten te vermijden, zij zal dit ook trachten bij hare geneeskundige inrichting te doen, door deze onder opzicht te stellen van Duitsche en buitenlandsche artsen, en met gerustheid vraagt zij aan de Schwarzburg-Eudolstadtsche regeering de vereischte vergunning, om hare inrichting te openen. Maar ziet, daar komen weder die nijdige doctoren, namelijk de Algemeene geneeskundige Vereeniging van Thüringen, waarschuwt de geneeskundigen zich met de firma Eichter in te laten, en verzoekt dringend de Eegeering de gevraagde concessie te weigeren, op grond van de niet voorhandene zedelijke waarborgen voor eene regelmatige exploitatie eener geneeskundige inrichting wegens de vroegere handelingen der firma. Zij legt daarbij over de afkeuring van de handelingen van dr. Berthel, openbaar gemaakt door dr. G. Merkel (districts-arts) en dr. Stepp; de door ons vroeger medegedeelde bekendmaking van den gezondheidsraad van Karlsruhe en een citaat uit de Gartenlaube, waarin de kwakzalverij van Eichter aan de talrijke lezers van dat blad ontvouwd wordt. Zij voegt daarbij den vroegeren levensloop van het hoofd der firma, namelijk een zekeren Adolph Eichter, vroeger kousenfabriekant, die tot 1871 te Duisburg woonde. Op den 3 Osten Mei 1871 echter werd hij te Duisburg, na herhaalde aanklachten wegens den verkoop van artsenijmiddelen, tot 25 Thaler boete, subsidiair 1 week gevangenis veroordeeld. Den 3Osten Januari 1873 werd hij door de Universiteit te Philadelphia wegens groote ver-