is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 15, 1878-1879, no 31, 01-12-1878

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

peroxydehydraat moeielijk is te verhinderen, zoo is zij niet zeer aanbevelingswaard. Met ioodioodkalium en met kaliumdichromaat werden goede resultaten verkregen, hetgeen de volgende proeven mogen aantoonen. Met het vroeger gemelde zuiver natriumhypophosphiet werd eerst nagegaan of de quantitatieve bepaling door verhitting van zoutzure oplossing met overmaat van sublimaat en weging van den afgescheiden calomel vertrouwbaar was en daarom vergeleken met de gewichtsbepaling door oxydatie met kaliumchloraat en zoutzuur en weging van het gevormde phosphorzuur als magnesiumpyrophosphaat. Hoewel de sublimeermethode 6 a 8 uren verwarmen vereischte, gaven beide methoden geheel overeenstemmende resultaten. De oplossing, die voor de volgende proefnemingen gebruikt werd, was bereid door oplossing en filtreering van 14 grm. calciumhypophosphiet van den handel in een liter water. De reductie-waarde, door sublimaat vastgesteld, correspondeerde met 0,01347 gram Ca IL (P02)2 per C.C. 10 C.C. dezer oplossing werden nu ineen 100 C.C. maatkolfje vermengd met 75 C.C. ioodioodkaliumoplossing, die per liter 15 grm. iodium bevatte, en met circa 10 C.C. verdund zoutzuur, daarna gedurende 5, h 6 uren in gesloten kolfje *) in waterbad verhit en na bekoeling tot de streep aangevuld. Driemaal werden nu 25 C.C. hiervan, na voldoende verdunning met water, getitreerd met eene natriumhyposulphiet-oplossing, waarvan 1 C.C. overeenkwam met 0,00269 gram Ca H4 (Po3>. Gebruikt le maal 5,02, 2e maal 5, 3e maal 5,03 C.C., dus gemiddeld 5,02 C.C., waaruit volgt een gehalte van 0,13423 grm Ca H4 (P02)2. Een andermaal werd gevonden 0,1345-grm Ca H4 (P02)2. 10 C.C. van genoemde calciumhypophosphiet-oplossing werden ineen kolfje met nauwen en langen hals met 50 CC. eener K2Cr307 oplossing en 10 C.C. verdund zwavelzuur in waterbad gedurende 4 a 5 uur verhit. Na bekoeling werd voldoend ioodkalium in oplossing toegevoegd en nog 10 C.C. verdund HCI en daarna korten tijd in gesloten kolf staan laten. De inhoud werd nu tot een liter verdund en Smaal telkens 250 C.C. hiervan met natriumhyposulphiet-oplossing van bovengemelde sterkte getitreerd. ïe gelijkertijd werden 50 C.C. Kj Cr2 O- oplossing geheel op dezelfde wijze behandeld zonder toevoeging van hypophosphiet. gebruikt aantal C.C. Na2 S3 03 voor 250 C.C. . . , . . . le maal. 2e maal. 3e maal. Gemiddeld. A. met calciumhypophosphiet bevattende 0,1347 5 5.02 5 501 grm. Ca H, (P02)2. B. zonder Ca H4 (PÓ2)3. 17.53 17.5 17.51 17.5^ Hieruit volgt een gehalte van 0,1346 Ca H4 (P02)2. Het spreekt van zelf, dat deze beide methoden ook tot quantitatieve bepaling door maatanalyse van phosphorigzuur kunnen worden aangewend, waarvan wij ons ten overvloede overtuigden. Ten opzichte van de reacties van het onderphosphorigzuur eindelijk nog de volgende opmerkingen : I°. Dat voor verdunde oplossingen molybdeenzure ammonia als onderscheids-reaktief' tusschen phosphorigen onderphosphorigzuur bij goudchloride niet achterstaat. Voegt men bij eene zeer geringe hoeveelheid van eSne oplossing van onderphosphorigzuur of vaneen onderphosphorigzuur zout (in ’t laatste geval onder toevoeging van een droppel verdund zwavelzuur) een weinig ammoniummolybdenaat-oplossing en kookt, zoo wordt de vloeistof vooral na korten tijd staan duidelijk blauw. Au Cis gaf dikwijls na koking en zeer langen tijd staan slechts eene flauw waarneembare afscheiding van goud. Zuiver phosphorigzuur of phosphiet, zelfs in vrij sterke oplossing, gaf die blauwkleuring niet. 2°. Dat als zoodanig voor meer geconcentreerde oplossingen zuurchloriden kunnen dienen als acetyl-, benzoylchlorid enz. Voegt men bij eene geringe hoeveelheid eener niet te verdunde oplossing van onderphosphorigzuur of vaneen hypophosphiet een ongeveer 5 a 10 voudig volumen ijsazijn en droppelt hierin acetylchloride, zoo ontstaat een witgeel tot donkergeel praecipitaat (P4 HO,P4 H2 of roode Ph) benevens ontwikkeling van waterstof en phosphorwaterstof en vorming van phosphorig- en phosphorzuur en waarschijnlijk nog van andere produkten bijv. acetylphosphorigzuur. Naarmate de temperatuur der inwerking hooger is, afhankelijk van de hoeveelheidaanwezig water, is het praecipitaat donkerder geel, het *) Het kolije werd nog open even in kokend water gedompeld, zoodat de lucht zich boven de vloeistof kon uitzetten en daarna met glazen stop gesloten en deze goed vastgehonden.

bedrag aan waterstof *) en phosphorzuur grooter, da ; aan PH3 en „phosphorigzuur geringer. Het bedrag aai gele stof, hoewel variëerend, bedroeg meestal ongevee de helft van het gewicht van het onderphosphorigzuur Uit 1,26 grm. Ha PO. verkreeg ik eenmaal 0,53 grm. uit 1 grm calciumhypophosphiet 0,269 grm. Deze gele stof komt in eigenschappen geheel overeen met het al P« HO of P4 H2 beschreven lichaam. Met een weinig water of alkohol overgoten en met een stukje kalihy draat zacht verwarmd, loste het met bruinroode kleur op, terwijl ik daarbij dikwijls den kennelijken reuk van isocyanuren waarnam. Phosphorigzuur geeft deze reactie niet, al kookt men met acetylchloride. B°. Dat hypophosphieten met eene reeks van koolstofverbindingen bijv. alkylhaloïden, alkylmetaalsulfaten in watervrijen staat verhit phosphinen doen ontstaan, die men aan hun reuk gemakkelijk kan herkennen. Tokio, Sjakujio. W. Eykman. MIXTUUR MET BALSAMUM DIPTEEOCAEPX (gUEJUNBALSEm). Dooreen Collega wordt mij mededeeling gedaan en inlichting gevraagd omtrent de bereidingswijze der volgende recepten: : balsami dipterocarpi 30,0, pulveris gummi arabici 15,0, aquae calcis 360,0. M. D. S. Driemaal daags een lepel, 1/: balsami dipterocarpi, aquae calcis aa 150,0. M. D. S. Uitwendig. Het gereedmaken van het linimentum had geen bezwaar opgeleverd; bij ondereenschudding had eene soort van verzeeping plaats en werd eene gelijkmatige massa verkregen. Meer moeite leverde de mixtuur. Men had gurjun balsem gebruikt, van twee verschillende kantoren verkregen; met de eene soort was de mixtuur goed gelukt, met de andere had men de ondereenmenging niet kunnen bereiken. Beide soorten werden mij toegezonden. /ij verschilden in voorkomen, reuk enz. niet van elkander; bij nauwkeurige vergelijking zou men echter de eene iets minder helder kunnen noemen, en juist met deze iets minder heldere had de mislukking plaats gehad. Uitgaande van het beginsel, dat hier veelmeer aan eene saponificatie dan aan eene mixtura oleosa te denken valt, en dat de bedoeling met de bijgevoegde gom is overvloedig water te binden, bracht ik eerst den balsem, vervolgens het kalkwater en onmiddellijk daarbij (vóór het schudden) de gom in eene ruime flesch. Toen werd geschud en na eenige minuten was de vloeistof geheel gebonden en geleek op eene tamelijk goed gelukte mixtura oleosa. De goede vermenging had zoowel plaats met den geheel helderen als met den iets minder helderen balsem. Na eenig staan scheidde zich eene geringe hoeveelheid harszeepachtige stof op de oppervlakte af (zelfs bij de geheel heldere het meest), maar verdween bij schudding dadelijk, zoodat mijns inziens de aldus bereide mixtuur gerust zou kunnen afgeleverd worden. Te Amsterdam is een persoon, wegens den verkoop van gewone zeep voor zalf te recht staande, in hooger beroep vaneen vonnis te Haarlem, even als daar schuldig verklaard aan bedrog inden aard der koopman- en veroordeeld tot eene cellulaire gevangenisstraf van één maand, behalve de geldboete voor het onbevoegd uitoefenen der geneeskunst. Evenals vroeger te Zwolle, vatte de rechter te Haarlem en te Amsterdam de zaak vrij wat strenger op dan eenvoudig als eene overtreding der geneeskundige wetten. Moge dit tot afschrik verstrekken voor de kwakzalvers, aan wie de geringe boeten voor onbevoegde uitoefening van genees- of artsenijbereidkunst weinig zorg baren, dewijl deze rijkelijk gedekt worden door de overmatige winsten bij de ongeoorloofde praktijken. Uit het Rapport der Yereeniging tot bevordering der Volksgezondheid te ’s Gravenhage (Geneesk. Cour. van 24 Nov.) nemen wijde volgende beschrijving over van de methode toegepast tot het bepalen van het gehalte der lucht aan CO2, in hoofdzaak die van Pettenkofer. Voor het verzamelen van lucht werd een 12 tal flesschen, ongeveer 5 liter inhoudend, gereed gemaakt. Zij werden door dubbel doorboorde caoutschouken stoppen met eene rechtopstaande korte en omgebogen lange glazen buis gesloten en, nadat de onderkant dier stop*) PH3 door chloorcalcium gedroogd en in acetylchlorid geleid, geeft eveneens onder sterke warmteontwikkeling tot explosie toe, afscheiding der gele stof.

pen aan den hals van elke flesch gemerkt was, met water van 15° C. gevuld, om haar inhoud met inbegrip der glazen buizen te leeren kennen. Ten slotte bond men met koperdraad om elke buis een caoutschouken slangetje vast, voorzien van eene klemkraan. Met behulp vaneen blaasbalg, aan de lange glazen buis bevestigd, kon nu de flesch ineen schoollokaal gevuld worden, waarna zij zoodra mogelijk met 20 c.M3. eener bijna verzadigde en getitreerde oplossing van baryumhydroxyde voorzien werd. Dit laatste geschiedde zonder toetreding van CO3 uit de atmospheer of verlies van CO„ uit de flesch, dewijl de met barytwater gevulde lepel een open natronkalkbuisje draagt en met de korte glazen buis van de flesch in verbinding gebracht wordt. Bij het openen van de klemkraan stroomt de vloeistof naar binnen, als men slechts zorg draagt, dat de temperatuur der omgeving lager zij dan die van het onderzochte schoollokaal, Na het sluiten der kraan wordt de flesch geschud en meestal 34 uur weggezet, voordat het titreeren met eene Vio normaal-oplossing van zuringzuur overgegaan wordt. Daar het titreeren met kurkumapapier als indicator eene druppel- (stippel-) methode is, kan zij inde flesch zelve geschieden, waardoor het overbrengen vaneen deel der vloeistof in een ander vat eene operatie, waarbij altijd CO., uit de lucht geabsorbeerd wordt werd voorkomen. Eene controle analyse van» gewone dampkringslucht gaf tot resultaat een gehalte van CO2 van 8 4 on 10,000 vol. Bij het onderzoek der lokalen bleek het‘Co2 gehalte slechts in zeer weinige gevallen beneden het maximum te zijn van 1 per mille, hetwelk door Pettenkofer vastgesteld is. erratum. Handelsbericht VIII. De datum der Londensche kinaveiling (het artikel over Sulphas Chinini) is abusievelijk 5 October gedrukt, had 5 November behooren te zijn. HANDELSBERICHTE!?, IX. Camphor schijnt zich maar niet uit zijne gedrukte positie te kunnen opheffen; nadat de statistiek geruimen tijd zeer gunstig was, worden thans verschepingen van Japan en China naar Engeland bericht, die met elkaar het aanzienlijke cijfer van 4134 Kisten // 9603 Tobben bedragen. Opium. Het jongste uit Smyrna ontvangen bericht, gedateerd 16 Nov. vermeldt levendige kooplust tot stijgende prijzen; omgezet werden 290 Couffes ten deele aan speculanten, die waarschijnlijk door voortgezette iukoopen de nog zeer lage waarde verder zullen doen rijzen. Sulphas Chinini. He laatste veiling van fabnekskinabasten had op den 19 November te Londen plaats, en bestond uit 2185 Colli, waarvan in en na de veiling 1695 Colli koopers vonden; op nieuw is eene verhooging van circa 35 cents per Vs Kilo te bespeuren en zijnde voorraden thans door ontoereikende aanvoeren zeer gereduceerd. De duitsche Chininefabriekanten blijven natuurlijk aanleiding vaneen en ander uiterst vast gestemd en is eene nieuwe prijsverhooging dagelijks te wachten. Howard heeft den prijs van zijn fabriekaat reeds op 12 shilling 6 pence p. Eng. ons verhoogd. A. M. & C. Pluygeks. jßotterdam, 28 Nov. 1878. P. 9. Volgens zoo even ontvangen mededeeling heeft Howard den prijs van Sulph, Chinini op nieuw 6 pence p. Eng. ons verhoogd; zijne noteeriug is dus 13 shilling (c>. ƒ 7.80) p. Eng. ons (0,02833 Kilogr.). Persoonlijk© aangelegesalieden. Men schrijft ons uit Amsterdam; 'I 27 November herdacht de heer Deuffer Wiel den dag, waarop hij vóór 50 jaren te Utrecht het diploma als apotheker ontving. Sedert 1 Januari 1834 als apotheker alhier gevestigd, ontving de waardige man dan ook vele blijken van sympathie en mocht hij de overtuiging erlangen, dat hij ook als pharmaceut zich de algemeene achting heeft waardig gemaakt. Openlijke correspondentie. In het volgend nommer eene beschrijving der Amsterdamsche Universiteits-apotheek door den heer Jacobus Polak.