is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 15, 1878-1879, no 44, 02-03-1879

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

roepen van Onzen Minister, met de uitvoering der wet van 25 December 1878 (Staatsblad No. 222) belast. Artikel 10. Dit besluit treedt in werking tegelijk met de wet van 25 December 1878 [Staatsblad No. 222), regelende de voorwaarden tot verkrijging der bevoegdheid van arts, tandmeester, apotheker, vroedvrouw en apothekers-bediende. BESLUIT van den 12den Februari 1879, regelende de examens van hen, die de bewijzen wenschen te leveren, dat zij tót de beoefening der natuurwetenschappen genoegzaam voorbereid zijn, [Staatsblad No. 35.) Wij Willem 111, enz. Gelet op art. 4, n°. 3, van de wet van 25 December 1878 [Staatsblad No. 222), enz. Hebben goedgevonden en verstaan : Artikel 1. Aan ben, die de bewijzen wenschen te leveren dat zij tot de beoefening der natuurkundige wetenschappen genoegzaam voorbereid zijn, wordt de gelegenheid gegeven tot het afleggen vaneen examen volgens de bepalingen van dit besluit. Artikel 2. Het examen betreft: a. de Nederlandsche taal; l. de gronden der Eransche taal; c. de gronden der Hoogduitsche taal; d. de gronden van de reken- en van de stelkunde tot aan de hoogere vergelijkingen; e. de lagere meetkunde tot de stereometrie en de platte en bolvormige driehoeksmeting ingesleten. Zij, die bij eene der commissiën, bedoeld in art. 69 der wet van 2 Mei 1863 (Staatsblad No. 50), houdende regeling van het middelbaar onderwijs, eene acte voor schoolonderwijs hebben verkregen, zijn van het examen in die vakken, waarvoor zij bevoegd zijn verklaard, vrijgesteld. Artikel 3. Het examen is kosteloos. Het wordt schriftelijk en mondeling en, Voor zooveel het laatste betreft, in het openbaar afgenomen. Artikel 4. Aan ieder, die voldaan heeft, wordt een getuigschrift uitgereikt dat hij kan worden toegelaten tot het eerste natuurkundig examen, vermeid in art. 4 der wet van 25 December 1878 (Staatsblad No. 222). Afwijzing geschiedt hoogstens voor een jaar. Binnen den termijn, door de commissie bepaald, wordt de afgewezene ook bij geene andere commissie tot het examen toegelaten. Artikel 5. De voorzitters, leden, leden plaatsvervangers en secretarissen der commissie of commissiën, met het afnemen van het examen belast, worden jaarlijks, in te gaan met den eersten Augustus, door Ons benoemd. De commissie wordt, zoo noodig, inden loop des jaars door Ons aangevuld. Artikel 6. De commissie houdt minstens tweemaal in het jaar zitting. Onze Minister, met de uitvoering der wet van 25 December 1878 [Staatsblad No. 222) belast, bepaalt den tijd wanneer en de plaatsen waar de commissie of commissiën zullen bijeenkomen. De voorzitter der commissie brengt den tijd, gedurende welken het examen zal worden afgenomen, bij openbare aankondiging ter algemeene kennis. Artikel. 7. De kosten van het examen zijn voor rekening van het Eijk. De voorzitters, leden, leden-plaatsvervangers en secretarissen dier commissiën genieten reis- en verblijfkosten en presentiegeld, door Ons te bepalen. Artikel 8. Hij, die zich aan het examen wenscht te onderwerpen, meldt zich aan bij den voorzitter der commissie. Dag en uur van het examen worden bepaald door den voorzitter der commissie of het lid, dat hem vervangt, en aan den belanghebbende door den secretaris scbriftelijk medegedeeld. Artikel 9. De commissie beraadslaagt en beslist niet dan bij tegenwoordigheid van minstens twee derden harer leden.

Bij verhindering vaneen der leden wordt, zoo noodig door den voorzitter der commissie of het lid, dat hem vervangt, een plaatsvervanger opgeroepen. Het besluit tot al of niet toelating wordt opgemaakt bij meerderheid van stemmen der tegenwoordige leden. Staking van stemming geldt voor afwijzing. Artikel 10. De voorzitter der commissie wordt, zoo noodig, vervangen door het eerstbenoemd lid, dat ter vergadering aanwezig is. De voorzitter of het lid, dat hem vervangt, regelt de werkzaamheden en leidt de beraadslagingen der commissie, Verschillen, inden boezem der commissie gerezen, onderwerpt hij, zoo noodig, aan den beslissing van Onzen Minister, met de uitvoering der wet van 25 December 1878 [Staatsblad No. 222) belast. Hij onderteekent met den secretaris de uitte reiken getuigschriften en geeft aan de voorzitters der andere zoo die er zijn, kennis van de gedane afwijzingen en den termijn, waarvoor zij zijn geschied. Artikel 11. Na den afloop harer werkzaamheden brengt de commissie aan Onzen Minister, met de uitvoering der wet van 25 December 1878 [Staatsblad No. 222) belast, een beredeneerd verslag van hare bevinding uit. Artikel 12. Dit besluit treedt in werking tegelijk met de wet van 25 December 1878 [Staatsblad 222), regelende de voorwaarden tot verkrijging der bevoegdheid van arts, tandmeester, apotheker, vroedvrouw en apothekers-bediende. BESLUIT van den VZden Februari 1879, lot regeling der examens als arts, tandmeester, apotheker, vroedvrouio en apothekers-bediende. (Staatsblad No. 36.) Wij Wlllem 111, enz. Gelet op de artt. 2,8, 11, 16, 17, 22 en 24 der wet van 25 December 1878 [Staatsblad No. 222) enz. Hebben goedgevonden en verstaan : § 1. Van de examens als arts, tandmeester, of apotheker. Artikel 1. Da voorzitters, leden, leden-plaatvervangers en secretarissen van de commissiën, belast met het afnemen der examens, bedoeld in artt. 2 en 11 der wet van 25 December 1878 [Staatsblad No. 222), worden jaarlijks, in te gaan den eersten Augustus, door Ons benoemd. De commissie wordt, zoo noodig, inden loop des jaars door Ons aangevuld. De commissie, belast met het afnemen van de examens, bedoeld in art. 2 van genoemde wet, is mede bevoegd tot het afnemen der examens in art. 8 en van die tot uitbreiding van bevoegdheid in bet 2de lid van art. 24 dier wet vermeld. Artikel 2. Hij, die zich aan het examen wenscht te onderwerpen, meldt zich schriftelijk aan bij den voorzitter der commissie, onder overlegging der bewijzen, bij de wet voor zijne bevoegdheid of toelating gevorderd. In geval van twijfel omtrent de genoegzaamheid dier bewijzen onderwerpt de voorzitter der commissie of het lid, dat hem vervangt, het geschilpunt aan de beslissing van Onzen Minister, met de uitvoering der wet van 25 December 1878 [SlaatsbladlSo. 222) belast. De dag en bet uur van het examen van den belanghebbende worden door den voorzitter der commissie of het lid, dat hem vervangt, bepaald en aan den belanghebbende door den secretaris der commissie schriftelijk medegedeeld. Artikel 3. De voorzitter der commissie wordt, zoo noodig, vervangen door het eersfbenoemde lid dat ter vergadering tegenwoordig is, tenzij bij meerderheid van stemmen der aanwezige leden een ander lid daarvoor wordt aangenomen. Artikel 4. De commissie beraadslaagt en beslist niet dan bij tegenwoordigheid van minstens de grootste helft der leden. Het besluit tot al of niet toelating wordt opgemaakt bij meerderheid van stemmen der aanwezige leden.

Staking van stemmen geldt voor afwijzing. Bij verhindering vaneen der leden wordt, zoo noodig, door den voorzitter of het lid, dat hem vervangt, een plaatsvervanger opgeroepen. Artikel 5. De voorzitter of het lid, dat hem vervangt. ' O J regelt de werkzaamheden en leidt de beraadslagingen der commissie. Hij onderwerpt geschillen, inden boezem der com| missie gerezen, zoo noodig, aan de beslissing van Onzen Minister, met de uitvoering der wet van 25 December 1878 (Staatsblad No. 222) belast. De diploma’s, in art. 19, en de bewijzen, in het laatste lid van art. 2 dier wet vermeld, worden door hem en den secretaris onderteekend. Artikel 6. De ondervraging geschiedt in het Nederlandsch, tenzij do commissie, op verzoek van den belanghebbende, het gebruik eener vreemde taal vergunt. Artikel 7. Na den afloop haror werkzaamheden brengt de commissie aan Onzen Minister, met de uitvoering der wet van 25 December 1878 (Staatsblad No. 222) belast, een beredeneerd verslag van hare bevinding uit. § 2. Van de examens als vroedvromv of als apothekers-bediende. Artikel 8. Onze Minister, met de uitvoering der wet van 25 December 1875 (Staatsblad No. 222) belast, wijst jaarlijks de provincie of provinciën aan, waarin de examens, in artikel 20 dier wet vermeld, zullen worden gehouden. Bij verhindering van den inspecteur of adjunct-inspecteur der provincie wordt hij tijdelijk vervangen dooreen adjunct-inspecteur, hiertoe, ingevolge artikel 20 der wet van 1 Juni 1865 (Staatsblad No. 58), aan te wijzen. Bij verhindering vaneen lid der commissie roept de voorzitter eender plaatsvervangers op, voor dat geval aangewezen door Onzen Minister met de uitvoering der wet van 25 December 1878 [Staatsblad No. 222) belast. Artikel 9. De commissie kan niet beraadslagen, noch beslissen dan in eene voltallige vergadering. Het besluit wordt opgemaakt met meerderheid van stemmen. Artikel 10. Die zich aan het examen als vroedvrouw of appthekers-bediende wenscht te onderwerpen, wendt zich tot den voorzitter der commissie, onder overlegging der bewijzen, voor hare of zijne toelating bij de wet gevorderd. Deze bepaalt dag en uur van het examen en geeft daarvan aan den belanghebbende kennis. De ondervraging geschiedt in het Nederlandsch. Artikel 11. Zij, die ingevolge het tweede lid van artikel 16 der wet van 25 December 1878 (Staatsblad No. 222) als leerling-vroedvrouw begeert te worden ingeschreven, meldt zich in persoon aan bij den geneeskundigen inspecteur, binnen wiens ambtsgebied zij met der woon gevestigd is. De inspecteur gaat tot de inschrijving niet over,i dan na zich te hebben overtuigd: I°. dat de leerling-vroedvrouw den leeftijd van achttien jaren heeft volbracht; 2°. dat zij behoorlijk lager onderwijs met vrucht genoten heeft; 3°. dat zij niet lijdt aan een of ander voor de uitoefening van het beroep als vroedvrouw hinderlijk lichaamsgebrek, en in het algemeen eene goede gezondheid geniet; 4°. dat zij is van onbesproken zedelijk gedrag, ten blijke waarvan hem een bewijs moet worden overgelegd, afgegeven door den burgemeester harer woonplaats binnen eene maand vóór den dag der overlegging. Het bewijs van inschrijving moet om geldig te blijven telkens na verloop vaneen jaar door den inspecteur van zijn visa w-orden voorzien. Het kan door hem, indien de leerling-vroedvrouw niet langer voldoet aan de voorwaarden, onder NO3. 3 en 4 gesteld, worden ingetrokken. Bij overbrenging harer woonplaats binnen het ambtsgebied vaneen anderen inspecteur doet de leerling-