is toegevoegd aan uw favorieten.

Berichten van de Nederlandsche Maatschappij ter Bevordering der Pharmacie, 1865, 1865

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naar aanleiding van bovenstaande werd later door de heeren Cramer en Robertsen vermeld, dat zij beiden sulphidum stibicum vervaardigd hadden, waarin onmiddelijk na de bereiding door schudden met een oplossing van acidum tartarieum geen oxyde was aan te toonen. Later deelde de heer Robertsen nog mede, dat hij bovengenoemd sulphidum stibicum, buiten toetreding van het licht, onder den invloed van het licht en in vochtigen toestand bewaard, nader onderzocht en bevonden had, dat in al die gevallen na eenigen tijd werkelijk oxyde gevormd was, terwijl hij nog nader zou bekend maken onder welke omstandigheden de grootste hoeveelheid oxyde ontstond. e. De bereiding, vergiftige eigenschappen van aniline en hare verbindingen. Ten slotte moeten wij nog vermelden, dat de heer Dr. J. E, de Vrij eene oplossing van amorphe quinine van Bulock in alcohol ter bezigtiging gaf, deze oplossing met zwavelzuur overzadigd geeft een praecipitaat, terwijl de heldere oplossing alle reactiën op quinine vertoont. De toestand der Bibliotheek is zeer gunstig. De commissie daarover gesteld smaakte het genoegen weder eenige geschenken te ontvangen en mogt weder over eenige gelden voor aankoop van boekwerken beschikken. Onder meer werd de Bibliotheek door den heer Eshuys begiftigd met eene verzameling werken van de hand van Prof. O. J. Mulder en het Tijdschrift van de Maatschappij van Nijverheid. Ook de heer J. H. Rooster, droogist te dezer stede, toonde op nieuw zijne belangstelling in het Departement door het schenken vaneen boekwerk over natuurkunde. Het aantal boekwerken der Bibliotheek bedraagt reeds 390 nummers. Het kwam de Commissie niet onbelangrijk voor, de Bibliotheek in het bezit te stellen van al wat betrekking heeft op de herziening der geneeskundige wetgeving, en zij deed in eene der laatste vergaderingen daartoe een beroep op de welwillendheid der leden. Aangenaam is het te kunnen vermelden, dat zij van den geaehten voorzitter den heer

337