is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 9, 1872-1873, no 1, 05-05-1872 [Index]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PHABMACEÜTISCH WEEKBLAD

Dit Blad wordt eiken Zaterdag uitgegeven bij D. B. CENTEN te Amsterdam. Prijs per Jaargang, franco per post,/4.50. Prijs der Ad vertentiën; van 1 tot 6 regels / I.—, elke regel meer 15 ets., en 10 ets. voor een N°. van liet Blad.

VOOR NEDERLAND. ONDER REDACTIE VAN R. 1. OPWIJRDA, Apotheker te Nijmegen.

De stukken, welke men wenseht Ogenomen te den, worden ui terlijk Woensdagmorgen verwacht bij den Redacteur te Nymegen; de advertentiën ui terlijk Vrijdag avond bij den Uitgever te Amsterdam. J

Oe Jaarg-ang*.

ZONDAG 5 Mei 1873.

r. 4.

Mcdedeellngen. Ingezonden stukken. REAGENTIëN DER PHAEMACOPOEA. Ongetwijfeld zullen de meeste apothekers gehoor o-even aan den wensch, uitgedrukt in art. 9 der regelen" aangaande het gebruik van de Pharmacopoea, die den tekst der tweede uitgave voorafgaan //dat in elke apotheek de //reagentia (aan het einde van het werk opgegeven) zul//len worden aangetroffen.” .Reeds werd ons dooreen geacht handelshuis eene collectie dezer reagentiën aangeboden. Wij maken opmerkzaam, dat men bij deze collectie de 2de Latijnsche en niet de 2de Nederiandsche uitgave volge. In laatstgenoemde uitgave toch komen de volgende onnauwkeurigheden voor: I°. Is de Glycerine vergeten. 2°. Is Chloras Kalious verkeerd vertaald door; //Chloorkalium, ’ moet zijn: //Chloorzure Kali.” o°. Is Nitris Kalious verkeerd overgebracht in: //Salpeterzure Kali,” moet zijn: //Salpeterigzure Kali.” hypochloris calcicds, solütio chlorii, soldtio hypochloritis calcici en natrici. Van alle deze praeparaten wordt inde nieuwe pharmacopoea geeischt, dat zij een minimum van chloor zullen bevatten. .De methoden, opgegeven voor de bereiding, zijn wel is waar bijzonder eenvoudig en geschikt om ook bij visitatie te worden toegepast, doch misschien ware eene grootere nauwkeurigheid niet te verwerpen, althans bij een dier praeparaten, De pharmacopoea stelt hare eischen voor chloorkalk met te hoog; zij eischt 20% chloor, terwijl goede chloorkalk inden regel 25 a 27% houdt. Misschien zouden sommigen met mij de voorkeur gegeven hebben aan den eisch, dat de apotheker van alle deze praeparaten de juiste sterkte telkens bepale, natuurlijk met inachtneming van het minimum van sterkte, of wel dat zij alleen eene aangewezen sterkte hebben. Vooral voor de Solutio chlorii, die inwendig wordt voorgeschreven, zouden wij dit wenschelijk achten Immers is het mogelijk niet alleen, maar ook waarschijnlijk dat deze oplossing anderhalf maal zooveel chloor bevat, als door de pharmacopoea als minimum wordt vereischt, en het is niet waarschijnlijk, dat dit verschil in sterkte altijd zonder invloed zij op den patiënt. Volgens de pharmacopoea evenwel is zulk een veel sterker praeparaat volkomen voldoende. Hetzelfde geldt voor de beide andere soluties, die even-

eens te sterk zouden kunnen zijn, omdat de sterkte afhangt van de kwaliteit der chloorkalk, welke van 30% ot 27% zal kunnen varieeren. Bij het gebruik, dat van deze praeparaten gemaakt wordt, zal dit minder hinderyk zijn, doch wetenschappelijker ware het m.i. voor a e praeparaten zoowel een maximum als een minimum van sterkte' aan te wijzen. KALAMA, XiUPULINTJMj LYCOPODIüM. Zou het microscopisch onderzoek, bij het laatste c ezer drie praeparaten voorgesohreven, niet met evenveel vrucht en met nog meer reden kunnen worden toegepast op de beide eerste ? ungüentüm hydrargyri. Is het voldoende te eischen, dat //nullae amplius particulae metallicae conspicuae sint?”' Ware het met wenschelijk het gebruik vaneen vergrootglas van bepaalde vergrooting te eischen bij dit onderzoek? Immers het is mij meermalen gebeurd, dat hetzelfde praeparaat door den een werd goedgekeurd, en dooiden ander werd afgekeurd, alleen omdat men zich niet van hetzelfde vergrootglas bediende. OXYDDM HYDEARGYRIOUM. . Inde oogheelkunde wordt dikwijls Oxydum hydrargyncum via humida praeparatum per precipitationem, voorgeschreven. Zou dit praeparaat in eene volgende editie geene plaats verdienen? De oogarts geeft daaraan de voorkeur, omdat het veel fijner is verdeeld. ACIDÜM PHENYLICUM, KEEOSOTUM. Acidum phenylicum mag het kreosoot in alle omstandigheden vervangen. Bijna zou men vragen, of dit laatste praeparaat dan alleen wordt opgenoemd om voor deze vei gunning eene plaatste vinden, doch men had die opmerking dan even goed onder het artikel Acidum phe-Dylioum zelf kunnen plaatsen. De pharmacopoea stelt bovendien aan het kreosotum den eisch : e pice, liquida fagi paretur, en neemt dus geen genoegen met kreosoot uit steenkoolteer. waaruit juist weder het acidum phenylicum wordt bereid, dat toch het kreosotum mag vervangen. Zij hecht echter aan dit //fagi” met veel, want zij geeft juist hier niet de reactie op met chloretum ferricum, hetwelk met dit kreosoot niet blauw mag worden, en dan zou kunnen dienen tot onderzoek naar den oorsprong van het praeparaat. Wel-