is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 9, 1872-1873, no 52, 27-04-1873 [Index]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PHARMACEUTISCH WEEKBLAD YOOR NEDERLAND. ONDER REDACTIE VAN R. J. OPWIJRDA, Apotheker te Nijmegen.

Dit Blad wordt eiken Zaterdag uitgegeven bij D. B. CENTEN te Amsterdam. Prijs per Jaargang, franco per post, ƒ4.50. Prijs der Advertentiën: van 1. tot 6 regels ƒ1.—, elke regel meer 15 ets., en 10 ets. voor een N°. van het Blad.

De stukken, welke men wenscht opgeuomen te zien, worden uiterlijk Woensdagmorgen verwacht bij den Redacteur te Nijmegen; de advertentiën ui ter lijk Vrijdag avond bij den Uitgever te Amsterdam.

ZONDAG 27 April 1873.

®e Jaargang.

S°. 58.

Medcdcellngen. Ingezonden stukken. De Minister van Binnenlandsohe Zaken heeft nog medegedeeld, dat inde maand Juni ook gelegenheid zal gegeven worden tot het afleggen van het examen ter verkrijging van eene acte van bevoegdheid als apotheker, Wie tot het examen wenscht te worden toegelaten, moet daarvan voor 15 Mei schriftelijk doen blijken aan den hoogleeraar J. W. Gunning te Amsterdam, voorzitter der examen-commissie, en bij zijn verzoek het bewijs voegen, dat hij minstens twee jaren als hulp-apotheker binnen het Koninkrijk is werkzaam geweest. AETHER EN lODURBN. Naar aanleiding vaneen artikel, onder bovenstaand ■opschrift voorkomende in dit blad N*. 45 van 9 Maart 1873, diene het volgende. Voor eenigen tijd werd mij ter onderzoek aangeboden een aether die, tot physische proeven aangewend, in' aanraking met kwik op dit laatste een zwarten aanslag te voorschijn bracht. Deze aether reageerde zwak zuur. Een gedeelte met kwik geschud, gaf een sterk zwart praecipitaat, dat bij onderzoek een mengsel bleek te zijn van kwikoxydule met fijn verdeeld metallisch kwik. Dit ontstaan van kwikoxydule, door kwik met aether te schudden, is niet anders te verklaren dan door de aanwezigheid van eene oxydeerende stof inden aether. Om deze stof op te sporen, liet ik in eene glazen schaal + 50 C. C, van den aether vrijwillig verdampen, waarna een geringe aanslag van fijne droppeltjes op het glas terug bleef. Een kwikdroppel, dien ik inde schaal liet omrollen, werd terstond geheel zwart en liet op het glas zwarte strepen achter. Vervolgens werd de schaal met een weinig water uitgespoeld. Dit vocht gaf met ioodkaliumstijfsel en ijzervitriool (eerst na toevoeging van dit laatste) eene donkerblauwe kleuring, terwijl chroomzuur eveneens eene blauwe kleur veroorzaakte, die door schudden met aether in dezen laatsten werd opgelost. Toen liet ik eene nieuwe hoeveelheid van dente onderzoeken aether in eene glazen schaal verdampen bij de gewone temperatuur, bedekte daarna de schaal met eene glazen plaat en verwarmde zacht boven eene argandsche gaslamp. Thans vulde zich de geheele schaal met dikke witte nevels, die, toen de lamp was weggenomen, een geruimen tijd onveranderd bleven en eerst na een kwartier uurs verdwenen waren. Eindelijk destilleerde ik eene gelijke hoeveelheid aether boven eene kleine gasvlam en nam, toen bijna alleswas overgegaan, inde

retort eene zwakke explosie waar, onmiddellijk gevolgd door de pas beschreven dikke witte nevels. Uit deze onderzoeking volgt, dat de oxydeerende stof inden aether niets anders was dan waterstofperoxyd en wel, zooals de beide laatste proeven bewijzen, in zeer gaconcentreerden (waterarmen) toestand. De aether, geschud met chloorbariumoplossing, maakte deze zwak troebel. Een kristal ioodkalium, vrij van iodaat, met aether geschud, kleurde dezen bruingeel. Eenige dagen na het beschreven onderzoek ontving ik van een’ photograaf hier ter stede een aether, die, gebruikt tot de bereiding van ioodcollodium, nit het daartoe gebezigde ioodnatrium eene groote hoeveelheid iodium had afgescheiden, zoodat het mengsel donkerbruin was geworden. Ook deze aether op de boven beschreven wijze onderzocht, leidde tot dezelfde resultaten. Uit de aangehaalde voorbeelden blijkt, ten overvloede, dat aether somtijds eene aanzienlijke hoeveelheid waterstofperoxyd kan bevatten, alsook dat een zoodanige aether tot sommige doeleinden (in dit geval tot physische proeven met kwik en tot de bereiding van ioodcollodium voor de photographie) ten eenenmale onbruikbaar is. Men moet dus naar middelen omzien om een zoodanigen aether te zuiveren. Tevens moeten dergelijke middelen gecontroleerd kunnen worden dooreen reagens, dat met genoegzame scherpte de aanwezigheid van waterstofperoxyda in aether aantoont. Zulk een reagens heb ik gevonden in het kwik. De aanwending van reagentia op waterstofperoxyd in waterige oplossing is, zooals van zelf spreekt, bij aether zeer bezwaarlijk. Wanneer men echter aether, die slechts een spoor waterstofperoxyde bevat, in eene reageerbuis flink schudt met 1 a 2 C. Cm. zuiver gefiltreerd kwik, dan wwdt de aether terstond geheel troebel door het ontstaan van den boven beschreven zwarten neerslag, die zich spoedig als eene zwarte laag op het kwik afzet; deze reactie grijpt plaats zelfs, wanneer diezelfde aether, geschud met eene oplossing van ioodkaliumstijfsel en ijzervitriool, deze ongekleurd laat. Op deze wijze, n.l. met kwik onderzocht, bleken, van tien soorten aether, negen waterstofperoxyd te bevatten, waaronder sommige in groote hoeveelheid. De eenvoudigste wijze om aether van waterstofperoxyd te zuiveren, is, dat men ze digereert met bruin steen-poeder gedurende 24 uren, en van tijd tot tijd het mengsel omschudt. Het ontstaan van waterstofperoxyde in aether is eenvoudig het gevolg van hydroxydatie *), welke daaren*) Zie mijne dissertatie: „Onderzoeking over oxydatie” pag. 5 en pag. 60.