is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 2, 1866, 1866

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twee langwerpige zaden met grijsbruine of bruine, lederachtige, broze, uitwendig met droog wit parenchym bekleede zaadomhulsels; deze zaden zijn gemiddeld 2,5 centimeters breed, 2 centimeters hoog en even zoo dik. De gedachtig Witte kern, welk gedeelte als het geneeskrachtige moet sangemerkt worden, bezit een amandelachtige olieachtige smaak, V4 tot 1/3 van de massa van zulk een zaad gekauwd en gegeten veroorzaakt eene zachte darmontlasting, Haar deze zaadkern in substantie of inden vorm eener emulsie genomen den zieke geen de minste walging veroorzaakt, zoo verdient het de opmerkzaamheid der geneeskeeren en in vele opzichten de voorkeur boven de minder krachtig werkende ricinusohe en dergehjke middelen.

Het gewicht vaneen zaad met zijn omkleedsel wisselt af tussehen 70 en 100 greinen, waarvan 61—63 pCt. zaadkern en 37—39 pOt. zaadhulsel. De zaadkern bevat 50—-53 nCt. van eene vaste kleurlooze vette olie, van de vloeibaarheid der olijfolie en vaneen sp.-gew. = 0,919 bij 17, 5° O. Zij is zonder smaak, droogt inde lucht en bij warmte even als papaverolie tot een vlies, en is alzoo eene opdrogende olie. Bovendien kan uit de kern 3,3-pCt. vaneen in alcohol op* losbaar hars afgezonderd worden, dat evenals olie purge* rend schijnt te werken. {Pharm. Centralhalle 1865, No. 46.) Over eene gevaarlijke verwisseling van den Jalappewortel. Prof. Schr off vestigt de aandacht in eene uitvoerige mededeeling, geplaatst in het Zeitschrift des allg. Oesterr. Apotheker-Vereines over eene gevaarlijke verwisseling welke te Konstantinopel heeft plaats gehad van den radix Jalapao öiet den wortel van Aconitum ferox. TJit een schrijven van Br. Mavrogeni bleek, dat een algemeen zeer geacht groot handelaar in Konstantinopel eenigen tijd geleden uit

21