is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 2, 1866, 1866

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van bloedserum (1.028) bezitten en de bloedbolletjes niet aandoen , bij voorbeeld eene oplossing van sulphas natricus, gom, suiker. Deze oplossingen hebben echter weder een ander gebrek , namelijk dit, dat zij door vrij willige verdamping dichter worden en daardoor de bloedbolletjes kleiner •naken. Maakt men echter gebruik van het navolgende mengsel, waarvan zich de schrijver reeds sedert meer dan 5 jaren •net het beste gevolg bedient, zoo ontgaat men de opgenoemde gebreken. Dit mengsel bestaat uit 3 deelen glvoorin, I deel sterk zwavelzuur en zooveel zuiver water als noodig •s ter bekoming eener vloeistof, welke bij -f- 15° C. een aoortelijk gewicht van 1.028 bezit. Nadat men alzoo het vermoedelijk met bloed bevlekte voorwerp in het helder daglicht nauwkeurig bezichtigd heeft, snijdt men de meest duidelijke vlek thèt eene schaar uit, iegt het uitgeknipte gedeelte op een glasplaat, bevochtigt het met eenige droppels van het genoemde mengsel en laat het gedurende een drietal uren alzoo liggen. Vervolgens wrijft en drukt men de van de vlek doordrongen stof (linnen enz.) met behulp van twee glasstaafjes, ten einde zoo veel •Hogelijk alle bloeddeeltjes daaruit te verwijderen en inde vloeistof te brengen, verwijdert dan de alzoo uitgetrokken stof en men heeft dan op de glasplaat éen meer of minder heldere, meer of minder gekleurde vloeistof, die men met eene andere zeer dunne glasplaat bedekt en onder het microscoop bij eene 350 malige vergrooting beschouwdt. Men ziet er dan behalve de mogelijk aanwezige bloedlichaampjes, allerlei vreemdsobrtige zelfstandigheden in, zoo als le fragmenten van de vezels van het weefsel (katoen, linnen, rijde, wol enz;) 2 epitheliumcellen, wanneer de vlek op een hemd, zakdoek, broek of in het algemeen op een kleedingstuk aanwezig was , dat met de huid of het slijmvlies in Aanraking geweest was; 3 amörphe zelfstandigheden van Verschillenden oorsprong, waarop men echter daarom geen a°ht slaat, dewijl zelden twee daarvan een en denzelfden Vorm bezitten. Wanneer er echter roóde bloedlichaampjes

135