is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 16, 1879-1880, no 17, 24-08-1879

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Drie van dezen werden wegens onvoldoende geschiktheid tot het gereedmaken van recepten afgewezen. De overigen voldeden theoretisch zoowel als praktisch aan de gestelde eischen, ofschoon bij enkelen netheid en nauwkeurigheid bij het werken wel wat te wenschen overlieten, nogtans niet in die mate, dat de Commissie, in verband met het afgelegde gedeelte van het examen, vrijheid vond aan deze candidaten de verlangde acte te onthouden. In het algemeen gaven de vrouwelijke leerlingen, waaronder tien der Industrieschool voor vrouwelijke jeugd te Amsterdam, en eene, die de middelbare school voor meisjes met öjarigen cursus te Arnhem had doorloopen, bewijs, dat de receptuur haar goed was toevertrouwd, en dat zij in praktische vaardigheid, netheid en nauwkeurigheid uitmuntten. Niet alleen het praktische, maar ook het theoretische gedeelte van het examen der vrouwelijke leerlingen getuigde van degelijk onderwijs. De ongunstige uitslag van het examen (van de 59 slaagden slechts 34) moet eensdeels worden toegeschreven aan de volslagen onkunde der Latijnsche taal, welke door 13 candidaten werd aan den dag gelegd, en anderdeels aan de weinige ernst en zorg, waarmede de leermeesters de opleiding der leerlingen-apotheker opvatten. Bij velen toch was een zeker africhten voor het examen waar te nemen en het bleek duidelijk dat sommigen slechts een enkel jaar zonder oordeel geleerd hadden, dus zonder vrucht inde apotheek waren werkzaam geweest. Enkelen beproefden om vóór ISjarigen leeftijd het examen af te leggen, doch zonder goed gevolg. ’s Hcrlogenbosch, 6 Augustus 1879. Namens de Commissie, Dr. Ingenhoüsz, Voorzitter. P. J. Kun, Secretaris. Aan Zijne Excellentie den Minister van Binnenlandsche Zaken. De Commissie bij uwe beschikking van 6 Juni 1879 litt. K, benoemd, om in dit jaar te Groningen de examens af te nemen ter verkrijging eener acte van bevoegdheid als leerling-apotheker (apothekersbediende), heeft de eer Lwe Excellentie hierbij het verslag van hare werkzaamheden aan te bieden. Nadat in eene voorloopige vergadering, gehouden op 5 Juli, het noodige omtrent het examen was besproken en vastgesteld, werd met het examineeren op 14 Juli aangevangen en op 21 Juli geëindigd. Den 15 den Juli werd geene zitting gehouden. Voor het examen hadden zich 24 candidaten aangemeld, waaronder 8 vrouwelijke. Van dezen zijn 23 geëxamineerd; één der candidaten is namelijk zonder eenige kennisgeving weggebleven. Het mondeling en schriftelijk examen werd afgenoïnen in het gebouw der Rijks hoogere burgerschool, het praktische inde apotheek van de infirmerie alhier, welke laatste daartoe, bij beschikking van Zijne Excellentie den Minister van Oorlog, van 2 Juli 1879, no. 65, welwillend beschikbaar was gesteld. Aan al de candidaten werd gelegenheid gegeven het volledig examen af te leggen. Twee daarvan, beiden in het bezit vaneen bewijs van met goed gevolg afgelegd litterarisch-mathematisch examen, werden echter van het litterarisch gedeelte vrijgesteld. De uitkomsten van het gehouden examen komen hierop neer: Nederlandsche taal. De kennis van die taal was, in ’t algemeen genomen, oevredigend; bij ’t bespreken van het gelezene uit de door de candidaten gemaakte opstellen en bij ’t onderzoek naar hunne kennis van de spraakkunst, kwam echter bij sommigen zeer duidelijk’ uit, dat hunne algemeene ontwikkeling en hunne kennis van de moedertaal vrij wat te wenschen overlieten. Bij eenigen bleek dat een en ander zelfs zeer gebrekkig te zijn.

Latijnsche taal. De kennis van die taal was bij de meeste der candidaten voldoende te achten. Bij eenigen was zij meer dan geëischt kan of behoeft te worden. Zij, die tekort waren geschoten inde kennis van het Nederlandsch, schoten ook hier te kort. Rekenkunde. De candidaten toonden bijna allen bekend te zijn met de bewerking van de hoofdregels en de gewone en tiendeelige breuken; maarde oplossing der voorgelegde vraagstukken liet bij velen te wenschen over. Kennis en geschiktheid tot het gereedmaken van recepten, a. Kennis der geneesmiddelen als waren. Deze werd bij bijna alle candidaten voldoende bevonden, en bij sommigen zelfs bijzonder goed. b. Kennis der synoniemen. Op eene enkele uitzondering na, waren de candidaten hierin voldoende geoefend. c. Kennis van wiegen en meten. De kennis van de balans, van den grondslag van maat en gewicht en van de onderlinge verhouding van het voormalig medicinale tot het decimale gewicht, gaf wel is waar bij velen der candidaten bevredigende uitkomsten, doch sommigen toonden ook daarvan slechts een oppervlakkig begrip te hebben en enkelen zelfs bijna in het geheel geen. d. Het gereedmaken van recepten. Dit gedeelte van het examen, dat gesplitst werd in een theoretisch en een praktisch, liep bij de meeste candidaten gunstig af. Zij toonden behoorlijk geoefend te zijn in het oordeelkundig lezen van gedrukte en van geschreven recepten, inde kennis van de maximaal doses en in het gereedmaken vaneen drietal hun ter hand gestelde recepten. Bij vier der candidaten liet dit vak echter zooveel te wenschen over, dat dit alléén reeds een voldoende reden tot afwijzing opleverde. Een van die candidaten was in het bezit vaneen bewijs vaneen voldoend afgelegd litterarisch-mathematisch examen. Een ander candidaat, die het mondeling examen had afgelegd, trok zich terug van de praktijk inde receptuur. Van de 24 candidaten, die zich voor het examen hadden aangemeld, werden alzoo 18 tot Jeerling-apotheker bevorderd; vier werden afgewezen; één trok zich vóór den geheelen afloop van het examen terug, en één bleef afwezig. De namen der candidaten, aan wie, nadat zij in handen van den voorzitter den bij de wet gevorderden eed (of belofte) hadden afgelegd, eene acte van bevoegdheid als leerling-apotheker is uitgereikt, zijn, in volgorde van het examen : mejufvrouw T. Marcus, geboren te Leeuwarden; „ C. Marcus, geboren te Leeuwarden ; „ L. O. Kamps, geboren te Nijmegen; „ M. G. Lambers, geboren te Assen; „ C. J. Hassels, geboren te Zaandijk; „ B. J. Grootes, geboren te Westzaan; n E. C. Leendertz, geboren teMedemblik; mevrouw C. van Ekeren, geboren Siebkes, geboren te Koog aan de -Zaan; en de heer: L. de Jong, geboren te Helder; n D. Viersen, geboren te Aalsum; „ C. M. van Engenkoek, geboren te Oldenzaal; „ G. Posthuma, geboren te Dragten; n D. M. Kruisinga, geboren te Arum; „ S. Kamstra, geboren te Leeuwarden; ij B* van der KI ugt, geboren te’s Gravenhage; G. Roseboom, geboren te Groningen; n J. Wieringa, geboren te Middelstum; „ H. O. Grimmius, geboren te Bellingewolde, Groningen, 26 Juli 1879. De Commissie voornoemd, L. Ali Cohen, Voorzitter. C. H. van Ankum, Secretaris.

De uitkomsten verkregen in het rijks laboratorium TE YOKOHAMA (bENTEN), GEDURENDE HET TIJDPERK VAN 1 MEI 1877 TOT 1 JULI 1878. (Vervolg en Slot van het vorig nommer.) Benzoëzuwr 1 maal afgekeurd. Het uit ureum bereide benzoëzuur voor het gesublimeerde, uit Benzoë bereide zuur. Citroenzuur 2 maal afgekeurd. Wijnsteenzuur alleen of mengsel van wijnsteenzuur met citroenzuur. Copaïva-balsem 21 maal afgekeurd. Gurjunbalsem of indiscbe „wood-oü” of mengsels van vetten en oliën met echte copaïba of met gurjunbalsem. Cognac 5 maal afgekeurd. Kunstmatige mengsels van gewonen spiritus met kleurstof (caramel) en verschillende aromatische stoffen (spaansche peper, kruidnagelen, oranjeschillen enz.) Citras magnesicus 1 maal afgekeurd. Zwavelzure magnesia of mengsel van sulphaat en citraat. Levertraan 15 maal afgekeurd. Andere visch-oliën of mengsels van levertraan met vette oliën. Hydrochloras chinini 4 maal afgekeurd. Zwavelzure chinine of het hydrochloraat van cinchonine of het hydrochloraat van cinchonidine of mengsels van deze twee zouten in plaats van hydrochloras chinini. Joodkalium 19 maal afgekeurd. Broomkalium of mengsels van broomkalium en ioodkalium. Kreosotum 2 maal afgekeurd. Vloeibaar phenol of carbolzuur in plaats van de houtteer-kreosoot. Uitras arg en ficus. 2 maal afgekeurd. Mengsels van 30 tot 40 pet. kali-salpeter met 60 tot 70 pet. zilvernitraat. Oleum amygdalar. amarar. 1 maal afgekeurd en Oleum Laurocerasi 2 maal afgekeurd. Mengsels van nitrobenzol met deze oliën. Oleum Citri 3 maal afgekeurd. Mengsels van spiritus en citroenolie. Opium 13 maal afgekeurd. Zeer dikwijls vervalscht. Slecht indisch of slecht japansch opium in poeder met zeer weinig morphine (0 pet. 2 pet.) of mengsels van gom met opium of extract van papaverbollen. Sanloninwm 2 maal afgekeurd. Mengsels van zwavelzure magnesia en santouine of van Japansch boomwas in dunne afgeschrapte blaadjes met santonine. Sulphas chinini 9 maal afgekeurd. Hydrochloras cinchonini of sulphas cinchonidini of sulphas chinidini (conchinini) of mengsels van deze zouten met elkander, of ook mengsels van deze zouten of van zwavelzure kinine met amorph alcaloïd. Sulphas chinidini 5 maal afgekeurd. Sulphas cinchonidini of mengsels van dit zout met sulphas chinidini. ONDERZOEKINGEN VOOR VREEMDELINGEN VOLGENS HET TARIEF VERRICHT. Bij besluit van den Minister van Binnenl. Zaken in Japan d.d. 19 April 1877, zijnde Laboratoria ook open gesteld voor vreemdelingen, mits deze zich aan het vastgëstelde tarief voor chemische, sanitaire of legale onderzoekingen onderwerpen. Dit tarief is als volgt openbaar gemaakt in alle Yokohama nieuwsbladen; • Nederl. Dollar gulden N°. 1. Eenvoudig (phjsisch) onderzoek van eene drogerij of andere zelfstandigheid. . 0,40 = f 1,00 N°. 2. Microscopisch onderzoek eener drogerij of meelsoort of eener andere zelfstandigheid 1,00 = „ 2,50 N°. 3. Qualitatief scheikundig onderzoek van chemische praeparaten, drinkwater etc, op 2 a 3 bestanddeelen . . 1,00 = „ 2,50