Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Spreker heeft indertijd te Parijs de zoogenaamde sarcomen van Leopold bekeken, en de overtuiging gekregen, dat het niets dan hoopjes granulatie-weefsel zijn. De chirurg Hartmann was van hetzelfde gevoelen. De heer Kouwer stelt de vraag of de praeparaten van Leopold en Schueller van de door injectie opgewekte tumoren ook door patholoog-anatomen van ’t vak zijn onderzocht, en of deze tot dezelfde conclusie gekomen zijn als de heer Treub. De heer Josselin de Jong zegt, dat prof. Siegenbeek van Heukelom na het bestudeeren van talrijke carcinoom-praeparaten tot het resultaat is gekomen, dat het alles degeneratiepioducten zijn. Hij zelf heeft indertijd een stukje uit een versch carcinoom gebracht onder de huid van een konijn. Na een week of vijf vond hij daar niets dan een ahscesje van terug. Toen Max Schueller kwam met zijn publicatie, heeft hij diens afbeeldingen met afsohraapsel van kurk vergeleken en een volkomen overeenkomst gezien. Hetzelfde heeft Yosmaer in Utrecht opgemerkt. De heer Kouwer vraagt of de heer Schoemaker bij zijn proeven zekerheid had, dat er geen ongerechtigheden van de oppervlakte mee in de broedstoof geraakt. De heer Schoemaker antwoordt, dat dit wel uitgesloten was, omdat het stukje uit het midden van ’t weefsel werd genomen, het doorsnijden geschiedde met een gesteriliseerd mes, en er geen bacterie-cultures kwamen. De heer Stratz merkt op, dat niemand minder dan Loef fier op de problematische infectieuse oorsprong van het carcinoom reeds een therapie heeft gebouwd, nl. de enting met malaria. Het denkbeeld is echter niet nieuw; de eerste proef dateert van 1795. Hiermede eindigt de discussie over dit onderwerp. De heer Josselin de Jong deelt mede, dat hij onlangs bij microscopisch onderzoek van een geëxcideerd stukje slijmvlies van den neus, de diagnose heeft gemaakt van epithelioom. De patiënt heeft zich later onder behandeling gesteld van Dr. Mezger, en door diens massage-behandeling zou het epithelioom verdwenen zijn. Met het oog op een polemiek, die zich vermoedelijk uit dit geval zal ontspinnen, zou spreker gaarne hier de vraag beantwoord zien, of een der aanwezigen ooit een carcinoom heeft zien verdwijnen, onder een andere dan operatieve therapie. Bij navraag blijkt, dat geen der aanwezigen ooit een zoodanige waarneming heeft gedaan. De heer Treub vraagt, of Dr. Josselin de Jong geconstateerd heeft, dat het epithelioom verdwenen is? waarop ontkennend wordt geantwoord. De patiënt heeft zich niet weer vertoond. De heer Pompe van Meer der voort vraagt, op welke micro-

350

Sluiten