Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X°. 469 (1900), 42-jarige XIII para. Patiënte, een zwak, nerveus persoontje, had sedert den vorigen avond nu en dan wat bloed verloren, toen ze ’s ochtends verloskundige hulp inriep. Ze was a terme. üitw. onderzoek gaf geen resultaat daar de uteruswand zoo strak gespannen was ; alleen r. beneden den fundus was de uterus weeker, doch aldaar plaatselijk nog sterker uitgezet. De weeën waren goed , harttonen niet te hooren. Inwendig werd het hoofd in A. a. 1. v. half ingedaald gevonden bij 7 cM. ontsluiting en staande vliezen. Boven het ostiuin werd aan éénen kant een weefsel gevoeld, ’t welk geleek op placeutairweefsel, doch dat ook weldeed denken aan sterk verdikte vliezen. Bloeding was er niet en vertoonde zich ook niet veel meer. Wegens vermoedelijke loslating der placenta en placenta praevia lateralis werden de vliezen gebroken ; het kind kwam een kwartier daarna ter wereld. De uterus bleef na de uitdrijving zeer groot, zoodat thans zelfs aan tweelingen werd gedacht. Bij palpatie bleek het echter bloed te zijn; bij druk op den buik kwamen een groote hoeveelheid coagula te voorschijn; eenigen tijd daarna (± uur p.p.) werd de placenta geëxprimeerd. Deze bevatte eenige infarcten en verder twee versche haemorrhagieën, ter grootte vaneen noot, die nagenoeg de geheele dikte der placenta innamen; een gedeelte van den rand was zeer dun en ruw; dit is waarschijnlijk in het ostium gevoeld. Het kind wasdood. De moeder maakte het goed, ook in het kraambed. De vroegtijdige loslating der placenta heeft dus èn een uitwendige èn een inwendige veel sterkere bloeding veroorzaakt. Eclampsie. Slechts 1 geval is inde polikliniek behandeld: de andere zijn naar de kliniek overgebracht. X°. 229 (1899), 22-jarige I para. Practicant werd’s morgens om 4 uur ontboden, terwijl er nog geen weeën of ontsluiting waren; omstreeks 2 uur ’s middags kwam er ontsluiting; ’s avonds half 7 eclamptisohe aanval; clonische krampen van armen, beenen, hoofden oogspieren, snorken, bewusteloosheid. Xa 20 minuten 2e aanval, waarbij chloroform werd toegediend. Om 7 uur foreipale extractie in narcose vaneen levend kind bij 7 a 8 cM. ontsluiting. A. a. 1. v. Ruptura periuei met 1 sutuur gehecht. Secale-injectie wegens na bloeding. De patiënte heeft een heftige puerperale infectie doorge maakt.

63

Sluiten