Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van dezen ingreep hersteld was, bleek, dat de uterus snel groeide, dooreen tumor inden voorwand gelegen. Daarop werd de uterus geëxstirpeerd. Hierbij werd de blaas verwond en gehecht. Aanvankeljjk maakte de vrouw het zeer goed, maar na 12 dagen succombeerde zij onder verschijnselen van pneumonie. Behalve deze werd bij sectie een circumscripte peritonitis van ’t kleine bekken gevonden. Y. Vaginale uterus-exstirpatie wegens andere redenen. (8 gevallen, 0 gestorven). Driemaal werd de uterus geëxstirpeerd wegens multiple myomen, die tot hevige bloedingen aanleiding hadden gegeven, steeds werd geopereerd volgens Doyen, door splijting van den voorsten uteruswand en enucleatie, resp. verkleining der myomen. Tweemaal bestond een diffuse aanzienlijke vergrooting van den uterus(gigantisme utérin van Doyen). In het eene geval reikte bij nagenoeg normalen stand van den fundus uteri de portio vaginalis tot in de vulva, bedroeg de lengte van den uterus 14 de breedte bijna 10 cM. Hij werd in toto per vaginam verwijderd, op grond van de prolapsbezwaren en de hardnekkige bloedingen. In het andere geval gaven de hardnekkige bloedingen den doorslag tot het stellen der indicatie. Hier vloeide de vrouw telkens ruim 8 dagen aaneen, om daarna 6 dagen rustte hebben, totdat opnieuw de bloeding begon. Ruim twee jaren had deze toestand geduurd, geen enkel ander middel had gebaat tegen de bloeding, vergeefs was de patiënt tweemaal dooreen ander gynaecoloog gecuretteerd. Ook deze uterus ruim 12 cM. lang kon per vaginam in toto zonder incisie van den uteruswand worden verwijderd. Eenmaal verwijderde ik den uterus wegens bloedingen, berustende op een hardnekkige glandulaire hyperplasie van de mucosa uteri. Driemaal was de patiënt gecuretteerd inden tijd van ruim een jaar, met zorgvuldige nabehandeling. Mikroskopisch onderzoek leerde, dat de glandulaire woekering der mucosa telkenmale erger werd, zoodat ten laatste de klieren bijna zonder bindweefsel er tusschen naast elkander lagen, zonder dat vooralsnog eenige maligniteit inde structuur viel waar te nemen. Ik meende op grond der verergering van ’t proces gerechtigd te zijn den uterus te verwijderen. Na de exstirpatie werd de algemeene toestand der patiënt, die door de bloedingen zeer geleden had, veel beter. Een jaar later kwam zij terug met klachten, die teruggebracht moesten worden tot niersteenen en werd zij inde chirurgische en inde interne kliniek behandeld. In het zevende geval bestond de indicatie tot het verwijderen van den uterus ineen chronische inversie. Ik heb dit geval uitvoe-

105

Sluiten