Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alienum legert zich fibrinelaag op fibrinelaag en ten slotte is de geheele intervilleuze ruimte gevuld met fibrine, dood syncytium en gedegenereerd vlokstrorna. Er zal dus een periode voor den foetus aanbreken, die wij het best een vita minima zouden kunnen noemen en welke langer duurt naarmate de stuwing minder snel een hoogen graad bereikt. Ten slotte rest ons nog de oorzaak van de stuwing, die tot de beschreven verandering aanleiding geeft, na te gaan. Inde literatuur vinden wij herhaaldelijk opgegèven, dat de consistentie van den uterus, voordat het ei uitgestooten werd, harder was dan ineen gewone graviditeit. In hoeverre deze waarneming altijd juist is, durf ik niet beslissen, maarte verklaren is zij in alle geval door de hardere hoedanigheid van het haematoma tuberosum, en als zoodanig is zij niets bijzonders, en secundair aan de afwijking van het ei. Trouwens degenen, die haar geconstateerd hebben, verklaren haar ook als zoodanig. Zoover was ik gekomen, toen prof. Tre u b mij bovendien een praeparaat van tubairgraviditeit met haematoommola ter onderzoek afstond. Macro- en microscopisch vond ik ook hierbij in hoofdzaak weer hetzelfde: stuwing inde moederlijke vaten, en nu geen harde consistentie van het omgevende moederlijke weefsel. Hierin kan dus de oorzaak der stuwing niet liggen. Nadat wij zoo inde moederlijke weefsel vergeefs gezocht hebben, willen wijde zaak van den anderen kant bezien, en nagaan of misschien in het ei zelf de oorzaak gelegen kan zijn. En hier zijn wij gelukkiger. Bij den aanleg van de placenta worden door de aanwezigheid van het syncytium de moederlijke vaten geopend en stroomen de intervilleuze ruimten vol. Wil evenwel de bloedstroom hierin behoorlijk mogelijk zijn dan moeten met de toevoerende vaten te gelijk ook een voldoend aantal afvoerende geopend worden. Is dit niet het geval, dan wordt de bloedstroom belemmerd en treedt de stuwing op. Geschiedt dit inden beginne, als het ei nog klein is, dan zal al spoedig hierdoor de stuwing zich over de geheele intervilleuze ruimte kenbaar maken, gebeurt het echter later, dan kunnen wij een meer plaatselijke stuwing ineen deel der placenta zien optreden. Bij een dergelijke algemeene stuwing zal natuurlijk het bloed der choriouvlokvaten niet behoorlijk de noodige producten met het moederlijke bloed kunnen wisselen, waardoor de foetus slechts onvoldoende gevoed zal worden. Deze zal het zoover brengen, dat hij juist niet dood gaat. Zooals ik reeds zei, de vita minima zal het gevolg zijn. En inden uterus is een levend, doch weinig of

143

Sluiten