Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ei, geleidelijk uit het kleine bekken opgelicht, en deze verschuiving voert licht tot vernieling van placentair-weefsel en tot circulatiestoornissen, die de voeding van den foetus benadeelen. In ons geval moet de placenta boven hebben gelegen, daar zij haar aanhechtingsvlak had aan de geheele ondervlakte van den vasten weefselklomp, die tusschen het bovenste deel van den breeden band was gevat. De aanwezigheid van deze vaste weefselmassa is echter iets zóo exceptioneels, dat zij elke vergelijking van ons geval met inde literatuur beschreven waarnemingen mank doet gaan. Het was dus noodig, eerst den aard van dit weefselstuk vast te stellen, en te zien, welk verband het kon hebben met het ontstaan en de ontwikkeling der extra-uterine graviditeit. Zooals wij vroeger zagen, zet het vrije abdominale einde van de tuba zich op den tumor voort, en slingert zich om zijn rand. (Zie fig. 2 t tet‘). Het verband tusschen tuba en tumor moest nu histologisch worden vastgesteld. De vraag moest worden beantwoord: zet het tuba-lumen zich werkelijk voort inde streng, die makroskopisch voor tuba imponeert; vertoont dit tuba-lumen veranderingen, die op zwangerschap wijzen, en kan er wellicht een continuiteits-onderbreking worden gevonden, waardoor het eitje uit de tuba binnen de platen van het lig. latum is geglipt ? Daar de ideale eisoh vaneen coupe-serie door den geheelen tumor met de tuba technisch zooal niet onuitvoerbaar dan toch met mijne hulpmiddelen onbereikbaar was, bepaalde ik mijn plan van onderzoek op het snijden en nakijken van stukjes tuba, telkens op gelijkmatigen afstand geëxcideerd (zie fig. 2 bij a, bc, d en e) De stukjes bij a en hc geëxcideerd, vallen in het vrije stuk van de tuba; bij de n e zit de tuba op den weefselklomp vast. De tuba is daar met een flink stuk van het omringende weefsel geëxcideerd. Bij het mikroskopisch onderzoek dezer stukjes wachtte mij een reeks van verrassingen. Het mikroskopisch beeld van de tuba bij a is volkomen normaal (zie fig. 4). Dein de nabijheid van het ost. abd. sterk geplooide mucosa vertoont zich op dwarse doorsnede met talrijke fijne uitloopers en vertakkingen, dooreen normaal slijmvlies bekleed. De mucosa is omgeven dooreen in hoofdzaak ringvormig gerangschikte, dunne muscularis, en deze door het zeer losse subsereuse bindweefsel, dat in zijn aan de muscularis grenzende laag de bloedvaten herbergt. Het sereuse bekleedsel is aanwezig inde linker helft, doch ontbreekt rechts inde coupe. Deze laesie is een artefact, tijdens de operatie, waarschijnlijk bij ’t afklemmen van den steel (zie fin fig. 2) veroorzaakt.

168

Sluiten