Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geval IY. Den 20en Februari 1900 word ik geroepen bij Mejuffr. v.d. M. gebr. Scb., oud 38 jaar. Inden nacht van 19 op 20 Pebr. kreeg patiënt heftige pijn inde ileocoecaalstreek gepaard gaande met braken. Sedert 18 Februari 1900 geen alvus, en inde laatste 24 uur geen flatus. Yoor dien tijd zou zij steeds gezond zijn geweest en af en toe alleen aan constipatie geleden hebben. Zij heeft ééne dochter van 12 jaar. Na dien tijd is zij nooit weer gravida geweest. De menses waren steeds geregeld, duurden drie dagen zonder abnorme bezwaren. Pat. ziet er zeer lijdend uit; pols 120, klein, spanning en vulling gering; tong droog, beslagen. Temp. 89°.2. Borstorganen goed. De ileocoecaalstreek is sterk uitgezet en zeer pijnlijk bij palpatie; ter plaatse van de uitzetting wordt een weerstand gevoeld, die door de pijnlijkheid van de palpatie niet nader te definieeren is; op dien grond wordt vaneen gecombineerd onderzoek ook afgezien. Het vermoeden bestond hier dat wij te maken hadden met eene acute appendicitis met het oog op het debuut. Bedrust, ijs op den buik, opium, melk dieet. De drie volgende dagen Weefde toestand dezelfde. Den 24en spontane defaecatie, koorts afnemende, polsfrcquentie verminderd tot 100. Daarna verdwenen de alarmeerende verschijnselen; pat. werd afebriel; voor defaecatie werd met clysmata gezorgd. Alleen de zwelling bleef onveranderd, terwijl de pijn verdween. Nog steeds denkende aan eene infiltratie tengevolge van de appendicitis en bij afwezigheid van fluctuatie terwijl de functies volkomen normaal bleven, liet ik pat Priesnitz’sche omslagen appliceeren. Den 12en Maart kon ik zonder veel bezwaar een gecombineerd onderzoek instellen. De tumor leek mij toen grooter te zijn geworden. Per vaginam vond ik toen: portio normaal, doch naar rechts afgeweken. Uterus, niet vergroot, naar links gelegen. Linker adnexa normaal. Inden rechter breeden band een kinderhoofd groote, elastisch gespannen, fluctueerende tumor; van rechter tuba en ovarium wordt niets gevoeld. Vaneen samenhang van dezen tumor met het coecum wordt ook niets waargenomen. Bij de overweging van eene diagnose komen hier in aanmerking: I°. Intraligamentaire ovariaalcyste, die door inwendige bloeding en daardoor plotselingen groei aanleiding gegeven heeft tot peritoneale prikkeling of 2°. Een appendicitisoh absces doorgebroken in het rechter ligamentum latum. Hiertegen pleit evenwel de koortsvrijheid, de euphorie, de geringe pijn, de normale pols, de gunstige algemeene toestand, terwijl voor

251

Sluiten