Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tieve conclusie komen. Want waar de vrouw in Drenthe bijna nooit hare bevruchting belet door kunstgrepen en dus haar productievermogen zelden beperkt, daar zien we toch als regel een niet talrijk gezin. De oorzaak daarvan is late puberteit, overmatig lang zoogen en een Vroegtijdige ouderdom door slechte levensverhoudingen. In ’t Zuiden zijnde gezinnen, waar niet wordt gestreefd naar beperking, dan ook gemiddeld veel grooter. Ineen vroeger geslacht had ieder 10—15 kinderen en meer. Oudere vrouwen vertellen daarvan vermakelijke staaltjes. De eene had er 20, de andere 16 en 8 miskramen, een derde vertelde mij nog gisteren, dat zij op haar 30e jaar pas 3 kinderen had en er toch nog 18 kreeg in ’t geheel. Ja, ik ken hier eene oude baker, die 8 levende kinderen en 14 miskramen heeft gehad! Zulke „ouderwetsche” huishoudens komen zeer zeker nog voor, vrouwen, die iedere 10 of 11 maanden in ’t kraambed liggen, en deze leggen bij de statistiek nog gewicht inde schaal. Doch ’t is een feit, dat ondanks de kracht waarmede de kerk deze gewoonte bestrijdt, het gros der tegenwoordige generatie de fransche zeden volgt. Zij gaan mee met „den nieuwen tijd” en behoeven daarbij geen medische voorlichting, welke hun waarschijnlijk zou worden geweigerd, doch betrekken hunne elastieken instrumentjes bij dozijnen uit de stad. En het positieve resultaat van die gewoonte is 36 geboorten minder dan in ’t Noorden op iedere 1000 inwoners in 10 jaren, ondanks de grootere vruchtbaarheid en veel grooter welvaart van het Zuiden. Nog is ’t van belang op te merken, dat het aantal tweelingen, geboren tusschen 1890 en 1900 in ’t Noorden en ’t Zuiden zoo sterk uiteen loopt. Uit onderstaand lijstje zien wij, dat op ongeveer ’t gelijke aantal geboorten (+ 1350), in het Noorden 10 tweelingen méér voorkomen, dan in Zeeuwsch-Ylaanderen. Aantal geboorten le cijfer. Aantal tweelingen 2e cijfer. Diever. Dwingeloo. Samen. IJzendijke. Hoofdpi. W.kerkje. Samen 1890 53—1 73—2 126—3 82—1 47—0 17—0 146 1 ’9l 61—0 75—3 136—3 72—1 51 1 16—0 139—2 ’92 61—1 75—2 136—3 72 2 42—0 12—0 126—2 ’93 49-0 72—0 121—0 82—0 50—0 20—1 152—1 ’94 59—0 72—0 131—0 75—0 39—0 15—0 129—0 ’95 50—0 71—2 121—2 75—0 47—0 17—0 139 0 ’96 74—0 82 1 156—1 78—0 41—0 9—o 128—0 ’97 58—0 63—2 121—2 70—0 45—0 16—0 131—0 ’9B 68—0 75—2 143—2 77—0 34—1 15—0 126—1 ’99 60—2 67—1 127—3 75—1 48—1 17-0 140—2 dus op 1318 geb. dus op 1356 geb. 19 gemelli = 1.44°/0. 9 gemelli = 0.66°/0.

87

Sluiten