Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

apparaat, 3°. de volslagen sexueele ongevoeligheid bij tal van gehuwde vrouwen, die vergeefs naar kinderen verlangen, en die deze ongevoeligheid terecht of te onrecht beschouwen als oorzakelijk moment voor de steriliteit, 4°. liet onvermogen van vele jonge moeders om haar kinderen te zoogen. Het is nu moeilijk uitte maken, of deze feiten zich in onzen tijd voordoen in toenemende frequentie. De indruk vaneen enkel persoon beteekent in zulke quaesties niets, vooral niet, als de mogelijkheid bestaat, dat een bepaalde categorie van gevallen zich inden gerichtskring van den waarnemer ophoopt, zooals ik vermoed dat bij mij het geval is. Doch ook de som der indrukken van de leden onzer Yereeniging zal ons in dezen niet verder brengen. Quaesties als deze vragen ter beslissing een objectieven maatstaf. Die zou in het geboortecijfer kunnen worden gevonden, wanneer dit cijfer door de toepassing der facultatieve steriliteit niet in zijn beteekenis • was vervalscht. In onze hedendaagsche maatschappij is het geboortecijfer niet meerde juiste indicator van het voortplantingsvermogen; het is het verschil tusschen het voorplantingsvermogen en het gelukte streven naar beperking van het kindertal. Dalen van het geboortecijfer kan dus beteekenen vermindering van het vermogen of vermindering van den wil om kinderen voort te brengen, terwijl de mogelijkheid, dat beide factoren een rol spelen, zeker niet is uitgesloten. Beide factoren inde statistieken te scheiden, zoodat men beider aandeel kan bepalen, is geen gemakkelijke taak. Pinard en Richet hebben het beproefd, naar aanleiding van de zorgwekkende vermindering van het geboortecijfer in Frankrijk ‘). De vraag, die zij zich ten doel stelden op te lossen, was aldus geformuleerd: Y a-t-il des causes physiologiques qui influent sur la diminution de la natalité? Het aantal huwelijken in Frankrijk is niet noemenswaard lager dan elders; vermindering van het geboortecijfer beteekent dus vermindering van het aantal kinderen per gezin. Ten einde nu de opzettelijke en de niet gewilde onvruchtbaarheid te scheiden, gaat Pinard van de volgende praemissen uit: I°. leder echtpaar verlangt ten minste éen kind. 2°. Bij een niet steriel echtpaar wordt de hoegrootheid van hot gezin geheel door den wil der ouders bepaald; bij gezinnen van éen, twee of drie kinderen kan men aannemen, dat de ouders slechts éen, twee of drie kinderen hebben begeerd. Met andere woorden: de coëfficiënt van de steriliteit is een physiologische, de coëfficiënt van de nataliteit is een willekeurige coëfficiënt. 1) Zie Annales 4e Gynécologie et 4’Obstétrique, Janvier 1903,

218

Sluiten