Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ter vrij gemaakt was geworden, werd de arteria uterina, afgaande op de pulsaties, gegrepen en nadat de uterus ook Tan het onderste gedeelte van het lig. latum was bevrijd geworden werd om de arteria uterina een ligatuur gelegd. Daarna werd de buikholte afgesloten ; de doorloopende zijden hechting fixeerde liet voorste en achterste peritoneaalblad aan elkaar en bekleedde tegelijk de verdere wondvlakte met peritoneum. Na afloop werd de vagina met jodoforingaas getamponneerd. Genezing ongestoord. Na de uterus aan zijn voorzijde geopend te hebben, bleek het carcinoom uitte gaan van het cervicaalslijmvlies. De grootste tumor lag echter inde cervix als een scherp omschreven geelwitte, hardaanvoelende, op de sneevlakte promineerende massa. Microscopisch was het een cervixcarcinoom, uitgaande van de cervieaalklieren. Een half jaar na de operatie trad recidief op. Geval van portiocarcinoom. 8 (67). Yr. R., 48 jaar oud, heeft 5 kinderen gehad, waarvan het jongste 8 jaar oud is. De menses waren tot voor twee jaar geregeld. Na dien tijd is de menstruatie zeer ongeregeld en profuus geweest. Nu eens bleef de periode drie maanden weg, dan weer verloor de vrouw weken achtereen bloed. Yooral inde laatste drie weken was het bloedverlies zeer erg en is zij daardoor zeer verzwakt. Was zij vrij van eenig bloedverlies, dan had zij gewoonlijk veel last van een vuile, etterige afscheiding. Over pijn klaagde zij zelden, nu en dan heeft zij rechts beneden een onaangenaam gevoel „alsof er iets brandt”. Tegen het bloedverlies had zij verschillende interne medicamenten zonder eenig succes gebruikt. Patiënte is een zeer zwakke vrouw, die in denlaatsten tijd sterk vermagerd is. Alle organen w'erden in orde bevonden. Uit de vagina vloeide een vuile etterige fluor. De voorlip van de portio was gaaf, aan de achterlip voelde men een brokkeligen kippeneigrooten tumor die bij aanraking begon te bloeden. De parametria waren niet geïnfiltreerd, de vaginaalwand was vrij. Wegens de zeer nauwe vagina werd laparotomie verricht. Incisie inde linea alba. De uterus ligt in retroflexie, geadhaereerd aan het peritoneum parietale. De linker adnexa, onderling vergroeid, liggen gedeeltelijk in het C. D., de tuba is ineen hydrosalpinx getransformeerd; het ovarium is cysteus gedegenereerd. De rechter adnexa zijn eveneens met liet peritoneum verbonden en onderling vergroeid. Ook hier is de tuba ineen pinkdikke hydrosalpinx veranderd en vertoont het ovarium talrijke kleine cysten. Na de uterus met een kogeltang omhoog getrokken en de rechter adnexa uit hunne adhaesies bevrijd te hebben, werd lateraalwaarts

40

Sluiten