Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overigens ziet het litteeken er normaal uit. Onder de fistel voelt men, door den buikwand heen , naar beneden verloopen een ongeveer 5—6 c.m. breeden weerstand, die vrij scherp begrensd, vast van consistentie en onpijnlijk is. Dit blijkt bij bimanueel en sonde-onderzoek de uterus te zijn. Na het ophouden der menstruatie (15 November) komt uit de fistel geen bloed meer te voorschijn. 22 Nov. wordt op een sleufsonde bet schuin naar beneden verloopende fistelkanaal gespleten. Hierbij blijkt dat het fistelkanaal met gnjsacbtige granulaties is bedekt, die met een scherpen lepel worden weggekrabd. Hierbij komen twee geknoopte zijden hechtingen te voorschijn, na 6 dagen komt een derde draad. 18 Dec. menstrueert patiënt opnieuw èn per vaginam èn per fistulam. Uit den fistel komen achtereenvolgens op 22 Dec,, 24 Februari, 24 Maart draden te voorschijn. Einde April menstrueert patiënt per vaginam, zonder dat de fistel secerneert. Deze sluit zich; patiënt wordt 1 Mei met een gesloten fistel ontslagen. Naar ik verneem is patiënt in het najaar van 1903 gehuwd! Geval YI. Yrouw S. geb. P. 31 jaar 111 para, werd 4 Juni 1901 inde verloskundige kliniek opgenomen. Zij heeft inde jeugd, behalve verschillende acute infectieziekten in hooge mate rachitis gehad zoodat zij eerst op 6 jarigen leeftijd leerde loopen. Zij is vóór s'/« jaar inde kliniek door middel van versie en extractie verlost vaneen dood kind (Prof. Sangeij. Yoor 4 jaar (Juni 1897) is zij door middel van sectio caesarea verlost vaneen kind, dat nog inleven is (Prof. Döderlein). Thans voor de 3e maal zwanger, wensoht zij opnieuw' doormiddel van sectio caesarea te worden verlost om een levend kind te krijgen, maar tevens met den uitdrukkehjken wensch, dat zoo mogelijk verdere zwangerschappen worden voorkómen. Zij heeft voor de laatste maal gemenstrueerd in ’t begin van September 1900, was gedurende de zwangerschap goed gezond, maar heeft sinds 3 weken dikke beenen gekregen. De vrouw' heeft een gezond uiterhjk, is niet anaemisch, haar urine bevat noch glycose, noch eiwit. Zij is klein (143 c.M. lang), heeft een sterke lordose en een matige scoliose in het borstgedeelte der wervelkolom. De femora schijnen slechts in geringe mate verkromd, de tihiae daarentegen zijn zeer sterk door rachitis verbogen. Varices ontbreken, beide voeten en onderbeeneu zijn oedemateus. Op den buik is het litteeken der vorige sectio caesarea als een

153

Sluiten