Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE INTEGRALE STATISTIEK DER GROOTE OPERATIES, YAN 1 JANUARI 1900 TOT 31 DECEMBER 1902, DOOR Prof. B. J. KOUWER, te Utrecht. Als vervolg op een dergelijke publicatie in dit Tijdschrift ') geef ik hier verslag van de grootere operaties, in het bovengenoemde tijdsbestek door mij verricht. Het is uitgebreider geworden dan ik mij had voorgesteld. Ziektegeschiedenissen lezen is een vervelend werk, maar nog vervelender is een statistiek van enkel cijfers; waar deze, zooals hier, bovendien over zeer kleine getallen loopt, is haar nut ook zeer problematisch. Toch meende ik, al schrijvende met eenigen schrik de uitgebreidheid er van erkennende, er mede te moeten doorgaan, omdat alleen op deze wijze althans iets blijkt van de waarde eener bepaalde methode. Hierover een enkel woord vooraf. Het zal dezen of genen lezer treffen, dat bijna uitsluitend de ventrale weg is gekozen bij de operatieve behandeling van de meest verschillende aandoeningen der genitalia. Dat is geen toeval. Zeer zeker is er bij de keuze tusschen de abdominale en de vaginale coeliotomie een persoonlijk element in het spel. Wien het gelukt de moeilijkheden eener vaginale operatie bij carcinoom, bij myomen, ovariaalgezwellen etc. met toenemende oefening gaandeweg gemakkelijker te overwinnen, die zal geneigd zijn haar in vele gevallen de voorkeur te schenken boven de ventrale. Omgekeerd zal degeen, die zich telkens stoot aan de duisternis, aan het gevoel van onzekerheid, dat hem hindert inde diepte van het per vaginam toegankelijk gemaakte kleine bekken, bij een abdominale operatie ruimer adem halen, waar hij alles ziet, wat hij doet, en alle onverwachte complicaties zonder moeite het hoofd kan bieden. En juist die onverwachte complicaties zijn zoo talrijk! De meeste laparotomieën bieden ons de eene of andere verrassing aan, die bij de vaginale operatie niet herkend of, indien herkend, niet behandeld konden worden. Dit behoeft geen betoog. Maar het infectiegevaar heet zooveel grooter bij de abdominale laparotomie, als men met etterzakken of gaugraeneuse tumoren te doen heeft. Dat heet zoo, maar het is niet i) Elfde jaargang, blz. 267. N. Tijdschr. v. Verlosk. en Gynaeo. XV. 12

Sluiten