Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de lies, noch in longen of lever kon ik metastasen ontdekken. Acht maanden bleef de patiënte zonder reddief, den 2rleri Juli 1901 vervoegde zij zich weer inde Verpleging, daar zij meende, dat zich in het litteeken weer knobbels hadden ontwikkeld, die haar overigens geen last veroorzaakten. Inderdaad waren in het bovenste gedeelte van het litteeken, verscholen in het vetweefsel van den mons Veneris erwtgroote ronde, eenigszins bewegelijke tumoren te voelen, die door mij den volgenden dag zoo ruim en zoo diep mogelijk geëxstirpeerd werden. Ik sneed daarbij al het weefsel tot op het periost weg, rekening houdende met de waarneming van v. Winckel, dat soms de sarcomen der vul va hun oorsprong vinden in het periost van den schaambeensboog. Bij de operatie bleek mij echter, dat de sarcoom-recidief-knobbels niet met het been samenhingeu, maar naar alle kanten door vetweefsel omgeven waren. In 14 dagen was onze lijderes, die thans niet meer die gezonde gelaatskleur van voorheen vertoonde, weer op de been en keerde met een zuiver uitziend litteeken huiswaarts, om helaas na 3 maanden reeds met recidief in het litteeken terug te komen. Den 28sten October 1901 werd zij wederom opgenomen en ofschoon noch aan de longen, noch aan de lever duidelijke afwijkingen konden aangetoond worden, deden mij de frequente respiratie en de pijnen, die zij inde leverstreek accuseerde, vermoeden, dat reeds kleine, niet physisch aantoonbare metastasen deze organen hadden aangetast. Bij de beschouwing der uitwendige genitalia trof mij het feit, dat het litteeken ter plaatse van den oorspronkehjken tumor er volkomen zuiver uitzag, ook de wond der tweede operatie vertoonde geen. recidief; enkele hardere gedeelten in het litteeken bleken later bij microscopisch onderzoek kleine granulatie-infiltraten te zijn rondom een onderbindingsdraadje. De maligne nieuwvorming was thans op het linker labium majus voortgeschreden, in het vetweefsel van het labium was een erwtgroot, bolrond knobbeltje te voelen. Nog eenmaal wilde ik den strijd met het kwaadaardig gezwel beproeven en sneed daarom zoo ruim mogelijk het geheele linker labium majus en labium minus weg; eene uiterst profuse bloeding kwam door omsteking tot stilstand, de wond genas per primam en den 10<len November 1901 verliet onze patiënte voor de derde maal de Verpleging. Bij microscopisch onderzoek bleek de erwtgroote tumor van het labium majus sinistrum uit gelijksoortige kleine, spoelcellige sarcoomcellen te zijn opgebouwd als de oorspronkelijke tumor. Daarenboven vond ik echter in het praeparaat midden tusschen de spiercellen een extravasaat, waarin levendig woekerende tumorcellen gezien werden. Dit beeld beschouwende moest men wel de prognose absoluut infaust

108

Sluiten