Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TABEL 111. Toename (+) of afname (—) der verkregen maten bij kinderen van primiparae ( 3,5 K.G. j Zijligging. Rugligging. JNÜ. der waar- ( . _ _ neming. 4 1316 25 27 31 84 46 49 52 53 88 87 92 98 Gk—K. + O + + + 4 h O + + O O + H. Br. + + 4|—4+o + 0 + + + + + + 01. Br. ■ • + + + + + O + O O + Gl.-Fo. – + + + + + -0- + ++ -0 + 01. Oc. + 4~“44~4~ + + + + 4“4- + + + + Br. Fo. ++ + ■ [- +-j 4—|- Br. Oc. 4~ 4~ 4~ ++ + —-O o+++ ++ + 01.—1.1. par. + – ++++ + _|_ O 01.—r. t. par. —+—O+ 4~ O j- + F0.—1.1. par. -| h+ h+o O f + Fo. r. t. par. +— + -j- ——— +0 _j_ _j_ _|_ Bip. + + + O + O O 0 + —■+ + + + ■Bit. +OH j- -j h+o o + 04 M.—occ. o+o+ + 0 0 + Circ. fr. occ. O + Circ. m. occ. ■— O + O Circ. sub. occ. br. +4-O+ + 0+ + + neum, dat zich steeds op of bij de kleine fontanel bevindt, verhoogt nog dien schijn van rekking. Tot dezelfde conclusie komen wij, wanneer wijden omtrek van het hoofd vergelijken. De circ. sub. occ. bregm. neemt post partum constant toe, de circ. fr. occ. en ment. occ. daarentegen nemen eerst af, door het verdwijnen van het caput succedaneum om dan geleidelijk toe te nemen. De invloed van de rugligging, die wij in fig. 5 hebben leeren kennen, is veel minder duidelijk in fig. 8. In fig. 5 is de prot. occ. ext. ingedrukt, in fig. 8 zelfs nog meer naar achteren gekomen, ofschoon aanmerkelijk minder dan in fig. 7. De oorzaak ligt voor de hand; Bij het in stuitligging geboren kind van fig. 5 was het achterhoofdsbeen door de rugligging onder de wandbeenderen geschoven; bij dein achterhoofdsligging geboren kinderen echter had die onderschuiving reeds tijdens de haring plaats gehad. Yeel minder sterk dan bij de kinderen van primiparae is de vormverandering der schedels van kinderen van multiparae. Yan 12 kinderen van 11-parae hebben 5 op de zjjde, 7 op den rug gelegen. Zie fig. 10 PI. Y. Van de kinderen der 20 multiparae lagen

192

Sluiten