Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op den voet. De uitbating was door de lastige houding der armen moeilijk en langdurig, zoodat het kind diep asphyctisch ter wereld kwam. Het kon worden bijgebracht, woog 3!/4 Kilo en vertoonde geen bijzonderheden. Ik deel dit geval mede inde eerste plaats om den zonderlingen indruk van het uitwendige beeld, waarvan ik achteraf moet zeggen, dat het waarschijnlijk typisch is voor dergelijke gevallen van langdurigen asynclitismus posterior. Inde tweede plaats leent het zich tot het geven vaneen verklaring voor dezen stand, althans in dit geval. Dat de groote bewegelijkheid der vrucht, door de groote hoeveelheid vruchtwater, het mogelijk maakte, dat het hoofd in sterke achterste wandbeensligging op den ingang kwam te staan, is duidelijk, maar waarom behield het dezen stand ? Zoodra de vliezen bij volkomen ontsluiting gebroken waren, klaagde de vrouw over pijn, voornamelijk in het onderste gedeelte van den buik, eerst meer rechts, later meer links. De weeën waren krachtig, maar zooals een van de candidaten het zeer juist uitdrukte, „het scheen, dat de weeën meer op het onderste segment dan op het hoofd werkten, d. w. z. bij iedere wee puilde dat gedeelte meer uit, maarde schedel bleef op zijn plaats”. Het onderste baarmoedersegment reageerde dus van het oogenblik af, waarop de schedel daarin plaats zocht, d. w. z. eerst bij 8 c.M. ontsluiting, pathologisch (het werd ook op pathologische wijze geprikkeld) en het gevolg daarvan was, dat het den schedel als een elastieken manchet bleef omhullen, zich verzettend tegen iedere verplaatsing hiervan. Dit bleek ook, toen de assistent de positie trachtte te verbeteren : hoofd en cervix maakten in zijn hand de gewenschte wenteling, maar zoodra hij de hand terug trok, zette de elastieken kous het hoofd weder inden vroegeren stand. De tangapplicatie, hier overigens toch niet te verdedigen, mislukte dan ook volkomen. Wel gelukte het den schedel geheel inden uterus terug te schuiven; nu echter dwong men hem door den contractiering omhoog. Ik meen dus, dat dergelijke gevallen van sterken en hardnekkigen asynclitismus posterior op één lijn geplaatst moeten worden met sommige gevallen van voorhoofds- en aangezichtsligging, waarin eveneens de omsnoering door het vroegtijdig pathologisch reageerend onderst uterussegment den bestaanden toestand bestendigt en aan pogingen tot verbetering van de positie weerstand biedt. Over de therapie zal ik mij niet generaliseerend uitlaten; bedenkt men bij dergelijken ongunstigen stand van het hoofd, dat niet de slechte positie, maar vóór alles de toestand van het onderste segment, die haar bestendigt, de keuze vaneen of anderen therapeutischen weg bepaalt, dan zal men de vrouw wel voor gevaar weten te behoeden.

132

Sluiten