Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Récamier (1846) haar eerste triomfen behaald Na het verwijderen van het zieke slijmvlies houden de bloedingen op. Er is een andere klierwoekering in het endometrium , beter dan alle andere met de curette bestreden, afhankelijk van het achterblijven van eiresten enkele schimmen van jeugdige chononvlokken in het baarmoederslijmvlies, waarbij de abnormale bloedingen zich herhalen zoolang het corpus alienum aanwezig is, om ineens en voorgoed op te houden wanneer de binnenvlakte der baarmoeder zorgvuldig is afgeschaafd. Daarnaast kennen wij twee vormen van „echte” glandulaire hypeitrophie die wij gewoon zijn als secundair te beschouwen, de hypertrophie bij rnyomen van het corpus uteri en de hypertrophie bij retroflexio uteri. Behandeling van het endometrium zonder rekening te houden met het myoom of met de retroflexie geeft onbevredigende resultaten. Bij het myoom bestaat aan den samenhang tusschen het myoom en de klierwoekering geen twijfel, wij kennen de hypertrophie der mucosa op plaatsen, die niet al te veel maar ook met al te weinig van het myoom verwijderd zijn, wij kennen de atrophie van het slijmvlies over het submuqueuse myoom, wij weten hoe het slijmvlies normaal kan blijven bij de subsereuse tumoren, als deze noch den vorm noch de grootte van het cavum uteri veranderen. En wij weten ook dat na verwijdering van het hypertrophische slijmvlies later op dezelfde plaats weder dezelfde anomalie moet worden geconstateerd. Aan den anderen kant weten wij ook , dat de bloedingen bij de rnyomen in nauw verband staan met de wijze waarop het myoom inden wand der baarmoeder is gegroeid. Bij de subsereuse tumoren met een klein cavum uteri ontbreken zij, bij de intramurale houden zij bijna gelijken tred met de vergrooting der baarmoederholte, bij de submuqueuse rnyomen zijn zij het sterkst. Toch mag worden gevraagd of de bloeding wel direct van de „kliet woekering afhangt en of men niet veel meer inde abnormale bloedvaten inde diepte van het endometrium nabij de kapsel van het myoom de oorzaak der bloedingen heeft te zien, zoodat klierwoekering en bloeding als aan elkander gecoördineerd en niet gesubordineerd moeten worden beschouwd. Dit laatste schijnt nog duidelijker bij de bloedingen, die zoo dikwijls maar volstrekt niet constant bij de retroflexio uteri voorkomen. Men vindt regelmatig, wanneer bij een retroflexio uteri abnormale bloeding ontbreekt, de baarmoeder inde eerste helft van het interval der menses bleek en vast, wanneer de bloedingen sterk zijn blauwrood en weeker , zoodat het schijnt alsof de menstruatie nog op handen is. Men kan in het laatste geval bijna steeds sterke glandulaire hypertrophie vinden. Repoueert men den uterus dan

55

Sluiten